‘Democratische diabetes’ vreet Zuid-Amerika op

Protesten In zeker vijf Zuid-Amerikaanse landen is het deze maand raak: burgers uiten hun onvrede bij niet altijd geweldloze protesten. NRC zet de situatie uiteen.

Supporters van Bolivia's president Evo Morales demonstreren tegen de oppositiekandidaat Carlos Mesa, in La Paz, 21 oktober.
Supporters van Bolivia's president Evo Morales demonstreren tegen de oppositiekandidaat Carlos Mesa, in La Paz, 21 oktober. Foto Aizar Raldes / AFP

Het ene land geldt van oudsher als het armste van het Zuid-Amerikaanse continent, al bijna veertien jaar socialistisch geregeerd door een oud-voorman van de vakbond van cocaboeren. Het andere land staat te boek als een zeer marktvriendelijk, stabiel ‘Zwitserland’ en wordt sinds een half jaar (weer) bestuurd door een neoliberale miljardair.

Buurlanden Bolivia en Chili zijn erg verschillend. Toch vertonen ze momenteel ook een belangrijke overeenkomst: teleurstelling in de democratie leidt er tot grote maatschappelijke onrust. En daarmee zijn ze niet alleen in de regio.

Begin deze maand werd Ecuador platgelegd door betogers die zich verzetten tegen de (te lang uitgestelde) afschaffing van brandstofsubsidies. Kort daarvoor betuigden Peruanen op straat massaal steun aan hun president die dreigde te worden afgezet door het corrupte Congres (dat hij wil opschonen).

Lees ook: In Ecuador zijn ze woest over nieuwe brandstofprijzen

En in Argentinië, dat zucht onder de zoveelste financiële crisis, zijn al het hele jaar regelmatig protesten tegen alle bezuinigingen en hervormingen. De zittende, rechtse president wordt er zondag bijna zeker weggestemd. Buiten Zuid-Amerika was het op het westelijk halfrond ook in Honduras, Haïti en Nicaragua recent onrustig. Wat is er aan de hand dat burgers geen andere uitweg zien dan de straat opgaan – waarbij hun protest lang niet altijd geweldloos blijft?

De Latinobarómetro, een jaarlijkse peiling onder ruim 20.000 inwoners van achttien Latijns-Amerikaanse landen, stelde in 2017 en 2018 al een heldere diagnose: de regio lijdt aan ‘democratische diabetes’. „Een ziekte”, schreven de onderzoekers, „die aanvankelijk onopgemerkt blijft, maar langzaam voortschrijdt en een verworvenheid verloren laat gaan, zonder een concrete remedie om de rot tegen te gaan en het herstel te beginnen.”

Democratie in verval

Die malaise zette al in vanaf 2010. Vierde de democratie in Latijns-Amerika eind vorige eeuw na decennia van dictaturen hoogtij; dit decennium raakten burgers opnieuw ontgoocheld en onverschillig.

De Latinobarometer ondervraagt latino’s bijvoorbeeld over hun voorkeur voor ‘churchilliaanse democratie’ (lees: als minst slechte van alle systemen). In nagenoeg alle landen keldert de steun, terwijl sympathie voor of onverschilligheid jegens een meer autoritair regime stijgt.

Tekenend is dat zelfs een voorbeeldland als Chili niet immuun is

De oorzaken voor de ‘democratische diabetes’ zijn uiteenlopend. Deels valt de onvrede te verklaren uit afzwakkende groei: China importeert minder grondstoffen. Maar nog meer zijn burgers ontevreden over wat democratie hen oplevert. De zittende politieke klasse wordt algemeen als corrupt gezien, niet in staat de welvaartsgroei of bodemschatten eerlijk te verdelen. In veel landen spelen ook de onveiligheid en criminaliteit een rol.

Lees ook: Het gaat niet meer over ov-kaartjes in Chili

Tekenend is dat zelfs een voorbeeldland als Chili niet immuun is. Ook in dit land, dat recent amper crisis of politieke instabiliteit kende, daalde de steun voor democratie van 85, in 2010, naar 65 procent, in 2018. Evengoed gaf president Sebastían Piñera donderdag in de Financial Times hoog op over zijn land als „oase” in een woelige regio. „We hebben een stabiele democratie, scheppen banen, verbeteren lonen en houden de economie in balans. Is dat makkelijk? Nee, dat het is niet. Maar het is waard er voor te vechten.”

Een dag later bleek zijn oase een luchtspiegeling. Anarchistische scholieren en studenten begonnen te betogen (en rellen) tegen een prijsverhoging in het openbaar vervoer. Na dagen fel protest trok Piñera de omstreden maatregel in. Maar terwijl dat in Ecuador de rust deed terugkeren, verbreedt het Chileense protest zich nu ook mijnwerkers en vakbonden gaan staken.

Evenzeer overvallen door de maatschappelijke onderstroom van onvrede, werd Evo Morales in Bolivia maandag. Zondag ging hij bij landelijke verkiezingen voor een omstreden vierde termijn. In voorlopige uitslagen zag het ernaar uit dat hij die niet in de eerste ronde zou gaan winnen. Maandag werd het doorgeven van resultaten plots gestaakt. Toen er na enkele uren weer uitslagen bekend werden, bleek Morales ineens toch nipt op een directe zege af te stevenen. De oppositie, die van te voren al had gezegd te vrezen voor stembusmanipulatie, ging gelijk de straat op.

Links-nationalistische revolte

In Bolivia trokken betogers in La Paz maandag onder meer een standbeeld om van Hugo Chávez. De in 2013 overleden Venezolaanse president ontketende begin deze eeuw een anti-Amerikaanse, links-nationalistische revolte op het continent. De huidige leiders van Ecuador en Argentinië oogsten deels verzet, omdat ze met pijnlijke hervormingen de economische puin van hun linkse, Chávez-gezinde voorgangers pogen op te ruimen. Die maatregelen worden voorgeschreven door het Internationaal Monetair Fonds, door Chávez altijd weggezet als instrument van Amerikaanse imperialisme.

De Ecuadoriaanse president Lenín Moreno wijst dan ook beschuldigend naar Chávez’ opvolger Nicolás Maduro. De autoritaire leider van Venezuela zou samen met Moreno’s voorganger de protesten in zijn land hebben opgestookt. Andersom wordt in Bolivia oppositiekandidaat Carlos Mesa op één lijn gesteld met Mauricio Macri, de president van Argentinië. Grafittileuzen als „Mesa=Macri” moeten suggereren dat de uitdager van Morales bij winst het IMF naar Bolivia zal halen.

Zo spoelt de onrust over de westflank van het continent, ongeacht de politieke kleur van de zittende leider. Of het nu een duurder metrokaartje of stembusgesjoemel betreft: als de hele politieke klasse gewantrouwd wordt en normaal geworden groei afvlakt, kristalliseert de woede zich via de straat.

M.m.v. Nina Jurna in Buenos Aires

Ecuador

Brandstofsubsidie behouden na protesten

Ecuador werd begin deze maand een volle week platgelegd door massale protesten. Decennialang werden inwoners van het kleine Andesland verwend met goedkope brandstof. Onder druk van het IMF schafte president Lenín Moreno die subsidies af. Inheemse organisaties, die in recente verleden meerdere presidenten tot aftreden wisten te dwingen, bezetten wegen en gijzelden toeristen. Zij zijn al langer ontevreden dat de exploitatie van bodemschatten hun leefgebieden aantast terwijl zij er zelf weinig van terugzien.

Moreno liet ordetroepen aanvankelijk hard ingrijpen, maar trok de maatregel later alsnog in. Dat doofde het protest. Net als Macri in Argentinië kampt hij deels met de lastige erfenis van zijn linkse voorganger Rafael Correa. Die regeerde het land van 2007 tot 2017 op toenemend autoritaire wijze en vluchtte naar België nadat hij vervolgd dreigde te worden voor corruptie. Vanuit Leuven stookt hij in de landelijke politiek.

Terug naar boven

Peru

President en Congres ruziën over corruptie

In Peru kwam president Martín Vizcarra als vicepresident aan de macht toen zijn voorganger opstapte wegens corruptie. Het schandaal rond de Braziliaanse bouwreus Odebrecht bracht in het land al vier oud-presidenten in opspraak. Vizcarra schreef na zijn aantreden, begin 2018, een referendum uit over plannen om corruptie in de politiek te bestrijden. De Peruanen steunden deze met een overweldigende meerderheid.

De invoering van de voorstellen bracht hem op ramkoers met het Congres. Dat is corrupt en wordt gecontroleerd door de oppositie. Dit sluimerende conflict escaleerde drie weken geleden. De oppositie probeerde nieuwe, haar goedgezinde opperrechters te benoemen. Vizcarra ontbond daarop met een omstreden procedureel trucje de volksvertegenwoordiging, die hem vlak daarvoor afzette. Leger, politie en betogers schaarden zich achter hem. Verkiezingen in januari moeten de impasse doorbreken.

Terug naar boven

Chili

Boze jongeren

Chili, vaak geroemd als het stabielste en welvarendste land van Zuid-Amerika, werd in 1990 weer een democratie na 17 jaar dictatuur. Rechts en later ook links besturen het grondstofrijke land sindsdien in relatieve harmonie. Tegelijkertijd oogst toenemende inkomensongelijkheid onvrede. Een nieuwe linkse generatie die opgroeide in het post-Pinochet-tijdperk heeft minder vrees voor een terugkeer van de militaire dictatuur. Vooral scholieren en studenten, van wie een deel zeer militant en anarchistisch ingesteld, gingen de afgelopen jaren voorop in protesten. Sinds begin dit jaar regeert de rechtse miljardair Sebastián Piñera weer. Toen hij eind vorige week de prijzen van de metro verhoogde, escaleerden protesten razendsnel. Piñera wil de geest snel terug in de fles hebben. Half november is hij gastheer van de APEC-top van landen rond de Stille Oceaan, met leiders als Trump en Xi. In december begint in Santiago een grote VN-klimaattop.

Terug naar boven

Bolivia

Boze jongeren

In Bolivia werd Evo Morales in 2006 de eerste inheemse leider in vijf eeuwen. Daarvóór maakte hij naam als activistisch voorman van de cocaboerenbond. Aanvankelijk werd verwacht dat hij het land met socialistisch beleid richting dezelfde afgrond zou sturen als Venezuela. In de bijna 14 jaar dat hij regeert vond Morales echter een evenwicht te tussen verschillende economische belangen. Ook omdat de oppositie hem zeer fel bestreed, liet hij zich niet altijd even veel gelegen liggen aan democratische regels. Bij het herschrijven van de grondwet en een referendum over een mogelijke vierde termijn drukte hij zijn zin op omstreden wijze door. Toen hij zondag niet meteen in de eerste ronde herverkiezing veilig leek te kunnen stellen, zou hij de kiesraad fraude hebben laten plegen. Met de oppositie sloegen ook verkiezingswaarnemers van de Organisatie van Amerikaanse Staten meteen alarm. Zij zullen Morales hier niet snel mee laten wegkomen.

Terug naar boven

Argentinië

Zondag verkiezingen in crisistijd

Zondag kiest Argentinië een nieuwe president en een nieuw Congres terwijl het land – alweer – door een diepe financiële crisis gaat. De vorige pesocrisis (2001-2002) vaagde de middenklasse van het land weg. Néstor Kirchner en zijn vrouw en opvolger Cristina gaven het getraumatiseerde land met een links-nationalistisch beleid zijn zelfvertrouwen terug. Maar ook zij lieten de economie vastlopen. De rechtse Mauricio Macri trad eind 2015 aan met de belofte orde op zaken te stellen. Hij deed alles wat beleggers graag verwachten, alleen niet snel genoeg. Macri moest hulp van het in Argentinië diep gehate IMF inroepen – met protest tot gevolg. Toen Cristina Kirchner begon te zinspelen op een politieke terugkeer, escaleerde de marktpaniek. Macri lijkt zondag weggestemd te worden en linkse betogers kijken jaloers naar buurland Chili. Kirchner kan als vicepresidentskandidaat weer terugkeren in het machtscentrum – maar opnieuw van een land in crisis.

Terug naar boven