Opinie

Dominant idee bij de overheid: privacy is luxe

Maxim Februari

In het journaal laat de NOS een filmpje van een meisje zien. Loes heet ze. Een achternaam heeft ze niet. Een gezicht ook niet: ze wordt van achteren gefilmd en haar stem is vervormd, zodat ze onherkenbaar in beeld komt. Loes is illustratiemateriaal bij een onderwerp dat op de agenda is gezet door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

Die rapporteur heeft een rapport uitgebracht waarin hij kritiek uit op de aanpak van mensenhandel door de overheid. Er is gebrek aan coördinatie. Gebrek aan daadkracht. Tekort aan inzicht in de samenhang tussen migratie en uitbuiting. En vanwege nieuwe privacyregels maken hulpverleners minder melding bij het coördinatiecentrum tegen mensenhandel: in 2014 kreeg het centrum 1.225 meldingen en in 2018 nog maar 668.

De kop boven het persbericht op de site van de Nationaal Rapporteur vat dit hele pakket aan zorgen kort samen. „Effectieve aanpak mensenhandel staat op losse schroeven”. Toch zoomt de pers collectief in op de privacyregels. De NOS kopt: „Slachtoffers mensenhandel verdwijnen uit beeld door nieuwe privacyregels.” Volgens NRC verdwijnen ze door die regels „steeds meer uit beeld”. Volgens Trouw zelfs „massaal uit beeld”. En de Volkskrant kopt: „Jonge slachtoffers mensenhandel volledig uit beeld door privacywet”.

De onrust over de privacyregels wordt ook aangezwengeld door de Nationaal Rapporteur zelf, als hij in het NOS-journaal een contrast tussen privacy en bescherming schetst en vervolgens de voorkeur geeft aan bescherming. „Wat heb je aan privacy als je slachtoffer bent en ten prooi valt aan een mensenhandelaar? Dan wil je in de eerste plaats dat je beschermd wordt.”

Deze opvatting is dominant bij de overheid. Privacy is een luxe. Ben je slachtoffer en heb je bescherming nodig, ben je patiënt of word je bedreigd met geweld, dan kun je je de luxe van de privacy niet permitteren. In een uitgave van het ministerie van VWS over het delen van gegevens in de zorg, E-health ‘zoveel meer dan alleen techniek’, werd een paar jaar geleden al geklaagd over de ‘privacy maffia’. Luid en duidelijk klonk de boodschap dat „privacy meer hordes opwerpt dan wenselijk”. „Hoe zieker een patiënt, hoe minder belangrijk privacyregels worden.”

In een interview met de Volkskrant zei het voormalige hoofd van de AIVD de discussie over privacy beu te zijn. „Ik vind bescherming van privacy ook uitermate belangrijk, maar zouden mensen die privacy als hoogste doel hebben dat net zo enthousiast nastreven als zij slachtoffer zijn van een aanslag?”

Nou goed. Stel, hè, stel dat slachtoffers echt zo weinig om hun privacy geven, waarom is Loes als slachtoffer dan onherkenbaar in beeld gebracht? Als het serieus niet meer uitmaakt, geef dan ook maar meteen de achternaam van Loes. En haar adres en telefoonnummer. En stuur haar medische dossier aan alle hypotheekbanken en haar toekomstige werkgevers. Maar nee, dat bedoelen de beleidsbepalers natuurlijk niet. Alleen zeggen ze het wel iedere keer weer. Loes heeft het moeilijk, dus haar privacy doet er niet toe: dat is wat ze zeggen.

Wekelijks krijg ik post van ambtenaren die bezwaren hebben tegen deze dominante gedachte binnen de overheid. Uiteraard zou ik die post hier graag uitgebreid citeren, maar het briefgeheim zit daarbij in de weg. Laat ik het erop houden dat sommige ambtenaren de bagatellisering van privacyregels in het debat zorgelijk vinden – omdat die regels nou juist zijn opgesteld ter bescherming van slachtoffer en patiënt.

Privacyregels moeten kwetsbare groepen beschermen: Loes wil niet volledig in beeld. Beweer je dat privacy en bescherming in strijd met elkaar zijn, dan breng je niet alleen nieuwe, maar ook allerlei oude beschermingsconstructies in gevaar. Mensenrechten. Burgerrechten. Regels omtrent de anonimiteit van slachtoffers en getuigen. Het medisch beroepsgeheim.

Ik geloof meteen dat de Nationaal Rapporteur terecht aandringt op „aanpassingen in de huidige manier van melden en registeren”. Op bijstelling van de nieuwe regels. Maar hij heeft geen gelijk als hij die rare overheidsmantra herhaalt over de tegenstelling tussen privacy en bescherming. „Wat heb je aan privacy als je slachtoffer bent?”

Hulporganisatie Fier zegt tegen de NOS dat juist slachtoffers bezwaar maken tegen melding van hun zaak bij de overheid. „Ik schat dat nog maar een op de vijf slachtoffers akkoord geeft. Ze zien het voordeel niet direct.” Wil je ze in beeld krijgen, dan zul je ze dat voordeel dus moeten uitleggen. En dat lukt alleen als je hun gegevens niet met jan en alleman deelt en begrijpt wat bescherming van de persoonlijke levenssfeer betekent.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.