Voor topscorer Frédérique Matla even geen plaats in de Nederlandse hockeyselectie

Hockey Frédérique Matla (22) maakte zondag haar honderdste doelpunt. Toch is de topscorer voorlopig gepasseerd voor Oranje.

Tegen Bloemendaal maakte Den Bosch-spits Frédérique Matla zondag het honderdste doelpunt in haar loopbaan.
Tegen Bloemendaal maakte Den Bosch-spits Frédérique Matla zondag het honderdste doelpunt in haar loopbaan. Foto Orange Pictures/Frank Fotos

Ze maakt ze nooit op deze manier. Bij de tweede paal, wachtend. Een bal vanaf de rechterkant komt ietwat gelukkig voor haar stick, ze heeft haar blik nog niet op het doel. Ze moet snel reageren om ’m in te tikken. Gaat normaal nóóit goed, zegt Frédérique Matla. Stuit die bal weg, komt-ie op haar voet. Maar ze had zichzelf goed gepositioneerd, met haar stick aan de grond: het zou haar niet weer overkomen.

Nee, de honderdste goal die Matla in totaal in haar hockeyloopbaan maakte, voor haar club Den Bosch en voor het Nederlands team, was geen ‘typische Matla’. „Maar eigenlijk wel lekker dat dit dan de honderdste was. Kan die in het assortiment erbij. Voor herhaling vatbaar.”

De mijlpaal was haar niet ontgaan. Althans, ze had het wel eerst moeten lezen op hockey.nl. Ook het publiek bij de wedstrijd tegen Bloemendaal (3-0) was op de hoogte. Na de wedstrijd stonden er twee meisjes klaar om met Matla op de foto te gaan met een zelfgemaakt spandoek ter ere van haar jubileumtreffer. De clubdoelpunten houdt ze zelf niet bij, de treffers bij Oranje wel, omdat ze ook haar interlands telt. Ja, ze weet haar eerste goal voor Den Bosch nog wel – denkt ze althans. 2013 moet het zijn geweest. Een play-offwedstrijd, één op één met de keeper. „Dat was wel een leuke.”

Backhand

Als haar honderdste dan geen typische Matla-goal was, dan is de vraag wat dat wel is. „Eentje met mijn backhandslag, denk ik. Maar eigenlijk heb ik geen idee wat voor goals ik allemaal maak.” Haar coach Raoul Ehren vond een bal die ze miste zondag – „ze had er wel vijf of zes kunnen maken” – eerder typerend voor Matla. Actie vanaf de middenlijn, sterker en sneller dan de verdedigers, en dan binnenschieten. „Maar zo’n bal in de korte hoek missen, is niets voor haar.”

Honderd doelpunten dus, voor een speelster van nog maar 22. Zestig voor Den Bosch, inclusief goals op Europese clubtoernooien, en veertig voor Oranje – in 67 interlands. Vooral dat laatste is een onwerkelijk gegeven, als je beseft dat Matla nog geen drie jaar geleden haar debuut maakte in het Nederlands team. Ook scoorde niemand dit seizoen in de hoofdklasse bij de vrouwen meer dan zij: zeven keer al. En díé speelster, met haar zeldzame productie, kreeg in september van bondscoach Alyson Annan voor het eerst te horen dat ze niet werd opgenomen in de trainingsgroep. Verbazing alom, ook bij Matla zelf.

Annan gaf haar een lijstje met dingen waar ze aan moet werken. Wat daarop staat, is bewust tussen beiden gebleven. Ook een maand later willen Annan („Ik houd alles intern, zoals met Matla is afgesproken”) en Matla daar niets concreets over kwijt. Maar er moeten dingen beter, en er kúnnen ook dingen beter. Dat wist Matla ook al voor het gesprek waarin haar het nieuws werd meegedeeld.

Dat ze goed is, daar bestaat geen twijfel over. „Ten eerste door haar scoringstechnieken in de cirkel”, zegt Ehren. „Ze beheerst ze allemaal. Ze heeft daarnaast de snelheid en de kracht. Ze kan mensen passeren uit het niets. Er zijn niet veel speelsters die alles hebben.” Inmiddels is ook de strafcorner, waarop ze sinds vorig jaar twee keer per week met Maartje Paumen traint, een extra wapen. Afgelopen zondag benutte ze er weer eentje, uit twee pogingen. Ehren: „Ze heeft zoveel wapens, ze is dodelijk effectief.”

Wake-up-call

Maar waar schort het dan aan? Scoren is niet alles, zegt Matla. „Voordat ik bij Oranje kwam, scoorde ik nooit. Opeens ben ik de vrouw die de goals maakt. Het hoort bíj mijn spel, maar ís niet mijn spel. Ik ben geen Kim Lammers, die bij de tweede paal goals maakt. Ik heb de potentie er meer uit te halen.” Dat ziet ook Ehren, die concreter is. „Ze moet zorgen dat ze nog meer betrokken raakt bij het spel, nog meer aanspeelbaar is, beter positie kiest. Ook meer meedoen nadat de bal bij haar vandaan is gekomen. Maar ik zie dat ze sterker wordt, fitter ook.”

Matla ziet dat zelf ook. Noem de afwijzing voor Oranje maar een wake-up-call. Ze heeft nog goed contact met Annan. „Het is niet ‘uit het oog, uit het hart’ of zo.” En ze ligt op schema om in december – hopelijk – terug te keren bij Oranje, in de trainingsselectie voor de Olympische Spelen van Tokio. Daar moet en zal ze volgend jaar staan. „En dan ook de beste speelster zijn die ik kán zijn.”