Drugs aan collega gegeven

Economie & recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: arbeidsrecht.

Foto Andrey Cherkasov

Van de partner van een van zijn collega’s krijgt een teamleider bij een werk-leerbedrijf in de regio Amsterdam op een maandag een WhatsApp-berichtje. Die collega, een vrouw met een verstandelijke en lichamelijke beperking, heeft in het weekend drugs genomen, waardoor ze in het ziekenhuis beland is. De drugs had de vrouw van de teamleider gekregen.

Dat ontkent de teamleider, en er ontstaat appverkeer tussen hem en de partner. Er volgt ook een gesprek in een koffiehuis. Daar bekent de man toch drugs te hebben gegeven aan zijn collega. Hij weet niet dat het gesprek wordt opgenomen. De partner informeert het werk-leerbedrijf en ontslag voor de teamleider volgt. Die vecht zijn ontslag aan: zijn bekentenis in het koffiehuis is onder bedreiging gedaan en hij is door de partner van zijn collega afgeperst om de „zaak te lijmen/uit de wereld te helpen” – iets waarop de teamleider niet is ingegaan.

Van het hof in Amsterdam krijgt het werk-leerbedrijf opdracht met aanvullende getuigenverklaringen te komen. De geluidsopname van het gesprek in het koffiehuis is niet voldoende, mede omdat de teamleider zo stellig verklaart dat die bekentenis onder bedreiging is gedaan, stelt het hof. Begin oktober oordeelt het hof op basis van die verklaringen dat de uitleg van de teamleider „geen steun vindt”. Sterker, de verklaringen wijzen er eerder op dat wat de teamleider zegt niet klopt. Het ontslag blijft staan. De man krijgt geen transitievergoeding – daarvoor is drugs geven aan een collega te ernstig.

Uitspraak:ECLI:GHAMS:2019:3571