Hier hoef je niet bang te zijn voor je eigen familie

Reportage | jongerenopvang Slachtoffers van eergerelateerd geweld kunnen in Leeuwarden opvang en hulp krijgen. „Ik wist: ik moet nu weg van huis of anders zelfmoord plegen.”

Bij Fier kunnen kwetsbare jongeren terecht voor intensieve hulp. Ruim tien jaar geleden werd gestart met de groep Zahir, een opvang voor slachtoffers van eergerelateerd geweld.
Bij Fier kunnen kwetsbare jongeren terecht voor intensieve hulp. Ruim tien jaar geleden werd gestart met de groep Zahir, een opvang voor slachtoffers van eergerelateerd geweld. Foto Kees van de Veen

Misschien was het ’t lot. Misschien was Achille van Hees, als zijn hand niet op een dag in een vleessnijder was gekomen, voor altijd in de slagerij blijven werken. Maar na het ongeluk moest hij zich laten omscholen. Via vrijwilligerswerk voor vluchtelingen en enkele jaren werken in een jeugdgevangenis kwam hij hier terecht, bij Zahir in Leeuwarden, een opvang voor slachtoffers van eergerelateerd geweld.

Een zacht klopje op de deur van zijn kantoor doet de 52-jarige teamleider opkijken van zijn computer. In de deuropening staat een meisje met een neuspiercing en betraande ogen. „Mag ik even bellen, Achille?” „Ja hoor”, antwoordt Van Hees, terwijl hij met een kluissleutel suiker door zijn koffie roert. „Maar vertel eerst even wat er aan de hand is. Je hebt geen uien gesneden, toch?”

Het gebouw, de Veilige Veste, is beveiligd, de ramen zijn van kogelwerend glas. Foto Kees van de Veen

Zahir betekent ‘zichtbaar’ in het Arabisch, maar in deze opvanggroep moeten mensen zich juist even kunnen verbergen. Hier komen jonge vrouwen, tieners vaak, met problemen die lang onopgemerkt bleven. Ze zijn op de vlucht voor hun eigen familie. Ze dreigen ontvoerd of gerepatrieerd te worden naar het land waar hun ouders vandaan komen, om te worden uitgehuwelijkt of heropgevoed. Ze zijn opgesloten, soms mishandeld of seksueel misbruikt, als straf. In het ergste geval geldt ‘code rood’, dan moet een vrouw vrezen voor haar leven.

Als ze eenmaal binnen zijn, krijgen de jonge vrouwen een behandelplan en een mentor. Van Hees houdt overzicht op de groep, waar plek is voor negen mensen. Hij ziet wie aandacht nodig heeft of juist met rust moet worden gelaten. Neem het meisje met de hoofddoek met bloemetjes, dat sinds haar komst een paar dagen geleden nauwelijks iets heeft gezegd. Eigenlijk, zegt Van Hees, bedekt ze haar hoofd normaal gesproken niet. Maar ze schaamt zich, omdat haar vader haar heeft kaalgeschoren: „Een traditionele straf.”

Het was alsof ik doei zei tegen de buitenwereld

Hoe lang de meisjes bij Zahir blijven, verschilt. De jongste van de groep zit er met negen maanden het langst. Ze zal blijven zolang het nodig is, er wordt nu een nieuwe plek voor haar gezocht. Terug naar huis kan ze niet - ze heeft bij Zahir besloten haar hoofddoek niet meer te dragen. Tijdens de lunch vertelt ze over haar strenge vader, en hoe hij een keer haar arm verbrandde toen hij vond dat ze ongehoorzaam was. De rest luistert. „Kijk”, zegt ze. „Hier kan ik zoiets gewoon zeggen, niemand kijkt er raar van op. Hier hoef je niet te stressen, want hier heeft iedereen problemen.”

Vliegticket

Ook het rustige meisje met zwart krullend haar en een kruisje aan haar ketting heeft problemen met haar vader. Ze kwam vier maanden geleden bij Zahir nadat hij voor haar een vliegticket naar zijn thuisland had geboekt. Ze wist hoe het daar zou gaan, zegt ze. „Ik zou worden opgesloten.” Haar paspoort en telefoon waren al afgepakt, haar vader had gezegd dat ze zich moest uitschrijven op school. „Als ik ga, dacht ik, kom ik nooit meer terug. Ik wist: ik moet nu weg van huis of straks, als ik daar ben, zelfmoord plegen.”

Een paar weken voor de zomervakantie werd ze uit de klas gehaald door medewerkers van Veilig Thuis. Zij vermoedden dat ze uitgehuwelijkt zou worden, al denkt ze zelf niet dat haar vader dat echt zou doen. Ze praat bedachtzaam, zit kaarsrecht op haar stoel. Ze wist dat ze naar Leeuwarden zou gaan, ver van haar woonplaats. „Het was alsof ik doei zei tegen de buitenwereld.” Tegen haar vrienden kon ze niet zeggen waar ze naartoe ging, alleen dat ze weer contact met hen zou opnemen zodra het mogelijk was. Ze is blij dat ze gegaan is, zegt ze. „Maar ergens voel ik me ook schuldig tegenover mijn vader.” Ze sprak hem voor het laatst toen ze net in Leeuwarden aankwam. „Hij zei dat hij niets met mij te maken wilde hebben.”

In de groepen hangt een huiselijke sfeer. Sommige jongeren moeten vanwege hun veiligheid binnen blijven. Fier is echter geen gesloten instelling: wie dat wil, kan altijd weg.
Foto’s Kees van de Veen

„Bij Zahir zitten de voorvechters”, zegt Anke van Dijke. Ze is directeur van Fier, het landelijk expertisecentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties waar Zahir onder valt. Hun achtergrond maakt deze vrouwen anders dan de andere vrouwen in opvanggroepen: de meesten groeiden op in Nederland terwijl hun familie uit landen komt als Marokko, Turkije, Somalië, Tunesië, Afghanistan, Irak en Syrië - landen met een eercultuur waarin ‘wij’ belangrijker is dan ‘ik’. Deze meisjes emanciperen soms enorm, zegt Van Dijke. „Ze willen een patroon doorbreken. Ze willen studeren en werken, niet uitgehuwelijkt worden. Maar ze lopen daarbij tegen de normen van hun families aan.”

Lees ook: Hoe help je een tienermeisje dat niet meer wil leven?

Fier is een van de weinige plekken in Nederland waar bedreigde meisjes en vrouwen terecht kunnen voor intensieve, specialistische hulp. In Leeuwarden en Rotterdam biedt de organisatie tijdelijke opvang – met 240 bedden – en behandelingen. Asja, de groep voor meisjes die door loverboys werden uitgebuit, bestaat het langst, inmiddels twintig jaar. Naast Asja heeft Fier afdelingen voor onder meer tienermoeders en meisjes en vrouwen met complexe trauma’s. De groep Zahir, die in 2008 als proef begon, was de eerste opvangplek speciaal voor slachtoffers van eergerelateerd geweld. Sinds dit jaar is er ook een groep voor jongens, Ravi.

Systematisch misbruikt

De meisjes en de paar jongens bij Fier, komen uit alle delen van het land en alle lagen van de samenleving. De jongsten zijn elf jaar, de oudsten begin twintig. De gemene deler, zegt directeur Anke van Dijke, is dat ze vaak systematisch zijn misbruikt. „Sommigen liepen als tiener tegen de verkeerde mannen aan, maar meestal zijn ze al jong mishandeld, verwaarloosd of gedwongen tot seks.” Vaak hebben ze al in de jeugdzorg of in een kliniek gezeten, maar werden hun problemen niet herkend. Kinderen die met een trauma kampen, ervaren continu stress, en raken daardoor „anders geprogrammeerd” zegt Van Dijke. „Het beïnvloedt je hele neurologische systeem. Het knalt eruit zodra ze ouder worden: verkeerde vrienden, nachten wegblijven. Het lijken typische puberteitsproblemen, maar eigenlijk gaat het hard bergafwaarts.”

Toen ze met Fier begonnen, zijn Anke van Dijke en medebestuurder Linda Terpstra in de gevangenis met loverboys gaan praten. Want om slachtoffers echt te kunnen helpen, vonden ze, „moet je je baseren op kennis”. De kans op herhaald misbruik is levensgroot. „Onze eerste opdracht is: zorgen dat ze bij ons willen blijven”, zegt Van Dijke. Fier is geen gesloten instelling, wie wil kan zo naar buiten lopen. Op de groepen moet daarom een vertrouwde gezinssfeer hangen. Rust, reinheid, regelmaat. „Veel meisjes die hier komen zijn al zo vaak afgewezen dat ze niet meer weten wat ze leuk vinden. Wij vragen ze wie ze zijn, en waar ze van dromen.”

Bijzonder is dat alle bewoners naast hun behandelingen onderwijs volgen, ieder op zijn of haar eigen niveau. Fier heeft onderwijzers in dienst, en banden met het Friesland College.

Daarnaast is de locatie van Fier, anders dan soortgelijke opvangplekken in het land, allesbehalve geheim. Het gebouw – de Veilige Veste – staat langs een drukke autoweg, het adres is gewoon te vinden op de site. Soms staat er een loverboy of boos familielid op de stoep. Maar hoe zichtbaar Fier ook is, je komt er niet zomaar binnen. Het gebouw is beveiligd met camera’s, de ramen zijn van kogelwerend glas, om de parkeerplaats staat een hoog hek met punten. Als het moet, is de politie binnen één minuut ter plaatse; het bureau ligt pal naast het Fier-terrein.

Foto’s Kees van de Veen

Huishoudelijke taken

„Achille, dat vlees is wel halal, toch?”, zegt het jongste meisje als Van Hees aankondigt dat hij na de lunch naar de slagerij zal fietsen om kip te kopen. Bij alle groepen eten de bewoners samen, net als thuis heeft iedereen huishoudelijke taken. „Op zulke momenten is het best gezellig”, zegt het meisje met de neuspiercing. „Alsof je er in één keer een heleboel zusjes bij hebt.” Toch vindt ze het vooral zwaar om hier te zijn. Een meisje in een gele capuchontrui valt haar bij. „Het is hier niet zoals in de serie Huis Anubis.”

Zeker in het begin zijn de regels te streng om je echt vrij te voelen, zeggen ze. Telefoons moeten bij aankomst worden ingeleverd. Alleen via de vaste lijn kunnen de jongeren die bij Fier verblijven een paar keer per week bellen naar nummers die door hun begeleiders zijn gecheckt. In de eerste maand mogen ze niet alleen buiten de poort komen. Ze moeten ‘ontwennen’, loskomen van de patronen waar ze thuis in zijn vastgelopen. Sommigen moeten vanwege hun veiligheid helemaal binnen blijven of mogen niet pinnen omdat dit hun verblijfplaats kan verraden.

De nachten hier zijn lang als je door nachtmerries wordt geteisterd

Achille van Hees teamleider Zahir

Vrijheden komen zodra de situatie het toelaat. Je telefoon terugkrijgen – weliswaar met een nieuwe simkaart met goedgekeurde nummers – geldt zo’n beetje als het hoogst haalbare. Maar sommige regels blijven. Roken mag één keer per uur. Bij bepaalde groepen gebeurt dat alleen onder begeleiding, want in de rokersruimte wordt veel geroddeld. Bedtijd is elke avond om kwart voor tien. Achille van Hees: „De nachten zijn lang als je door nachtmerries wordt geteisterd. Er is daarom altijd een nachtmedewerker aanwezig. En gelukkig zijn ze er soms met een paar therapiesessies vanaf.”

Lees ook: Ik vluchtte voor het geweld, niet voor hém

Het meisje met de kruisjesketting gaat binnenkort met individuele therapie beginnen. In de vier maanden dat ze bij Fier zit, heeft ze geleerd meer aan zichzelf te denken, zegt ze. Eerst dacht ze dat haar situatie niet erg genoeg was. „Ik was bang om iemands plek in te nemen.” Haar vader rende weleens schreeuwend achter haar aan de trap op, soms kreeg ze voor straf niet te eten. „Maar ik ben niet echt mishandeld zoals veel anderen hier.”

Ze vertrok in een onhandige periode, vlak voor haar eindexamen. „Dat was nog wel een dingetje”, zegt Van Hees. „Via een speciale commissie hebben we geregeld dat ze met een kopie van haar paspoort examen kon doen.” Toen ze deze zomer bij Fier haar havo-diploma haalde, nam hij haar mee naar een wokrestaurant. „Ik had gebaald als een stekker als het vanwege zo’n stom paspoort niet was gelukt.”

Foto Kees van de Veen