Opinie

In onze primeur over de luchtaanval in Irak zat maanden werk

Deze week hadden we een grote primeur: bij een luchtaanval door een Nederlandse F-16 op een wapenopslag bij een Iraaks dorp vielen in 2015 zeker 70 burgerdoden. Hoe ging de verslaggeving in z’n werk? Een reconstructie van een reconstructie.

Deel van het getroffen gebied in Hawija in september 2019.
Deel van het getroffen gebied in Hawija in september 2019. Foto Lex Runderkamp

Eerst was er deze week een klein nieuwsbericht op nrc.nl, donderdagochtend. Daarin stond dat de rechter een verzoek had afgewezen van twee Irakezen aan de Nederlandse overheid om openheid te geven over een bombardement in Irak. De twee konden volgens de rechter niet aannemelijk maken dat de luchtaanvallen waardoor zij in januari 2015 gewond raakten waren uitgevoerd door een Nederlandse F-16.

Even leek het alsof de oorlog die Nederland tussen 2014 en 2018 voerde tegen IS in Irak ook deze week weer verstoken zou blijven van details. Waarbij vielen burgerdoden? Hoeveel? Het kabinet is er al jaren tamelijk zwijgzaam over.

Wat we u die donderdagochtend niet konden vertellen, was dat we op dat moment al wisten hoe we hier een dag later verandering in zouden gaan brengen. Redacteur Kees Versteegh en Midden-Oostencorrespondent Jannie Schipper legden de laatste hand aan een primeur waar ze maanden onderzoek in hadden gestoken.

Vrijdagochtend om 12:00 stond het op nrc.nl: bij een luchtaanval door een Nederlandse F-16 vielen zeker 70 burgerdoden. Dat was de onvermijdelijke conclusie van onderzoek dat NRC samen met NOS deed naar een bombardement op de Noord-Iraakse stad Hawija in de nacht van 2 op 3 juni 2015.

Behalve met de NOS werkten we ook samen met een onderzoeker van het internationale journalistieke project ‘Europe’s Hidden War’. Hoe we het precies aanpakten, kunt u hier lezen.

Dergelijk onderzoek raakt de kern van ons werk. De roep om meer openheid van het kabinet over de gevolgen van de bombardementen in Irak klinkt al lang. Nederlandse F-16’s gooiden daar in de periode tussen oktober 2014 en december 2018 zo’n 2.100 bommen op gebied waar IS-strijders zaten.

De verantwoording van het kabinet aan de Tweede Kamer was aldoor minimaal geweest - met een beroep op de veiligheidssituatie en op de samenwerking met de Verenigde Staten in het gebied.

Nu de operatie is afgelopen heeft de minister meer openheid aangekondigd, maar daar kwam het tot nu toe niet van. Voor ons had wachten sowieso geen zin: ook dan zou immers onze journalistieke vraag zijn of de overheidsinformatie wel klopt. Eigen onderzoek dus. We konden voortbouwen op eerder onderzoek, onder meer van Jannie Schipper en van Kees Versteegh.

In veel opzichten is deze reconstructie nog maar een begin. Er zijn nog veel vragen. Nam het kabinet de risico’s op burgerdoden bewust? Was het een verkeerde inschatting? Intussen kunt u onder meer al verder lezen over de politieke reacties en over de Nederlandse aanpak van schadevergoeding in oorlogsgebied. Maandagochtend kunt u beide auteurs beluisteren over hun onderzoek in de podcast NRC Vandaag.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.