Een waslijn vol grieven in Libanon

Demonstraties Libanezen komen massaal in opstand tegen de heersende elite, die „weinig heeft overgelaten voor de rest van het land”.

Foto Ali Hashisho

De 28-jarige Mustafa Baidoun kan het nog altijd niet geloven. Hij had vorige week donderdag een evenement over corruptie gepland op het Martelaarsplein in Beiroet.

„De politie vroeg hoeveel volk ik verwachtte”, zegt hij. „Ik zei dat we op een honderdtal mensen hoopten. Er kwamen wel honderdduizend mensen opdagen.”

Wat begon als een protest tegen een Whatsapp-belasting, is uitgegroeid tot een brede nationale beweging in Libanon. Lees ook deze reportage: ‘Het leger moet alle politici zonder uitzondering opsluiten’

Dat was de dag waarop een inmiddels alweer afgevoerde belasting op WhatsApp-gesprekken in Libanon een opstand tegen corruptie en wanbestuur deed losbarsten die heel het land heeft platgelegd. Zes dagen later toont die opstand nog geen tekenen van verzwakking, ook niet nadat premier Saad Hariri maandag een reeks maatregelen aankondigde.

Baidoun werkt als vrijwilliger voor de organisatie Nahnoo die zich bezighoudt met openbare ruimte. Dat is een groot thema in Libanon waar bijna de hele kustlijn geprivatiseerd is, ook al zijn de stranden in principe publiek bezit. Vorig jaar nog werd op het laatste stukje publiek strand in Beiroet een luxehotel neergezet.

„Wij hebben berekend dat die privatisering van de openbare ruimte een bedrag van 800 miljoen dollar vertegenwoordigt”, vertelt Baidoun. „Dat is publiek geld dat door de politici is gestolen.”

Het is een van de vele verzuchtingen van de Libanezen. Ze hebben een waslijst van eisen aan de autoriteiten. Letterlijk: Baidoun heeft tussen de lantaarnpalen waskoorden gespannen waarop de mensen papiertjes kunnen hangen met daarop hun grieven.

Zoals over het burgerlijk huwelijk: Libanezen die niet voor de eigen sekte willen trouwen of tot verschillende sektes behoren, moeten daar nu voor naar Cyprus. Over nationaliteit: vrouwen kunnen de Libanese nationaliteit niet doorgeven aan hun kinderen. Over telecommunicatie: Libanon heeft het duurste en traagste internet in de regio. Over elektriciteit: die moeten de Libanezen op de privémarkt kopen omdat de staat er dertig jaar na de burgeroorlog nog altijd niet slaagt voldoende stroomcapaciteit te leveren. En vaak terugkerend: een tribunaal voor de politici die verantwoordelijk zijn voor deze toestand.

Privéschool

Nivine, een blonde vrouw van rond de veertig, zit op de stoep een sigaretje te roken. Ze is modieus gekleed. „Vergis je niet”, zegt ze. „Wij Libanezen gaan altijd goed gekleed. Daarom denken mensen dat wij rijk zijn. Maar dat is maar schijn.”

Nivine, die een klein restaurant uitbaat, legt uit wat corruptie en wanbestuur betekenen in haar leven.

„Het onderwijs is waardeloos, dus ik stuur mijn zoon naar een privéschool. Dat kost elk jaar 10.000 dollar (bijna 9.000 euro). Volgend jaar gaat hij naar de universiteit, hij wil geneeskunde studeren. Dat gaat mij het eerste jaar 20.000 dollar kosten, en de volgende jaren 30.000 dollar. Want de staatsuniversiteit is niet goed en om er een plaats te krijgen moet je ‘wasta’ hebben.”

Het woordje ‘wasta’ valt vaak in de gesprekken in het centrum van Beiroet. Het betekent een politieke connectie, en die zijn in Libanon onmisbaar om dingen voor elkaar te krijgen. Politici van alle sektes en partijen, zo schrijft de Australisch-Libanese Samah Hadid, gebruiken openbaar geld „om de eigen zakken te vullen en cadeaus te geven aan hun volgelingen in ruil voor hun steun. Wie een job wil bij de overheid, moet daarvoor de eigen sektarische leider aanspreken. De sektarische breuklijnen hebben de aandacht afgeleid van hoe weinig de heersende elite heeft overgelaten voor de rest van het land.”

Lees ook: Kabinet Libanon neemt pakket hervormingen aan

De denktank Carnegie Middle East Center heeft berekend dat de rijkste 0,1 procent van Libanon 10 procent van het totale nationale inkomen verdient, evenveel als de armste 50 procent samen.

Het is tegen die 0,1 procent – zo’n drieduizend personen – dat de Libanezen over alle sektarische grenzen heen vorige week in opstand zijn gekomen. Ze doen dat in het centrum waar sommige appartementen in de Dubai-achtige torengebouwen meer dan 10 miljoen dollar kosten.

Bevel aan de politici

Bader en Bassam zitten op een bankje uit te rusten. Ze zijn 38 en 37 en allebei getrouwd, maar ze wonen elk nog bij hun ouders omdat ze zich geen appartement kunnen veroorloven. „In Libanon moet je om alles smeken”, zegt Bassam, die momenteel werkloos is. „Wij zijn hier om onze rechten op te eisen. Dat is geen vraag, het is een bevel aan de politici.”

Bader verdient de kost met babysitten, hoewel zij management heeft gestudeerd. „Ik heb aanbiedingen uit Dubai maar ik wil helemaal niet naar Dubai.”

Het is een keuze waar vooral jonge Libanezen voor staan. Wie niet de juiste connecties heeft, moet in een van de Golfstaten gaan werken. Vorig jaar stuurden Libanezen vanuit het buitenland 7,2 miljard dollar naar huis.

In Libanon, zegt Bader, een religieuze soennitische moslim, staat bij veel vacatures dat vrouwen met hoofddoek niet hoeven te solliciteren. „En zelfs als je ergens een baan vindt, dan riskeer je dat je wordt weggestuurd als iemand met ‘wasta’ je plaats opeist. Je werkt keihard voor 500 dollar per maand, maar als je naar het ziekenhuis moet, kost dat wel 3.000 dollar. Er gaan hier letterlijk mensen dood op de stoep van het ziekenhuis omdat zij niet genoeg geld hebben.”

Hoewel in Libanon de christenen en de soennieten historisch gezien rijker zijn en de sjiieten armer, is er geen sekte die ontsnapt aan de ongelijkheid. De politici, zegt Bassam, „hebben ons in sektarische hokjes geduwd om ons beter te kunnen uitbuiten”.

Hoe het nu verder moet, is onduidelijk. Dat het straatprotest geen leider of programma heeft, kan de komende dagen een probleem worden.

De regering hoopt dat het maatregelenpakket (geen besparingen, het halveren van de lonen van politici, en belasting op de banken) een deel van de betogers zal losweken. Er was aangekondigd dat de scholen woensdag opnieuw zouden opengaan maar die maatregel is alweer ingetrokken.