Recensie

Recensie Beeldende kunst

Geëngageerd werk voor Prix de Rome vraagt aandacht voor het onderbelichte

Beeldende kunst Identiteit, klimaat, financiële constructies en de zorg: daarover gaat het bij de genomineerden voor de Prix de Rome. Wat de kanshebbers verbindt is de zoektocht naar onderbelichte stemmen en fenomenen.

Esiri Erheriene-Essi maakt krachtige, kleurrijke schilderijen van alledaagse taferelen met mensen uit de Afrikaanse diaspora.
Esiri Erheriene-Essi maakt krachtige, kleurrijke schilderijen van alledaagse taferelen met mensen uit de Afrikaanse diaspora. Foto Daniel Nicolas

Een stem geven aan iets wat ten onrechte niet wordt opgemerkt, daarom draait het bij alle vier de genomineerden voor de Prix de Rome dit jaar. De kunstenaars die kans maken op de prijs – 40.000 euro en een werkperiode in Rome – presenteren nieuw en nadrukkelijk geëngageerd werk in het Stedelijk Museum in Amsterdam: het gaat over identiteit, klimaat, financiële constructies en de zorg. Wat hen verbindt is dat ze, met de tijdgeest mee, aandacht vragen voor onderbelichte stemmen of fenomenen.

In het werk van Esiri Erheriene-Essi (1982) is dat het meest duidelijk. Zij maakte onder de titel The Inheritance (or Familiar Strangers) een serie krachtige, kleurrijke schilderijen van alledaagse taferelen met mensen uit de Afrikaanse diaspora. Het aansnijden van de taart op een verjaardag, een uitstapje met de kabelbaan: de beelden zijn ontzettend gewoon, maar de buttons die in de schilderijen te vinden zijn – met opdrukken van onder andere Martin Luther King en de tekst ‘Black Power’ – maken duidelijk waar het Erheriene-Essi óók om te doen is: het vergroten van de zichtbaarheid van zwarte cultuur. „Het afbeelden van het alledaagse is (helaas) een politieke daad”, schrijft ze in de begeleidende tekst. De sprankelende manier waarop deze schilderijen geschilderd zijn maakt dat ze, ook zonder deze politieke lading, nog zullen overtuigen.

Je laten horen

Kunst als een manier om je te laten horen is ook de kern van The Undercurrent, de film die Rory Pilgrim (1988) maakte. In zijn dromerig gefilmde muzikale documentaire volgt hij een groep jonge Amerikaanse klimaatactivisten. In de film vertellen de jongeren over de camera, en vloggen, als manier om hun verhaal te vertellen, de muzikale fragmenten in de film bewijzen dat zang een net zo krachtig middel is.

Rory Pilgrim volgt in een dromerig gefilmde, muzikale documentaire een groep jonge Amerikaanse klimaatactivisten. Foto Daniel Nicolas

De film is bij vlagen heel erg zoet – vooral wanneer de jongeren recht in de camera zingen en vervolgens hand in hand naar buiten slingeren – maar met die emotionele middelen weet Pilgrim ondertussen wél een boodschap over te dragen.

Dat lukt minder goed in Diving Reflex (Because We Learned Not to Drown, We Can Sing), waarin een heel andere zoektocht naar het vinden van een stem centraal staat. Kunstenaar Femke Herregraven (1982) doet onderzoek naar financiële constructies waarmee geld te verdienen is aan potentiële catastrofes, en de ‘wateraaphypothese’ – het idee dat de mens afstamt van primaten die een neurologische verbinding tussen de keel, mond en hersenen ontwikkelden tijdens het duiken.

Het 3D-model van een keel door Femke Herregraven. Foto Daniel Nicolas

Door onder water te vluchten voor gevaar, zouden we onze stem hebben ontwikkeld. In haar installatie, die bestaat uit een dystopisch landschap van kunststof kratten, een video van een containerschip in zwaar weer, hijgende en pruttelende geluiden en een 3D-model van een keel, krijg je van die ideeën maar weinig mee. Herregraven wil veel, maar geeft de toeschouwer te weinig handvatten om mee te gaan.

Steriele omgevingen

Wel meteen prikkelend is Accidents Waiting to Happen van Sander Breure (1985) & Witte van Hulzen (1984). In een geslaagde combinatie van performance en sculptuur trekken zij de parallel tussen het ziekenhuis en het museum: beide steriele omgevingen die gericht zijn op conserveren (van het lichaam, van kunst), en ruimtes waar je het leven vanaf een afstand beziet.

Bij Sander Breure & Witte van Hulzen vertolken performers typische ziekenhuisbewegingen. Foto Daniel Nicolas

Performers lopen rond door een felverlichte zaal en vertolken typische ziekenhuisbewegingen: met de hand voor één oog, mond open en ‘áááá’ zeggen, onrustig afwachten. Bekende bewegingen, die zo gewoon zijn dat je ze niet opmerkt, maar in deze context gaan spreken. De combinatie van acteurs en levenloze sculpturen die doktoren en patiënten voorstellen maakt dat de kwetsbaarheid van de mens nog krachtiger tot uitdrukking komt.

Bekendmaking en uitreiking van de Prix de Rome door koningin Máxima is op 31/10 in Stedelijk Museum A’dam.