Op weg, maar nergens heen

Nederland onderweg NRC vraagt lezers Nederland in beeld te brengen. Doe zoals de Amerikaanse fotograaf Robert Frank: laat de beelden aan je voorbijtrekken.

Foto Steve Phillips

Noem het een reis. In 1955 kreeg Robert Frank een beurs van het Guggenheim-museum en kocht een auto. Er zijn foto’s van – die Ford in de berm met één brandende koplamp, zijn vrouw Mary slapend op de voorbank, een strook asfalt tot de horizon, Route 285 in New Mexico, een lijn in het midden waarvan je weet dat-ie geel is, al schoot Frank in zwart-wit.

Robert Frank werd in 1924 geboren in Zwitserland en emigreerde na de oorlog naar de Verenigde Staten, een nieuwe, veilige en optimistische wereld waar je gewoon de trein of de auto kon nemen, op de bonnefooi op weg gaan. „Het was alsof er een deur openging”, zei hij.

Een tijdje fotografeerde hij in New York, voor Harper’s Bazaar en Vogue. Maar op die reis met zijn jonge gezin, de eerste keer dat hij zijn nieuwe thuis doorkruiste, zag hij ook dat het optimisme en die zelfgenoegzaamheid krampachtig waren. De Amerikanen waren eenzaam, hard, geobsedeerd door geld, gesegregeerd.

Van zijn tienduizenden foto’s zouden er tenslotte 83 in het boek terecht komen dat zijn naam vestigde. Maar geen Amerikaanse uitgever wilde er aanvankelijk zijn handen aan branden. Het verscheen in 1958 als Les Américains in Parijs en pas een jaar later als The Americans. Jack Kerouac, die zelf zes jaar met het manuscript van On the Road had geleurd, schreef de inleiding. „Met één hand trok Frank zomaar een droevig gedicht zijn beelden in.”

Foto Arnold Hoogendorp

Iconische beelden

Het zijn beelden die we nu iconisch noemen, maar Amerika wilde ze toen niet zien. Doodvermoeide arbeiders aan de lopende band in Detroit, een tramwagon in New Orleans met mensen achter open raampjes, de zwarte mensen achterin – waarschijnlijk zijn bekendste foto. Grimmige gezichten bij een politieke campagne; warenhuizen, parken, drug stores, motels, cafés, bars.

Dat quasi-achteloze „eenhandige”, zijn harde contrasten en grove korrel, zijn minachting voor klassieke compositie, het ongeposeerde heette al snel slordig en vies, ja on-Amerikaans. „Een droevig gedicht door een heel zieke man”, snierde het blad Popular Photography.

Zelf vond hij er niets on-Amerikaans aan. Zijn tocht had hem alleen beter leren kijken. „Naar arme mensen, hoe ze overleven [...]. Dat was een verrassing, maar ik kreeg er geen haat voor Amerika door”, zei hij. „Het toonde me vooral hoe mensen kunnen zijn. Je leert veel op reis.”

Foto Erard Swannet
Foto Kees Vermaak

Narratief

Elk verhaal heeft structuur nodig. Een reis is er vanouds geknipt voor. Odysseus moet thuiskomen. Kapitein Ahab moet verliezen van die witte walvis. Toch vormen de foto’s in The Americans niet zo’n reis. Frank koos zijn bestemmingen willekeurig. En eenmaal onderweg „was ik volkomen vrij om te kiezen of ik links- of rechtsaf zou slaan”.

Zo stuitte hij bijvoorbeeld in South Carolina op een begrafenis en fotografeerde zwarte rouwenden tussen kriskras geparkeerde auto’s, iedereen alleen met zijn gedachten. Een toevallige ontmoeting, ongeposeerd, maar in een majestueus moment gevangen.

Een vrachtwagen die zojuist op Route 66 in Arizona een tegenligger heeft vermorzeld, of de twee blonde vrouwen op een stoep in Chicago die zo nadrukkelijk niet in zijn lens kijken, zijn net zulke ontmoetingen.

Necrologie: Robert Frank (94) fotografeerde dat ándere Amerika

Door de ‘richtingsloosheid’ van Franks reizen, en door het relatieve handjevol beelden dat hij uit die honderden volgeschoten kleinbeeldfilms selecteerde, hebben zijn foto’s geen ander verband dan dat ze iets van het gewone, ongeziene Amerika tonen. Iets.

„Ik was moe van romantische ideeën [over fotografie]”, zei hij. „Ik wilde alleen maar puur en simpel kijken.” In die beelden gebeurt van alles, maar het is geen echt verhaal. Diane Arbus, Franks beroemde vakgenoot, noemde het „een zekere holheid” – „een drama waaruit het centrum is verdwenen.” Misschien gold dat ook wel voor het land dat hij fotografeerde.

Frank was niet op reis, ging nergens heen. Waar hij was liet hij de beelden aan zich voorbijtrekken. Hij stierf op 9 september, 94 jaar oud.

Foto Jolanda Stam
Foto Monique Koopman