John Cooper Clarke laat zich graag Doctor Clarke noemen, een titel die hij dankt aan een eredoctoraat.

Foto Gerald Jenkins

De Tien Geboden van de punkpoëzie volgens Doctor John Cooper Clarke

Interview Punkdichter John Cooper Clarke bracht een nieuwe bundel uit en komt voor drie optredens naar Nederland. „Wachten op inspiratie is voor amateurs.”

Punkdichter John Cooper Clarke liet rond 1977 voor het eerst van zich horen in het voorprogramma van bands als Buzzcocks en The Sex Pistols. Met ritmische gedichten als ‘Evidently Chickentown’ en ‘I Married a Monster from Outer Space’ werd hij de popster onder de punkdichters. In 2013 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit van Salford, gevolgd door zijn recente bundel The Luckiest Guy Alive. Onderweg op een tournee die hem voor drie optredens naar Nederland brengt, reageert Doctor Clarke (70) telefonisch op de hem voorgelegde Tien Geboden van de Punkpoëzie.

1. Gij zult spreken met scherpe tong

John Cooper Clarke: „Een scherpe tong is de minimumeis voor een performer die boven een punkpubliek uit wil komen. Eind jaren 70 waren mijn fans niet alleen rumoerig, maar ook brutaal genoeg om me constant in de rede te vallen. In de loop der jaren heeft mijn publiek zich verbreed. Alle generaties zijn nu vertegenwoordigd, van zestien tot tachtig. Mijn grote voordeel is dat ik de microfoon heb, en zij niet.”

2. Gij zult geen saai leven leiden

„Verveeld heb ik me nooit. Ik ben tien keer de wereld rond geweest. Mijn optredens mogen dynamisch en opwindend zijn, maar mijn poëzie ontstaat uit concentratie en reflectie. Wachten op inspiratie is voor amateurs. Bij mij komt er veel denkarbeid aan te pas. Als daar slapeloze nachten voor nodig zijn, neem ik die voor lief.”

3. Gij zult ritmisch dichten

„Ritme is de motor van alle rock-’n-rollpoëzie. Essentieel voor een liveperformer. Chuck Berry was mijn grote voorbeeld. In het verleden heb ik met backingtracks gewerkt, maar daar ben ik van af gestapt. Mijn gedichten zijn ritmisch op hun eigen voorwaarden. Als je daar bas en drums achter zet is het alsof je ze vastspijkert aan de vloer.”

4. Gij zult rijmen om het rijmen

„De songschrijvers Rodgers & Hart waren de grootsten. Voor Mel Tormé schreven ze: In a mountain greenery / where God paints the scenery (…) Beans could get no keener / reception in a beanery. Is dat rijmen om het rijmen, of schuilt er een diepere laag van aangrijpende liefdespoëzie achter? Het is mijn ideaal om dat rijmschema nog eens in diepgang te overtreffen. Mijn korte gedicht Necrophilia komt in de buurt, wanneer ik ‘palaver’ op ‘cadaver’ laat rijmen.”

5. Gij zult de haiku als dichtvorm koesteren

„Zeventien lettergrepen, eerst vijf, dan zeven, dan vijf per regel. Een uiterst precieze dichtvorm, uitgevonden door de Japanners. Als je lang genoeg bezig bent met het verzinnen van haiku’s ga je vanzelf in dat stramien denken. Het is niet altijd eenvoudig, zoals ik heb verwoord in mijn Haiku No. 1: To freeze the moment / In seventeen syllables / Is very diffic.

6. Gij zult stijlvol gekleed gaan

„Een herkenbaar silhouet is mijn enige podiumattribuut. Het publiek herkent mij aan mijn strakke kostuum, mijn puntlaarzen, mijn wilde haar en mager postuur. Godzijdank heb ik er nooit moeite voor hoeven doen om mijn sprietige gestalte in stand te houden. Dik worden past gewoon niet in mijn natuur.”

John Cooper Clarke: „Het publiek herkent mij aan mijn strakke kostuum, mijn puntlaarzen, mijn wilde haar en mager postuur.”

Foto Gerald Jenkins

7. Gij zult uw afkomst niet verloochenen

„Mijn accent is dat van Salford bij Manchester, maar ik kan me overal ter wereld verstaanbaar maken. In het gedicht ‘Beasley Street’ schets ik een armoedige buurt die geënt is op Camp Street in Salford. De goede verstaander zal opmerken dat er een element van fictie in de tekst is geslopen. Armoe heeft intussen plaats gemaakt voor gentrificatie. Daarom heb ik een update gemaakt over ‘Beasley Boulevard’, met zijn hondensalons en pubs waar alleen nog nette mensen worden binnengelaten.”

8. Gij zult uw academische titel koesteren

„Sinds 2013 mag ik mij Doctor John Cooper Clarke noemen, dankzij mijn eredoctoraat aan de Universiteit van Salford. Ik pronk graag met mijn titel. Helaas betekent mijn doctorschap nog niet dat ik gerechtigd ben een blindedarmoperatie uit te voeren.”

9. Gij zult publiceren in boek- of in plaatvorm

„Platen zijn dierbare relikwieën van vroeger. Ik heb enkele zeer fraaie exemplaren op mijn naam staan. Mijn recente werk is verzameld in de bundel The Luckiest Guy Alive, met een prachtige omslag van kunstenaar Peter Blake. Mijn advies is om mijn werk tot je te nemen door het hardop te lezen. Het helpt als je het mij zelf een keer hebt zien doen.”

10. Gij zult leven alsof er geen regels zijn

„Ik ben een vrijdenker maar heb me altijd aan de wet gehouden. De beginselen van de rechtsstaat en een traditie van zachtaardigheid zijn essentiële componenten van de beschaving. Leer dat van een oude punkdichter.”

The Luckiest Guy Alive is uit bij Picador Poetry, ISBN 978-1-5098-9605-9. Optredens 24/10 Paard, Den Haag, 25/10 dB’s, Utrecht, 26-10 Q-Factory, Amsterdam.