‘Het leger moet alle politici zonder uitzondering opsluiten’

Libanon Wat donderdag begon als een protest tegen een Whatsapp-belasting, is uitgegroeid tot een brede nationale beweging van Libanezen tegen de falende politieke klasse.

Demonstranten tijdens de protesten in Beiroet, Libanon.
Demonstranten tijdens de protesten in Beiroet, Libanon. Foto Mohamen Azakir

Op zaterdagavond, de derde dag, is het protest in Libanon een gigantisch straatfeest. Voor de Grand Sérail, de imposante regeringszetel uit het Ottomaanse tijdperk, hebben activisten een vrachtwagen met luidsprekers geplaatst. Dansende jongens en meisjes vuren de menigte aan. Jongens met blote bovenlijven en Anonymous-maskers marcheren door de menigte en roepen de namen van politici, telkens gevolgd door: „Hij is één van hen.”

In Tripoli, de conservatieve soennitische stad in het noorden, gebeurt op dat moment hetzelfde: op sociale media circuleert een video van een dj die van bovenop een appartementsgebouw een mensenzee doet dansen.

Zelfs in de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waar de sjiitische partij en militie Hezbollah zijn hoofdkwartier heeft, waren er de afgelopen dagen blokkades en spontane straatfeesten, ook al heeft Hezbollah-leider Nasrallah zich zaterdag achter de regering geschaard. Hij is, zeggen de betogers nu, ook ‘één van hen’.

Lees ook: Tientallen gewonden bij demonstratie Beiroet

Wat donderdag begon als een protest tegen een belasting die de regering wilde invoeren op het gebruik van Whatsapp, is uitgegroeid tot een nationale beweging van Libanezen van alle gezindten, leeftijden en sociale achtergronden tegen de politieke klasse die het land al decennialang op desastreuze wijze bestuurt.

„De Whatsapp-taks heeft iets losgemaakt dat zich al heel lang aan het opbouwen was”, zegt Souha, een jonge filmmaker op het protest in Beiroet. „Hij toonde ook aan dat de politici echt geen idee hebben. De mensen waren nog woedend over de bosbranden, en dan doen zij zoiets.”

Bosbranden

Begin vorige week werd Libanon getroffen door meer dan honderd bosbranden die gelijktijdig uitbraken in de groene bergen boven Beiroet. Er moesten blusvliegtuigen uit Cyprus en elders komen omdat de blushelikopters waar bezorgde burgers in 2009 geld voor hadden ingezameld niet konden vliegen: de regering had verzuimd geld vrij te maken voor hun onderhoud. Het was voor veel Libanezen een bewijs te meer dat de politici niet alleen hun werk niet goed doen: zij brengen ook mensenlevens in gevaar.

Toen donderdag in heel het land protest uitbrak tegen de Whatsapp-taks belde de minister van Communicatie diezelfde avond nog naar een tv-zender om de maatregel in te trekken. Maar daar ging het toen al lang niet meer over. Zelfs toen de regering zaterdag een nieuwe begroting goedkeurde zonder de extra belastingen en besparingsmaatregelen waarover de voorbije maanden was beslist, maakte dat voor de betogers geen verschil meer.

De Libanese regering is verplicht om besparingen door te voeren om 11 miljard dollar aan leningen binnen te halen die vorig jaar op een donorconferentie in Parijs zijn toegezegd. Dat zorgt al maanden voor spanningen.

Ambtenaren en veteranen hebben betoogd, de benzinepomphouders zijn al tweemaal in staking gegaan.

Groei tot nul gedaald

Door de slechte economische toestand – de groei is in 2019 tot nul gedaald – raakt de koppeling van het Libanese pond aan de dollar in gevaar. De banken hebben uit voorzorg beperkingen opgelegd voor dollartransacties, maar omdat handelaren die dollars nodig hebben om hun leveranciers te betalen, moeten zij zich wenden tot wisselkantoren, die een hogere koers aanrekenen.

Maar vooral geven de Libanezen uiting aan hun woede over de politieke klasse, die zichzelf schaamteloos heeft verrijkt terwijl de gemiddelde Libanees er steeds op achteruit gaat, en veel Libanezen in het buitenland moeten gaan werken.

Een groepje twintigers loopt zaterdagavond in Beiroet achter een spandoek aan met de tekst: ‘Wat wij nodig hebben is een Ritz-Carlton’.

Dat is een verwijzing naar het gelijknamige hotel in de Saoedische hoofdstad Riad, waar kroonprins Mohammed Bin Salman eind 2017 tientallen miljardairs opsloot tot zij hun geld ophoestten.

„Wij willen dat het Libanese leger alle politici zonder uitzondering opsluit. Dan mogen zij uitleggen hoe zij zo rijk zijn geworden”, zegt een jonge vrouw die haar naam niet wil geven omdat zij dat niet relevant vindt. „En vervolgens moet er een regering van technocraten komen. Want onze politici zijn allemaal corrupt.”

Politici zakkenvullers noemen is in Libanon niet zomaar populisme. Niet alleen behoren de Libanese parlementariërs tot de best betaalde ter wereld, zij worden ook nog eens doorbetaald nadat zij het parlement verlaten hebben, en als zij doodgaan, betaalt de staat hun kinderen uit. Dat kost elk jaar 20 miljoen dollar. De Whatsapp-heffing had jaarlijks 30 miljoen dollar opgeleverd.

In april lag er een voorstel op tafel waarbij de politici de helft van hun loon zouden afstaan om de economische crisis die Libanon nu meemaakt het hoofd te bieden. Maar toen de begroting in juli werd goedgekeurd, was dat plan met stille trom afgevoerd. De enige toezegging die de politici hebben gedaan, is dat zij niet langer vrijgesteld zijn van taksen op geïmporteerde auto’s.

‘Het nieuwe Griekenland’

Het huidige protest komt op een bijzonder precair moment voor Libanon. De financiële media waarschuwen al een jaar dat Libanon een nieuw Griekenland dreigt te worden. Libanon heeft de derde grootste staatschuld ter wereld: 86 miljard dollar of meer dan 150 procent van het bruto binnenlands product.

Het land overleeft dankzij een dubieus systeem waarbij de banken hoge rentes bieden op spaargeld dat zij vervolgens aan de staat uitlenen. Kredietbeoordelaar Moody’s heeft gewaarschuwd dat de rentelasten op die leningen tegen 2021 58 procent van de staatsinkomsten zullen opslokken als er niets gebeurt.

„Noem het gerust een piramidespel, en het staat op instorten”, zei Simon Neaimi, professor Economie en Financiën aan de American University of Beirut vorige week al desgevraagd. „Alle signalen staan op rood, en er moet nog maar één ding gebeuren en we stevenen af op een echte crisis”, waarschuwde Neaimi daags voor het protest losbarstte.

Maar dat lijkt de betogers niet te deren. De Libanezen zijn in de roes van iets dat zij altijd voor onmogelijk hebben gehouden: een brede volksbeweging die de sektarische en politieke tegenstellingen overstijgt.

„Dit is zoveel diverser dan vorige betogingen”, zegt Mutaz, een andere filmmaker in Beiroet. „Ik zie het aan de wegblokkades. De mensen die die bemannen staan daar niet voor hun partij of hun leider. Zij staan daar voor zichzelf.”

Geval apart

Natuurlijk worden er nu vergelijkingen gemaakt met de Arabische Lente. Maar Libanon is altijd een geval apart geweest. Het heeft in 2011 niet meegedaan aan het pro-democratische protest omdat het al een democratie had, zij het een heel disfunctionele.

In Beiroet lopen jongeren nu met vuilniszakken door de menigte om afval op te rapen. Dat doet denken aan het Tahrirplein in Caïro (2011). Maar in Libanon is het ook een verwijzing naar de afvalcrisis van 2015, en het onvermogen van de regering om die op te lossen. Dat leidde toen ook tot massaal protest, maar dat bloedde langzaam dood.

Lees ook: Bij-effect van de afvalcrisis is burgerzin

De feestelijke sfeer in Beiroet vertelt niet het hele verhaal. Na middernacht wordt er geknokt tussen jongeren en de oproerpolitie, die traangas heeft ingezet. In Tripoli vielen donderdag twee doden en zeven gewonden toen de lijfwachten van een ex-minister het vuur openden op betogers.

Politici zijn in Libanon makkelijk herkenbaar omdat zij zich altijd verplaatsen in konvooien van dure terreinwagens met gewapende lijfwachten. Die lijfwachten worden mogelijk nog meer gehaat dan de politici zelf.

Vrijdag ging een video viraal van een jonge vrouw in Beiroet die zo’n lijfwacht in het kruis schopte toen die op het punt stond zijn wapen te gebruiken tegen de betogers. Als politici in Libanon lijfwachten hebben, is dat doorgaans uit angst voor een politieke moordaanslag. Nu hebben ze die lijfwachten nodig om zichzelf te beschermen tegen het volk.