‘Radicale onzekerheid’ verlamt de wereldeconomie

Jaarvergadering IMF De politieke vooruitzichten in de wereld zijn zo ongewis dat het ten koste begint te gaan van de welvaart. Intussen blijft de slagkracht van het IMF beperkt.

Kristalina Georgieva (links), Christine Lagarde (midden) en Antonio Guterres (rechts) tijdens de de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds in Washington.
Kristalina Georgieva (links), Christine Lagarde (midden) en Antonio Guterres (rechts) tijdens de de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds in Washington. Foto Stephen Jaffe / AFP

Geen wapenstilstand, maar vrede in het handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China. Dat wenste directeur Kristalina Georgieva van het Internationaal Monetair Fonds dit weekeinde tijdens de jaarvergadering van het IMF in Washington.

Haar verzuchting kenmerkte de sfeer bij het internationaal economisch overleg, waar ministers van Financiën, centrale bankiers en financiers uit 189 landen samenkomen. Want de wereldeconomie staat in de wachtstand. Er wordt gewacht op een daadwerkelijke oplossing van alle handelsconflicten die de regering-Trump is aangegaan. Op Brexit, in welke vorm dan ook. Op duidelijkheid over alle geopolitieke spanningen van dit moment. Op het verloop van de afzettingsprocedure van president Trump die in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is gestart en die in een stroomversnelling lijkt te raken.

Al die onzekerheid knaagt aan het vertrouwen van ondernemers en beleggers. Het IMF schaalde zijn prognose voor de wereldeconomie in 2019 terug tot nog maar 3 procent economische groei, het laagste sinds de financiële crisis. Voor 2020 staat een herstelletje tot 3,4 procent in de boeken, maar buiten het IMF zelf geloven veel voorspellers bij economische en financiële instellingen daar inmiddels al niet meer in.

Lees ook: Zwakste groei wereldeconomie in tien jaar

Uitstellen van beslissingen

De chef-econoom van het IMF Gita Gopinath zei dat alleen al het Amerikaans-Chinese handelsconflict de wereldeconomie tussen 2018 en 2020 0,8 procent economische groei kost. En dat is niet zozeer toe te schrijven aan de handelsbarrières en -tarieven zelf. Het gaat om het wachten. Om het uitstellen van investeringsbeslissingen. Over de onzekerheid over productielocaties.

Mervyn King, de voormalige topman van de Britse centrale bank, noemde de situatie in de wereld er een van „radicale onzekerheid”. Dat moet letterlijk worden genomen. Onzekerheden zijn een spookbeeld voor een econoom. Met risico’s valt te werken, ze zijn te herkennen en te beprijzen. Met onzekerheden kun je niets. „Radicale onzekerheid”, zei King, tegenwoordig hoogleraar in Londen en New York, „betekent dat we ons niet kunnen verlaten op economische modellen die kennis veronderstellen die we niet kunnen hebben”.

King wees erop dat het herstel na de Grote Recessie van 2008 veel minder sterk is dan dat na de Grote Depressie van de jaren dertig. De economische groei per hoofd van de bevolking zou tot aan 2028 5,5 procent per jaar moeten bedragen om het verschil nog goed te maken. En die kans is verwaarloosbaar. De economische crises van de jaren dertig en de jaren zeventig, toen de economische theorie niet toereikend bleek om te verklaren wat er aan de hand was, leidden tot een verlies van vertrouwen in de vrije markt en democratie. Die reflex is er ook in de nasleep van de crisis van 2008. Nóg een financiële crisis daar overheen, zei King, kunnen we ons niet meer permitteren. Maar een nieuwe kijk op de economie, een nieuw recept zoals na de vorige crises werd geformuleerd, is er nog niet. Geen nieuwe John Maynard Keynes, geen nieuwe Milton Friedman.

Tegenstrijdigheden

Alle zeilen moeten bij, zei IMF-directeur Georgieva. Maar hoezeer de grenzen van het huidige beleid worden verkend, bleek uit de tegenstrijdigheden die het IMF zelf uitstraalde. Chef-econoom Gopinath gaf op dinsdag tijdens de presentatie van de nieuwe IMF-ramingen haar zegen aan het steeds ruimere monetaire beleid van centrale banken, en riep landen die zich dat kunnen permitteren op tot een soepeler begrotingsbeleid. Maar een dag later liet hetzelfde IMF zich van een heel andere kant zien. De afdeling financiële stabiliteit sloeg alarm over zeepbellen als gevolg van de lage rentes en de ‘draaiende geldpersen’ van de centrale banken. En de afdeling begrotingsbewaking waarschuwde in de halfjaarlijkse Fiscal Monitor voor te hoge staatsschulden.

Dat ook de scheidend president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, tegenover de IMF-vergadering wees op het risico van zeepbellen op de Europese beurzen en onroerend-goedmarkten, werd door sommige aanwezigen overigens gezien als een hogere vorm van ironie. Juist vorige maand drukte Draghi er bij de ECB nog een extra renteverlaging én een herstart van het opkopen van staatsobligaties door.

Het voorlopige antwoord in Washington op alle onzekerheden was het koesteren van organisaties als het IMF en de Wereldbank als de fora waarin in ieder geval nog vrij van gedachten wordt gewisseld door de internationale beleidsmakers. En dat blijkt nodig. Vlak na de crisis van 2008 stond de groep van zeven belangrijkste industrielanden, de G7, zijn functie als besluitvormer af aan de G20, een veel bredere groep van landen die belangrijk zijn voor de wereldeconomie, waaronder ook China en bijvoorbeeld Saoedi-Arabië. Maar na een veelbelovend begin lijkt de G20 weg te zinken, ook omdat de VS er weinig moeite in steken.

Golfresort

De regering-Trump lijkt, als overleg dan toch moet, de voorkeur te geven aan de G7. Juist donderdag kondigde Trump aan het volgende overleg van dat forum te organiseren in zijn eigen golfresort in Florida. Nadat daar een storm van kritiek over losbrak, trok Trump het plan zaterdag weer in, na „geschifte en irrationele vijandigheid van zowel de media als de Democraten”, aldus een tweet van de president.

Zijn de Wereldbank (de wereldwijde ontwikkelingsbank) en het IMF slagvaardig genoeg om de wereldeconomie door de periode van ‘radicale onzekerheid’ te helpen laveren? „In een steeds meer gepolariseerde wereld is de Wereldbank een goede plek om toch tot overeenstemming te komen”, zei de Nederlander Axel van Trotsenburg, sinds vorige week de tweede man bij de Wereldbank desgevraagd. „Er zijn zoveel grensoverschrijdende problemen, en als internationale organisatie moet je dat begrijpen.” Opvallend is dat de Wereldbank de afgelopen tijd een recordhoeveelheid nieuwe fondsen wist aan te trekken, en de ‘oorlogskas’ goed is gevuld.

Van Trotsenburg wijst er op dat er wel eerder perioden zijn geweest van moeizame internationale verhoudingen. „Er was de Koude Oorlog, er was een periode dat er geen relatie van de buitenwereld was met China, de boycot van Zuid-Afrika. Door perioden zijn we ook gegaan.” Op de vraag hoe je dat doet, haalt Van Trotsenburg de Franse staatsman Talleyrand aan: „Dédramatiser la situation”.

Lees ook: IMF: financiële stabiliteit in gevarenzone

Slagkracht

Zowel de Wereldbank als het IMF hebben de laatste jaren aangedrongen op hogere financiële bijdragen van lidstaten, om meer te kunnen doen. De VS deden gewoon mee aan de nieuwe fondsen voor de Wereldbank, bij het IMF ligt dat anders. Dat heeft omgerekend een kleine 600 miljard euro aan door de lidstaten ingelegd vermogen, hetgeen eigenlijk verdubbeld zou moeten worden om genoeg slagkracht te hebben bij een volgende crisis. Die verdubbeling met 600 miljard euro is er in 2016 weliswaar gekomen, maar niet in ideale vorm: er kwamen alleen leningen, geen nieuw kapitaal. Het gaat om een multilaterale kredietlijn van meerdere landen tegelijk (New Arrangement to Borrow), plus bilaterale kredieten van vermogende lidstaten, waaronder Nederland.

Beide regelingen lopen af, en worden verlengd. Maar het zou beter zijn als de kapitaalinleg van de lidstaten, de quota, met 600 miljard euro zou worden opgeschroefd. Dat ligt echter lastig. Het kan gepaard gaan met een verandering van de stemverhoudingen en meer macht voor opkomende landen, met name China. De Verenigde Staten, die dan hun blokkerende minderheid in het IMF zouden kunnen verliezen, houden dat tegen.

En dus, terwijl de internationale bewakers van de financiële stabiliteit steevast aandringen op méér eigen vermogen voor financiële instellingen, moet het IMF zijn taken blijven verrichten met voor de helft geleend geld. Zo blijven de oude machtsverhoudingen van vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen het IMF en de Wereldbank werden opgericht, in beide instellingen intact. Terwijl de radicale onzekerheid de buitenwereld in sneltreinvaart verandert.