Opinie

De vuurdoop van Marcos Senesi

Wilfried de Jong

Er kwam een dag dat Feyenoord-supporters niet meer hoefden te kauwen op bloembollen. Ze moesten nog heel even geduld hebben. Het dure vlees hing te besterven aan een haak en ging snel in de pan belanden, zo’n lap met een raster van schroeistrepen aan de buitenkant maar van binnen sappig rood.

Het wachten zou worden beloond. De tanden door een krokante korst en dan de smaak van lauw bloed op de tong.

Het was niet onplezierig om te leven met de hoop dat alles goed zou komen, leven met de illusie dat Marcos Senesi de dolende Rotterdamse club bij de hand zou nemen.

Ik dacht de afgelopen weken vaak aan de Argentijnse verdediger met dat loodzware prijskaartje om zijn nek. Aan zijn huilbui toen hij afscheid nam van zijn Argentijnse club. Aan het bloempotkapsel en het baardje. Aan de zon daar, de regen hier.

In mijn hoofd bouwde ik met fantasie een perfecte verdediger. Zo eentje die de rust bewaart, met de bal aan de voet richting het vijandelijke doel durft te snellen en waar nodig een snoeiharde sliding uitvoert met een broek vol moddervegen.

Je moest het natuurlijk niet hardop zeggen, maar Senesi was de verlosser van alle ellende bij Feyenoord. Als deze jongen eenmaal speelde, verdween vanzelf de irritatie over het elftal en de overspannen verhalen van de coach.

Naast hoop was er ook twijfel. Zijn invalbeurt tijdens de wedstrijd tegen FC Emmen was zwak. Maar goed, hij speelde voor het eerst op kunstgras. Je zet een paard ook niet zonder beslagen hoeven op het ijs.

Een vuurdoop in de Kuip. Eindelijk, de Argentijn ging een hele wedstrijd spelen. In de kleedkamer lag een bolletje voetbalkousen als een stilleven boven op zijn gevouwen shirt. Alsof moeder het liefdevol voor haar zoon had klaargelegd.

Nog even en hoop werd ingehaald door realiteit.

Vlak voor aanvang sputterde Jaap Stam nog tegen. We moesten begrijpen dat Marcos moest wennen, vooral aan een ‘stukje communicatie’ met medespelers. In het veld sprak Senesi namelijk alleen Spaans en Engels.

Kijk uit. Achter je. Links. Rechts. Terug. Naar voren.

Hoe moeilijk kan het zijn? Dat begrijp je in één week. Of moest Senesi de vertaling leren van het idioom van Stam? ‘Hoog staan, ruimtes creëren, het aansluiten voor het winnen van de tweede bal.’

Goede voetballers spreken dezelfde taal, die van het spel.

Op het veld stond Senesi klaar voor zijn eerste volledige thuiswedstrijd. Keeper Vermeer praatte nog op hem in en stak een duim omhoog. Ik weet niet of het binnenkwam bij de Argentijn, met al die druk op zijn schouders. Hij speelde een matige wedstrijd, was vaak onzeker en te voorzichtig en werd een paar keer op snelheid geklopt.

Geen verlossing, geen opluchting.

Feyenoord doolde en Senesi doolde mee. Wat ik naderhand miste, was dat jeukerige gevoel van hoop. Bij de club hangt geen lekker vlees meer aan de haak.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.