Recensie

Recensie Muziek

Dwalen in een woud van woorden en muziek met ‘Kabarett Dapitulet’

Klassiek De voorstelling ‘Kabarett Dapitulet’ van Christiaan Kuyvenhoven, Hans Dagelet en Esther Apituley is een absurdistisch baken in een ernstige wereld: chaotisch en aangrijpend.

Christiaan Kuyvenhoven, Hans Dagelet en Esther Apituley.
Christiaan Kuyvenhoven, Hans Dagelet en Esther Apituley. Foto Bernard Jan Verkoren

Een boek moet hem eraan herinneren wie hij is. Vroeger riep iedereen dat hij een genie was, alleen niet waarin. Menigten weken in die tijd voor hem uiteen. Nu lijkt hij miskend, verlaten, monsterlijk en dood. Wie belichaamt Hans Dagelet in de voorstelling Kabarett Dapitulet? Zijn het meerdere karakters of toch één? Als de rook boven het toneel optrekt, ben je geneigd te denken aan de God over wie Gerard Reve dichtte: ‘dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt / zoals ik U.’

Drie figuren dwalen in een woud van woorden, anekdotes, bespiegelingen en muziek. Ze gaan de snoepwinkel van de kunst binnen en vullen hun mand met de teksten van schrijvers als Bomans, Beckett, Charms, en ook Dagelet zelf, en stukken van componisten als Pärt, Satie, Scarlatti, Kreisler en Ellington.

De inspiratiebron is het Cabaret Voltaire uit de jaren twintig, dat aan de wieg stond van het Dadaïsme, de absurdistische stroming die de gangbare kunst bespotte. Misschien heeft onze wereld – in de greep van dodelijk ernst – wel weer zo’n speelse beweging nodig.

En absurdistisch is het. Onbegrijpelijk bij vlagen. Chaos regeert vaak. Maar de drie karakters zijn aangrijpend, ook die van twee niet-acteurs: altvioliste Esther Apituley en pianist Christiaan Kuyvenhoven. Zij is een vrouw die uit de sleur wil breken, hij een nerd met demonische trekken, die Esther alsmaar Eva blijft noemen, hoewel ze hem steeds verbetert.

Loopt er een rode draad door de voorstelling of is het een losse verzameling bizarrerieën? Aan het slot zet de politieagent Dagelet beide anderen met een roeptoeter in elk geval uit het paradijs, dat al niet zo’n paradijselijke indruk maakte. En filosofeert Kuyvenhoven over een wereld, die niet bestaat uit gelovigen en ongelovigen, maar uit mensen die al dan niet wíllen geloven. De stemmige muziek vormt een baken in deze woeste maalstroom van emoties en gedachten.