Geweld op straat

Bond: boa’s krijgen wapenstok en pepperspray

Overleg op hoog niveau heeft „een belangrijke doorbraak” opgeleverd in het bewapenen van boa’s, stelt de Nederlandse BOA Bond. De bijzondere opsporingsambtenaren, herkenbaar aan jassen waarop ‘Handhaving’ staat, zouden onder voorwaarden wapenstok en pepperspray mogen dragen, is te lezen in een gezamenlijke verklaring waarover de Volkskrant maandag als eerste berichtte.

De eis van boa’s om zich te kunnen wapenen tegen geweld op straat stuitte tot nu toe op verzet, onder meer van de politie. Daarin lijkt verandering gekomen te zijn. Na overleg tussen boa’s, minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en vertegenwoordigers van de politie werd geconcludeerd dat ook de boa „optionele geweldsmiddelen” moet kunnen gebruiken „om zichzelf te beschermen tegen (dreigend) lichamelijk letsel”, aldus de verklaring.

Het belangrijkste bezwaar tegen het bewapenen van boa’s is dat het geweldsmonopolie bij de staat ligt. De boa’s die in de openbare ruimte hun werk moeten doen, zijn in dienst van de gemeente.

Bij geweld moeten handhavers zich terugtrekken en politie waarschuwen, zei korpschef van de Nationale Politie Erik Akerboom in februari in NRC. De Utrechtse burgemeester en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten Jan van Zanen stelde in hetzelfde artikel dat brandweerlieden en baliemedewerkers ook niet bewapend worden, terwijl die evengoed met geweld te maken krijgen.

Toch vragen boa’s al langer om meer mogelijkheden om zich te verdedigen. De doorbraak waarover de bond spreekt, is het koppelen van de bewapening aan een zogenoemde verdedigingsinstructie. Dat zal worden vastgelegd in speciale regelgeving voor boa’s, in plaats van via de huidige koppeling aan de politiewet. (NRC)