Het gevaarlijkste werk wordt gedaan door anonieme ‘fixer’ van de journalist

Journalistiek De fixer is de sherpa van de westerse pers. De anonieme lokale helper van de buitenlandse correspondent loopt risico als zijn opdrachtgever al weer veilig thuis zit. Het is „journalistiek imperialisme”.

Illustratie Tomas Schats

In april van dit jaar, in een voorjaar vol Indiaas verkiezingsnieuws, bereikte bij Neha Dixit de frustratie over de internationale media een dieptepunt. De onderzoeksjournalist, bekend en geprezen in India, kreeg het ene na het andere mailtje van buitenlandse collega’s: kon ze even de data uit de laatste peilingen duiden? Contacten aanhalen voor interviews? Een invalshoek bedenken voor een tv-crew die niet bekend was in New Delhi? De nonchalance in die verzoeken stak haar.

Geen van de buitenlandse media dacht eraan de onderzoeksjournalist zelf als verslaggever in te huren. Nee, de vraag was of ze als ‘fixer’ kon opereren, als manusje-van-alles. Die functie lijkt in laatste jaren steeds vanzelfsprekender geworden in de internationale pers – alleen krijgen fixers er zelf amper erkenning voor, blijkt uit een veelbesproken stuk in het Amerikaanse vaktijdschrift Columbia Journalism Review (CJR).

De fixer heeft geen strak omlijnde taakomschrijving. Over het algemeen wordt de term gebruikt voor lokale assistenten die zich ontfermen over ‘bezoekende’ journalisten uit het buitenland. Vaak zijn zij zelf (freelance) journalisten. Ze treden op als researcher of producer, regelen de benodigde papieren en maken afspraken voor interviews, die ze vervolgens vertalen. Veel buitenlandreportages zouden zonder fixer niet verschijnen in kranten of op tv. De assistenten zijn essentieel voor correspondenten en crisisverslaggevers, stellen journalistieke organisaties. Maar hun werk blijft onzichtbaar.

De fixers die in het CJR-artikel worden opgevoerd spreken zelfs van een vorm van „journalistiek imperialisme”. Vaak is de fixer actief in een oorlogsgebied of ‘moeilijk’ ontwikkelingsland, en is de correspondent een westerse journalist van een beroemde publicatie die voor een relatief korte periode daar naar afreist. Het Global Reporting Center, dat in 2016 en 2017 450 journalisten uit zeventig landen ondervroeg over werken in het buitenland, typeerde de relatie tussen correspondent en fixer als een van „verontrustende machtsongelijkheid”.

Fixers bieden hun diensten aan via Facebookgroepen of worden onderling door verslaggevers aangeraden. „Tegenwoordig ga je zelden nog op pad zonder dat een fixer voorwerk heeft gedaan, zeker als je een gevaarlijk gebied in gaat”, vertelt Catherine Monnet aan de telefoon. Ze is oud-correspondent voor de Franse radio en directeur van de in Parijs gevestigde persvrijheidorganisatie Reporters Without Borders (RSF).

Druk in 24-uursmedia

Monnet herinnert zich een tijd dat de positie nog niet bestond. Gevraagd naar het ontstaan van het vak, denkt zij terug aan haar werk als verslaggever in de Eerste Golfoorlog en de oorlog in Joegoslavië. „Tot de jaren negentig was er wellicht meer tijd. Nu word je geacht vrijwel direct je eerste verslag te leveren. Er staat veel meer druk op, in de 24-uursmedia. Lokale hulp is dan bijna onmisbaar.”

Fixers worden ingehuurd om hun kennis. Ze spreken de taal, kennen de plaatselijke omgangsvormen. Ze zijn op de hoogte van spanningen die onder de oppervlakte liggen, bijvoorbeeld tussen bevolkingsgroepen of stammen. Die kennis komt ook van pas bij de inhoudelijke voorbereiding van verhalen.

Ter plaatse fungeren ze vaak als „beschermengel”, volgens RSF. De fixer moet de correspondent zoveel mogelijk behoeden voor ongemakken, van het vinden van de juiste bronnen tot het navigeren van gevaarlijke checkpoints.

In conflict- of rampgebieden kunnen zij gevaren het beste inschatten. Ze kunnen communiceren met strijdende partijen. Voor een correspondent die de vragen van het Global Reporting Center beantwoordde, was de rol van een fixer glashelder: waag het diens advies te negeren en voor je het weet stap je op een landmijn – letterlijk of figuurlijk.

Fixer blijft achter

Terwijl de (westerse) verslaggever een beperkte periode aan het front is en bij gevaar zelfs wordt teruggeroepen naar de redactie, blijft de fixer meestal achter. Journalisten keren met hun verslagen terug. Lokaal ongenoegen over hun berichtgeving of asociaal gedrag van de vertrokken opdrachtgever, wordt vervolgens gebotvierd op de fixers. Van de fixers die de enquête van het Global Reporting Center invulden, zei 56 procent dat zij vaak direct in gevaar werden gebracht door het werk of de houding van de journalist die hen inhuurt. De vraag toont hoe de percepties verschillen: meer dan 70 procent van de journalisten zei dat ze nooit of zelden een fixer in gevaar hebben gebracht.

Het werk van verslaggevers in conflictgebieden is steeds gevaarlijker, aldus ngo’s. Journalisten worden vaker als doelwit gezien, bijvoorbeeld voor kidnapping om losgeld. En in sommige conflicten zijn journalisten zelfs ronduit de vijand. Monnet: „Voor fixers is het gevaar nog groter. Hun lokale achtergrond kan een nadeel blijken als de journalist weer vertrokken is.”

Ook de lokale werk- en leefomstandigheden hebben hun weerslag op de assistenten. Zij vertellen niet alleen verhalen uit crises, maar ondervinden die vaak aan den lijve. „Het is niet alleen een kwestie van ongelijkheid, maar ook van isolement. Er is voor de fixers geen nazorg of beloning”, aldus Monnet.

Net als freelancers

De fixers worden ingeschakeld als plots het oog van de nieuwsindustrie zich op ‘hun’ gebied richt en journalisten in allerijl informatie moeten vergaren. Andersom kunnen de lokale assistenten vaak maar weinig steun eisen van de internationale media voor wie ze werken.

Eigenlijk, stelt Monnet, is de positie van de fixers nog het meest vergelijkbaar met die van freelance verslaggevers. Ook voor hen worden geen verzekeringen of vrije dagen geregeld. RSF maakt zich even sterk voor de bescherming, bevrijding of vrijspraak van fixers als zij voor (freelance) journalisten zou doen.

Sinds enkele jaren worden incidenten met of mishandeling van fixers internationaal door belangenbehartigers opgepakt. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) staat in trainingen voor correspondenten of journalisten die in het buitenland willen werken, stil bij de veiligheid van lokale bronnen en medewerkers, zegt Thomas Bruning (NVJ). „Natuurlijk moet je die zorgvuldig kiezen. Je moet op je fixer kunnen vertrouwen in chaotische situaties. Maar we vertellen ook dat voor de fixers zelf, zo’n klus lastige kanten en consequenties kan hebben.” De NVJ vraagt Nederlandse media zich aan te sluiten bij een Veiligheidsconvenant van het International News Safety Institute (INSI), waarin redacties verklaren zich voor alle werknemers te houden aan veiligheidsvoorwaarden voor risicogebieden. Die overeenkomst betreft ‘alle journalisten, onder wie ook freelancers’. Bruning: „Het is een beetje de vraag hoe ver die term reikt, maar de gedachte is wel dat de redacties zich ook bekommeren om de mensen die op lokaal niveau zorgen dat een stuk wordt gemaakt.”

Daarnaast vinden veel organisaties dat de fixers meer erkenning moeten krijgen. Nu staan zij niet vermeld in de byline, de beloning van gedane arbeid: je naam bij een artikel of televisie-item. Zo zijn de fixers dus nergens in beeld, voor de redacties noch het publiek.

Dat is ook zo bij NRC: fixers worden slechts zelden genoemd. Correspondenten die voor deze krant werken maken wel gebruik van fixers, al verschilt dat per auteur, regio en het soort verhaal dat zij willen maken. Als het kan, zeggen correspondenten met wie voor dit verhaal is gesproken, maken ze een artikel liever zonder een fixer. Ze willen voorkomen dat hun werk wordt beïnvloed, ook in de voorbereidende fase. In sommige situaties, en zeker waar de veiligheid een probleem is, is hulp echter wel noodzakelijk.

Volgens de fixers die zich in de CJR uitspraken, heeft niet vermelden van hun naam uiteindelijk ook een negatieve weerslag op wat media publiceren. Als de verteller of bijdrager wordt genegeerd, worden misschien ook valide invalshoeken overgeslagen. De roep van die critici is dan ook simpel: geef ons de credits.