Boa’s moeten zich toch kunnen verdedigen met wapenstok of pepperspray

Boa’s vragen al lang om wapens voor zelfverdediging, maar stuitten altijd op verzet. Daarin lijkt nu verandering gekomen te zijn.

Boa's vragen om middelen om zich te beschermen tegen geweld tijdens een actie op de Dam in Amsterdam, eind april.
Boa's vragen om middelen om zich te beschermen tegen geweld tijdens een actie op de Dam in Amsterdam, eind april. Foto Lex van Lieshout/ANP

Overleg op hoog niveau heeft „een belangrijke doorbraak” opgeleverd in het bewapenen van boa’s, zo stelt de Nederlandse BOA Bond. De bijzondere opsporingsambtenaren, op straat bijvoorbeeld herkenbaar aan jassen waarop ‘Handhaving’ staat, zouden onder voorwaarden wapenstok en pepperspray mogen dragen, is te lezen in een verklaring waarover de Volkskrant maandag als eerste berichtte.

De eis van boa’s om zich te kunnen wapenen tegen geweld op straat stuitte tot nu toe vooral op verzet, onder meer van de politie. Daarin lijkt nu verandering gekomen te zijn. Na overleg tussen boa’s, minister Ferdinand Grapperhaus en vertegenwoordigers van de politie werd geconcludeerd dat ook de boa „optionele geweldsmiddelen” moet kunnen gebruiken „om zichzelf te beschermen tegen (dreigend) lichamelijk letsel”.

Geweldsmonopolie

Het belangrijkste bezwaar tegen het bewapenen van boa’s is dat het geweldsmonopolie nu nog bij de staat ligt. De boa’s die in de openbare ruimte hun werk moeten doen, zijn in dienst van de gemeente.

Bij geweld moeten handhavers zich terugtrekken en politie waarschuwen, zei korpschef van de Nationale Politie Erik Akerboom in februari in NRC. De Utrechtse burgemeester en voorzitter van de Vereniging Nederlandse Gemeenten Jan van Zanen stelde in hetzelfde artikel dat brandweerlieden en baliemedewerkers ook niet bewapend worden, terwijl die evengoed met geweld te maken krijgen.

Toch vragen boa’s al langer om meer mogelijkheden om zich te verdedigen. Zo wilden zij met Koningsdag gaan staken, wat de rechter uiteindelijk in verband met de openbare orde en veiligheid verbood. „Wij staan steeds vaker in de frontlinie in de plaats van de politie, maar met een lege riem. Zoals een bouwvakker zonder veiligheidshelm en een scheidsrechter zonder rode kaart”, zegt een van hen op de site van de Nederlandse BOA Bond.

Pieter van Vollenhoven, voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid, vindt het „onzinnig” dat handhavers bij geweld een stap terug moeten doen, schreef hij eerder in NRC.

Afspraken en pilot

De doorbraak waarover de bond spreekt is het koppelen van de bewapening aan een zogenoemde verdedigingsinstructie. Doordat de boa’s hun wapens alleen mogen gebruiken voor hun eigen veiligheid, wordt volgens hen geen inbreuk gemaakt op het geweldsmonopolie. Dat zal worden vastgelegd in speciale regelgeving voor boa’s, in plaats van een koppeling aan de politiewet - zoals het nu geregeld is.

De nieuwe regels moeten nog worden uitgewerkt. Dat zal dit najaar gebeuren, is te lezen in een verklaring na het overleg met de minister. Een nauwere samenwerking tussen de politie en de boa’s zal onderdeel zijn van die afspraken. Met de wapens voor boa’s wordt eerst geëxperimenteerd in een pilot in meerdere steden. Overigens hebben sommige gemeenten al wapens voor hun opsporingsambtenaren, maar daarbij gaat het vooralsnog om uitzonderingen. Een situatie die volgens de BOA Bond tot willekeur heeft geleid.

De gemaakte afspraken gaan over boa’s die werken in de openbare ruimte, een van de zes werkterreinen waar de bijzondere opsporingsambtenaren actief zijn. De andere domeinen omvatten onder meer hoofdconducteurs, gevangenenvervoerders, boswachters en arbeidsinspecteurs. Ze zijn te herkennen aan een insigne van een vuistje met een schild en scepter.