Noordzee-neanderthaler was handig met pek

Archeologie Neanderthalers gebruikten werktuigen met lijm van berkenteer. Ook op een zandbank in de Noordzee is er nu een gevonden.

Het neanderthaler werktuig met berkenteer dat is gevonden op de Zandmotor.
Het neanderthaler werktuig met berkenteer dat is gevonden op de Zandmotor. Foto Rijksmuseum van Oudheden

Het vuurstenen werktuigje is amper vier centimeter groot. Vijftigduizend jaar geleden heeft een neanderthaler het achtergelaten op een stuk toendra-achtige steppe dat tegenwoordig de Noordzee is. Nu is het in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en staat het deze week op de voorpagina van het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

„Op het werktuig zit een soort handvat van berkenteer”, zegt steentijdspecialist en zelfstandig archeoloog Marcel Niekus, hoofdauteur van het artikel en verbonden aan de Werkgroep Steentijd Noordzee en de Stichting Stone (SteentijdOnderzoekNederland). „Dat duidt op kennis van complexe techniek, waarmee neanderthalers extreme omstandigheden het hoofd konden bieden.”

De vindplek voor de kust van Den Haag

De bewerkte vuursteen is in 2016 gevonden door een amateur-archeoloog op de Zandmotor, een in 2011 aangelegde zandbank ten zuiden van Den Haag. Het zand is afkomstig uit de bodem van de Noordzee die in de IJstijd onderdeel was van de bewoonde laagvlakte tussen Engeland en het Europese vasteland. „Op de Zandmotor worden vooral vondsten uit het mesolithicum gedaan en daarom dachten we eerst dat deze vondst ook maar 8.000 tot 9.000 jaar oud was”, vertelt Niekus. „Ook dan zou de vondst bijzonder zijn geweest, want ook uit die tijd vinden we niet vaak werktuigen met een handvat van teer, dat ervoor zorgde dat iemand goed grip had bij het schrapen en snijden.” Maar een C14-datering in Groningen van de organische zwarte substantie die aan de onderkant om het werktuig was ‘gewikkeld’ maakte duidelijk dat de kleine schraper en het teer 50.000 jaar oud zijn. „De enige mensachtige die toen in het gebied voorkwam, was de neanderthaler.”

Verankerde kennis

Chemische analyse door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vertelde dat de ‘versteende’ zwarte substantie berkenteer was. In het Italiaanse Campitello en het Duitse Königsaue zijn eerder ook al neanderthalerwerktuigen met berkenteerresten gevonden. Het Duitse werktuig is ongeveer 45.000 jaar oud en het Italiaanse 200.000 jaar. „Het gaat dus om lang verankerde kennis bij de neanderthalers”, zegt Geeske Langejans van de TU Delft en de Universiteit Leiden. Twee jaar geleden heeft ze met andere onderzoekers met behulp van experimentele archeologie vastgesteld dat er verschillende methoden waren om berkenteer te winnen.

Replica’s van berkenbast, teer en een werktuig met berkenteer Foto Paul R.B. Kozowyk

Een eenvoudige manier was berkenbast onder gloeiende as stoppen en na verloop van tijd de teer uit de bast schrapen. Bij de meest ingewikkelde methode werd een bakje ingegraven met daarop een rooster met berkenbast. Hieromheen werd een soort oven gebouwd van aarde. Aan de buitenkant werden stenen geplaatst, die werden verhit door brandend hout. Langejans: „Bij deze methode is de temperatuur, die kan oplopen tot 400 graden, het beste te regelen en is de opbrengst het grootst. Ook kost hij veel minder tijd en energie. Uit de analyse van de samenstelling van het berkenteer blijkt dat voor het werktuig deze laatste methode moet zijn gebruikt.”

Het werktuigje speelt door zijn handvat van teer een rol bij de discussie over de evolutie van complexe technologie, zegt Niekus. „De hypothese is dat daarvoor tamelijk grote groepen en leven op een vaste plek nodig waren. Maar neanderthalers leefden in kleine groepen en waren zeer mobiel, zeker in Doggerland, zoals het in de ijstijden drooggevallen land van de Noordzee wordt genoemd.” De levensomstandigheden waren er ook nog eens extreem, met kou en een toendralandschap met hier en daar kleine berken en dieren als de mammoet en de wolharige neushoorn. „Neanderthalers investeerden in Noordwest-Europa in technologie om ecologische risico’s als voedseltekorten te verlagen”, meent Niekus.

De vondst, die in het Rijksmuseum van Oudheden in een speciale vitrine op de begane grond is te zien, maakt in ieder geval nog eens duidelijk dat de Noordzee rijk is aan vondsten uit de Oude Steentijd. Niekus: „Hij komt uit dezelfde geologische laag als neanderthalervuistbijlen en het stukje neanderthalerschedel die eerder zijn gevonden.”

Lees ook: De herontdekking van het verzwolgen Noordzee-land