Oud-renner Marc Goos runt nu een bedrijf voor koeltechniek.

Foto Katrijn van Giel

De pijn, de metalen heup en het conflict van oud-wielrenner Marc Goos

Sportheup Wielrenner Marc Goos brak in 2014 zijn heup en kwam met zijn ploeg Jumbo-Visma in conflict over de ‘Birmingham hip’ die hij liet plaatsen. Deze metaal-op-metaalprothese wordt in Nederland geweerd. „Marc, wat loop jij scheef. Wat is er?”

In zijn oortje hoort Marc Goos van de ploegleiding dat hij een snelle tussentijd heeft. Hij is 23 jaar en fietst de Artore op, een bergje in de Ronde van Zwitserland. Het is de eerste etappe, een tijdrit, in de zomer van 2014. Goos denkt: ik neem risico bij de afdaling en pak nog een paar seconden.

Dan voelt hij in een haarspeldbocht het gewicht van zijn fiets verplaatsen. De dunne band van zijn voorwiel glijdt weg, corrigeren lukt niet meer. Hij valt plat op zijn linkerheup.

Een verzorger rent naar hem toe. Tilt hem op zijn fiets. Dwars door de adrenaline voelt hij de eerste pijnscheuten. Hij fietst nog naar de finish, maar afstappen lukt niet. Iemand helpt hem een trapje op naar de bus van de Belkin-ploeg (het huidige Jumbo-Visma). Zelfstandig zijn been optillen lukt niet.

Goos weet van de pijn nauwelijks wat er gebeurt. Op de bank in de bus ziet hij de arts kijken: foute boel. Hij heeft zijn heup gebroken en moet meteen geopereerd worden.

Een paar uur later kijkt Marc Goos, wazig van de pijnstillers, op een scherm mee hoe een chirurg het mes in zijn heup zet. Hij denkt even terug aan de Giro d’Italia, zijn eerste grote ronde, die hij kort daarvoor reed.

In Italië kon hij met de beste renners mee in de koninginnenrit, over de Gavia en de Stelvio. Zijn fietsbril bevroren, opgehoopte sneeuw langs de kant van de weg. Goos wordt 35ste die Giro – als beloning zou hij een nieuw contract krijgen. Hij hoopt ooit kopman te worden. Hij heeft in interviews al gezegd dat hij zijn top nog moet bereiken.

Hij hoort de arts pinnen in zijn heup tikken. Geen moment denkt hij op de operatietafel dat zijn carrière in gevaar is. Hij kan nog niet voorzien dat hij in de jaren erna in het middelpunt komt te staan van een felle discussie tussen orthopeden over de zogenoemde ‘Birmingham hip’, een bepaald type kunstheup.

De ingreep die hem in staat stelde uiteindelijk weer op hoog niveau te fietsen, zou door zijn ploeg afgeraden worden. En de medische onenigheid, door een orthopeed beschreven als „een oorlog”, zou voor hem eindigen in een flinke ruzie met de belangrijkste wielerploeg van Nederland.

Een metalen heup

Twee kampen, één betwiste kunstheup: de Birmingham hip. Dit type, in Nederland beter bekend onder de naam sportheup of ‘resurfacing’ (oppervlak vernieuwing), werd in de Engelse stad ontwikkeld en vanaf 1998 toegepast. De kop en de kom van deze prothese bestaan beide uit metaal en de kop draait als een kogel in de schaalvormige kom.

De Birmingham hip is vooral populair bij jongere mannen, onder de vijftig, die veel willen sporten, maar dat door de pijn in hun heup niet meer kunnen. Vaak worden zij nog te jong bevonden voor een conventionele ‘totale’ kunstheup.

In Nederland besloot de Orthopaedische Vereniging, de beroepsorganisatie waarvan de richtlijn leidend is voor orthopedisch chirurgen, dat de resurfacing prothese per 2012 niet meer gebruikt mag worden. Volgens de vereniging is de kunstheup „inferieur”.

De kans bestaat dat metaalslijpsel in het bloed komt (zogeheten metaal-ionen), dat voor ernstige ontstekingen kan zorgen, zegt Matthias Schafroth, orthopeed en secretaris van de werkgroep heup van de Orthopaedische Vereniging. „De verhoogde ionenconcentratie kan onder meer het hart en het zenuwstelsel aantasten”, zegt Schafroth. „En het kan zorgen voor forse lokale weefselreactie, zogenoemde pseudotumoren [schijngezwel, red.], met soms behoorlijke aantasting van de weke delen rondom de heup.”

Verzekeraars in Nederland vergoeden de Birmingham hip niet meer, sinds het besluit in 2012. Internationaal is er geen eenduidigheid. In Denemarken en Zweden bestaat ook een verbod, maar in België en Duitsland weer niet.

Twee typen heupprotheses

Metaalslijpsel

Jaarlijks worden in Nederland zo’n 30.000 heupoperaties uitgevoerd. De conventionele kunstheup – met polyethyleen, ofwel plastic – is de standaard. Oorzaak van het geschil tussen voor- en tegenstanders van de metaal-op-metaal heup ligt bij de ASR-implantaten, van de Amerikaanse firma DePuy, onderdeel van Johnson & Johnson. Die veroorzaakten vorig decennium veel problemen: operaties moesten opnieuw, metaalslijpsel kwam los, patiënten kregen last van pijn en zwellingen.

In 2010 werd dit model van de markt gehaald. Vervolgens werden in Nederland alle metaal-op-metaal-prothesen in de ban gedaan.

Het onderwerp kwam begin dit jaar weer in het nieuws, nadat de Britse tennisser Andy Murray een resurfacing-heup had laten plaatsen. Hij speelt nu weer op topniveau, dit weekend won hij een toernooi in Antwerpen. „Ik zou het hem zeer hebben afgeraden”, zei de voorzitter van de beroepsvereniging destijds in het AD.

Lees ook: De wonderlijke comeback van Andy Murray

„Onzin”, zegt de Belgische orthopeed Koen De Smet. Hij heeft een kliniek in Gent en deed naar eigen zeggen meer dan 5.000 resurfacing-operaties, waaronder ook bij acteur Jean-Claude Van Damme en oud-voetballer Enzo Scifo.

Zo’n 1.500 Nederlanders ondergingen een resurfacing-operatie in zijn kliniek. Patiënten worden regelmatig gecontroleerd op mogelijke metaalionen in het bloed – wat volgens De Smet bijna nooit voorkomt bij zijn patiënten. „Ik plaats resurfacing-protheses nu al 21 jaar. Als er echt problemen mee zouden zijn, dan ben ik de eerste die ermee moet stoppen.”

Marc Goos, de wielrenner van de ploeg die nu Jumbo-Visma heet, zat een jaar na zijn heupbreuk in de Ronde van Zwitserland nog steeds thuis op de bank. Hij herstelde slecht. Tijdens de revalidatie bleek niet alleen de heup beschadigd, maar ook een bloedvat. Er stroomde te weinig bloed naar zijn heupkop, waardoor een deel van het bot afstierf.

„Ik liep op krukken. De hele dag”, vertelt Goos in een hotel vlak bij Breda. Hij had net een huis gekocht, dus hij kon wat dingen voor de verhuizing plannen. Maar klussen ging niet, lopen nauwelijks, fietsen zeker niet. „Ik was gewend om elke dag te sporten. Ineens mocht ik niets meer. Mijn energie niet kwijt kunnen, dat is voor mij afzien.”

Goos probeert in samenspraak met zijn ploeg een stamceltransplantatie, maar in het najaar van 2015 blijkt dat die niet aanslaat. Dat is het moment dat Goos tussen de twee kampen komt die zich onder orthopeden hebben gevormd over de Birmingham hip. Een sluimerend conflict met Jumbo-Visma over zijn blessure en herstel „escaleert”, vertelt Goos.

Vlak voor de Ronde van Zwitserland had Goos een mondeling akkoord over verlenging van zijn contract met twee jaar. Getekend was er nog niet. Om zijn huis te kunnen kopen had de ploeg wel een ‘intentieverklaring’ afgegeven, waardoor zwart-op-wit stond dat het contract verlengd zou worden.

Goos: „Meteen nadat ik geblesseerd raakte begon het getouwtrek over dat contract. De ploeg zei dat er geen overeenkomst was en probeerde er onderuit te komen. Maar ik had die intentieverklaring, dus ze moesten wel tekenen.”

Het contract, in bezit van NRC, wordt uiteindelijk in september 2014 getekend door Goos en Richard Plugge, algemeen directeur van het team. Er staan gedetailleerde medische passages in. Renners zijn verplicht om de voorschriften en regels van de teamdokters op te volgen, ze moeten hun complete medische dossier aan hen overdragen en ze mogen alleen na overleg met de ploeg een externe arts raadplegen. Gaat een renner in tegen het advies van de medische staf, dan kan het contract worden ontbonden.

Precies over die bepalingen krijgen Goos en de ploegleiding onenigheid. Goos wil andere behandelopties zoeken, maar hij merkt dat het team niet met hem verder wil. Hij zegt dat hij geen nieuw kledingpakket kreeg en dat er niet, zoals gebruikelijk, een nieuwe fiets voor hem werd besteld. Het zijn voorbeelden waar Jumbo-Visma niet op wil ingaan. Goos zegt erover: „Ik kreeg het gevoel dat ze erop aanstuurden dat ik zou stoppen met fietsen.”

Pijnstillers slikken

Goos begint te e-mailen met orthopeden, ook in het buitenland. Hij wordt gewezen op Koen De Smet, de orthopeed uit Gent die veel ervaring heeft met resurfacing-operaties. Goos is enthousiast – dit zou zijn topsportcarrière kunnen redden, denkt hij.

Maar als hij het aan de ploegleiding voorlegt, krijgt hij een duidelijk antwoord: nee, geen discussie mogelijk. In een schriftelijke reactie laat een woordvoerder weten dat Jumbo-Visma zich houdt aan „de richtlijnen zoals de beroepsgroepen in Nederland voorschrijven”.

Goos zit klem. Hij kan geen resurfacing-operatie in België laten doen omdat de Nederlandse Orthopaedische Vereniging die ingreep niet ondersteunt. Als Goos het wel doet, staat in zijn contract, heeft Jumbo-Visma een reden om hem te ontslaan: hij zou dan de richtlijnen van zijn eigen medische staf overtreden.

De ploegartsen bieden geen goed alternatief, vindt hij. In Nederland is een totale kunstheup in dit soort gevallen een optie. Maar zo’n kunstheup gaat geen leven lang mee en kan niet onbeperkt worden vervangen – een resurfacing prothese overigens ook niet. „Ik was nog heel jong voor een totale kunstheupoperatie”, zegt Goos. Hij is dan 25.

In gesprekken met artsen wordt hem duidelijk gemaakt dat hij, als hij kiest voor een klassieke kunstheup, rond zijn veertigste waarschijnlijk een eerste revisie-operatie (vervangende prothese) moet ondergaan. En rond zijn 55ste nog een keer. „Toen ik dat voorlegde aan de ploegarts, raadde hij me aan pijnstillers te slikken totdat ik oud genoeg was voor een totale kunstheup. ‘Als je vijf jaar kan rekken, ben je weer verder’, zei hij.”

Thuis kan Goos dan nauwelijks de trap op. Al heeft hij soms een goede dag en lijkt lopen bijna normaal te gaan. Op zo’n dag gaat hij een keer boodschappen doen. Op de stoep komt hij de buurman tegen. Die zegt: ‘Marc, wat loop jij scheef. Wat is er aan de hand?’. Goos gaat schever lopen om zijn heup te ontlasten, met het risico dat hij ook rugproblemen krijgt. Hij weet: er móét iets gebeuren.

Met fysiotherapeut Wilfred Sip uit Breda praat Goos in die tijd over zijn opties. Sip heeft jarenlang bij de Rabobank-wielerploeg gewerkt en heeft veel topsporters behandeld. „Het was een rare situatie”, vertelt Sip. „De enige manier om nog terug te keren op de fiets was een resurfacing-operatie, maar doordat de ploeg het niet wilde kwam Marc in een patstelling terecht. Hij werd persona non grata voor de ploeg.”

Najaar 2015 hakt Goos de knoop door: hij betaalt uit eigen zak zo’n 10.000 euro om bij De Smet in Gent een resurfacing-operatie te ondergaan. „Het heeft me mijn spaarpot gekost.”

Op een röntgenopname van de operatie is te zien hoe de metalen prothese is aangebracht – qua design heeft het iets weg van een fietsbel. Goos: „Ik moest kiezen tussen mijn contract of mijn gezondheid. Natuurlijk wilde ik nog topsporter zijn, maar ik wilde in ieder geval een actief leven kunnen leiden. Dit was voor mij de enige optie.”

Jumbo-Visma wil niet ingaan op specifieke vragen over medische keuzes, omdat de ploeg het beroepsgeheim van de artsen niet wil schenden. Een woordvoerder zegt: „Wij begeleiden iedere renner die een blessure oploopt zo goed als mogelijk met onze eigen medische staf en waar nodig externe specialisten. In sommige gevallen leidt een blessure helaas tot het einde van een topsportcarrière. Wij beseffen hoe ongelofelijk zuur dat is voor een atleet die zijn droom uiteen ziet spatten.”

Kans op falen

Eric Breemans is een ervaren orthopedisch chirurg in Delft en pleitbezorger van de resurfacing-prothese. Hij plaatste er meer dan 500. „Ik ben de enige in Nederland die is doorgegaan na 2012.” Hij had twee verzekeraars bereid gevonden om dergelijke operaties te vergoeden.

Het probleem, zegt zowel Breemans als De Smet: als orthopeed moet je veel resurfacing-protheses hebben geplaatst – minimaal enkele honderden – en dat ook blijven doen om het goed te kunnen. De positionering moet precies kloppen, anders is de kans op falen van de prothese groter. Breemans: „Bij resurfacing heb je een veel kleinere marge van fouten in vergelijking met de traditionele heupprothese.”

In 2015 begint hij een studie naar het functioneren van de resurfacing-prothese. Proefpersonen worden uitgenodigd om mee te doen. Doel van het onderzoek: aantonen dat de Birmingham hip veilig kan worden geplaatst én dat hij in Nederland weer zou moeten worden toegestaan door de beroepsvereniging.

Maar dat mislukt. Doordat het aantal aangesloten verzekeraars beperkt is, melden zich onvoldoende patiënten aan: slechts 35 in de bijna drie jaar dat de studie loopt. September 2017 moet Breemans het onderzoek beëindigen.

Hij stopt ook zijn inspanningen om hier operaties uit te voeren met de Birmingham hip. „Ik heb het opgegeven. Het heeft geen zin meer, het is hier weg”, zegt Breemans. In 2018 is er nog één geplaatst in Nederland, blijkt uit het landelijke register. In 2009 waren dat er nog 865. Breemans: „Het kind is weggegooid met het badwater.”

Geen onderdeel meer van de ploeg

Na zijn resurfacing-operatie, in november 2015, moet Marc Goos opnieuw recht leren lopen. Dat doet hij met fysiotherapeut Sip. Zijn contract is nog niet verscheurd, maar hij krijgt ook geen medische begeleiding meer van Jumbo-Visma. Na twee maanden mag hij van Sip weer op de fiets.

De fysiotherapeut rijdt zelf mee. Sip: „Op de weg van Rijsbergen naar Breda wilde hij even aanzetten. Ik zeg: probeer maar. Binnen de kortste keren zag ik alleen nog een stipje in de verte.”

In januari 2016 mag Goos bij de jaarlijkse presentatie van de wielerploeg niet het podium op. Hij snapt zelf niet waarom, zegt hij die dag tegen Omroep Brabant: „Ik ben nog gewoon renner.” Teamdirecteur Plugge zegt tegen de omroep dat Goos wat hem betreft „geen onderdeel uitmaakt van onze ploeg”.

Goos vertrekt na een aantal maanden revalideren op eigen initiatief naar Spanje om in de bergen te trainen. Zijn topsportlijf herstelt snel, hij wil weer wedstrijden rijden om te zien of hij zijn oude niveau kan benaderen. Het voelt voor hem als een „bizarre situatie”. Buiten zijn ploeg om heeft hij gezorgd dat hij weer kan fietsen, maar terwijl zijn contract nog loopt wil de ploeg geen gebruik meer van hem maken.

Marc Goos kreeg in 2017 nog een kans, bij de opleidingsploeg van team Sunweb.

Foto Joyce van Belkom/Pix4Profs

In de zomer van 2016 rijdt hij op eigen initiatief een Belgische kermiskoers in een (oud) shirt van zijn ploeg. Plugge ziet een foto van de koers en appt boos naar het management van Goos: waar is hij mee bezig?

Dat frustreert Goos. „Ik was klaar om het weer te proberen. Maar ik kreeg de kans niet. Ik had me driekwart jaar helemaal de pleuris gewerkt. Dan komt het moment dat je weer wedstrijden kan rijden, en dan mag het niet.”

Hij verwijt de ploegleiding van Jumbo-Visma dat ze de operatie die zorgde dat hij weer kon fietsen niet ondersteunden, dat hij daarna niet werd geholpen bij zijn revalidatie en dat hem werd verboden nog wedstrijden te rijden.

Goos: „Ik dacht vaak: wat was er gebeurd als ik bij een normaal bedrijf zou werken? Je bent een tijdje arbeidsongeschikt, dan moeten ze er alles aan doen om je weer aan de gang te krijgen. Maar ik moest dat allemaal zelf doen en mocht daarna niet werken.”

In augustus 2016 besluiten hij en Jumbo-Visma het contract te beëindigen. Volgens de woordvoerder van de wielerploeg zijn ze „in goed overleg uit elkaar gegaan”. Goos maakt dat seizoen af bij zijn oude club, De Jonge Renner uit Oosterhout, waarmee hij in de landelijke competitie rijdt.

Hij krijgt nog een kans bij de profs, in 2017, op zijn 26ste. Hij tekent bij de opleidingsploeg van team Sunweb, dat rijdt onder een Duitse licentie – in dat land mogen wel resurfacing-operaties worden uitgevoerd. In die periode komt hij naar eigen zeggen op 95 procent van het niveau dat hij ooit haalde. Hij raast soms weer ouderwets met 80 kilometer per uur in afdalingen.

Volgens hem zit hij „dicht” tegen een nieuw contract aan, maar de ploeg doet hem aan het eind van dat seizoen geen nieuwe aanbieding. Tom Dumoulin heeft namens Sunweb dan net de Giro d’Italia gewonnen en veel renners willen graag bij de ploeg rijden: voor Goos is geen plek. Eind 2017 beëindigt hij zijn carrière.

Oud-renner Marc Goos runt nu een bedrijf voor koeltechniek.

Foto Katrijn van Giel

Tijdens het gesprek in het hotel krijgt Goos een appje van een vriend: of hij een rondje mee gaat fietsen. „Ik probeer het weer als een hobby te zien”, zegt hij. Goos is nog steeds blij dat hij de operatie heeft ondergaan. Hij kan normaal leven, vrijuit sporten. Bang voor complicaties is hij niet, ook al kent hij de verhalen over eerdere problemen met metaal-op-metaal-heupen. Elk jaar wordt zijn bloed op metaaldeeltjes gecontroleerd, tot nu toe was het in orde.

Marc Goos runt nu samen met zijn broer het bedrijf dat hun vader Jan in 1987 oprichtte. Ze plaatsen koel- en vriesinstallaties, voornamelijk in de detailhandel en de agrarische sector. Goos: „Ik heb fysiek werk. Maar ik kan alles.”