Advocaat Bert belooft zijn praktijk te sluiten

Wie: mr. Bert

Kwestie: duperen cliënt, niet correct overdragen zaak, ondeugdelijke administratie,

Waar: Hof van Discipline

De Zitting

Bert (67) is aan z’n laatste loodjes bezig. Althans, die indruk wil hij wekken. Het belangrijkste argument bij de hoger beroeprechter voor advocaten is dat hij per 1 november zijn praktijk sluit. De huur is opgezegd, hij neemt alleen zaken aan die hij nog net kan afhandelen. Het is ook „geen doen meer”, die advocatuur op „toevoegingsbasis”, klaagt hij. De overheidstarieven zijn zo laag, rechtshulp is „meer een hobby”. Hij heeft nog 25 lopende zaken.

Daarom kan hij de zes maanden schorsing, waarvan drie voorwaardelijk, die hem vorig jaar bij de Raad van Discipline is opgelegd, zo slecht gebruiken. Hoe zou hij dan „ordentelijk” en „waardig” zijn praktijk kunnen sluiten? Zoiets aan een waarnemer overlaten, ziet hij niet zitten. Ook omdat „zoiets erg kostbaar is”. Bert drijft een éénmanskantoor. Zijn praktijk drijft op familierecht en strafrecht: echtscheidingen, boedelkwesties, vaderschap, erkenning, jeugdstrafrecht, psychiatrie, politierechterzaken.

Op het podium zitten vijf tuchtrechters, afkomstig uit rechtspraak en advocatuur, met een griffier. De vragen klinken neutraal, de verwijten in het oordeel waartegen hij in beroep is, zijn schokkend. Vergaand gebrek aan communicatie, zowel financieel als inhoudelijk. Maar ook een onheus en beledigend appèlschrift indienen. Naast Bert zit de cliënt die drie jaar geleden de klacht indiende. In 2015 verknalde Bert diens echtscheidingszaak; daarna was de man nog 16.000 euro aan een nieuwe advocaat kwijt. De Raad van Discipline stelde al vast dat Bert de rechtbank geen inzage gaf in de financiële positie van z’n cliënt en hem ook niet vertelde wanneer de zittingen waren. Bert liet zich cash vooruit betalen en wees z’n cliënt niet op de ‘gratis’ rechtsbijstand. Verder deed Bert niks toen de ex de woning opeiste.

Ook de deken van het arrondissement Noord-Holland is aanwezig. Zij sloot zich bij de zaak aan, met een zogeheten ‘dekenbezwaar’. Bert blijkt een bekend probleemgeval, althans intern. In de 39 jaar van zijn praktijk zou hij al vele malen tuchtrechtelijk zijn gecorrigeerd. Hoe vaak valt niet vast te stellen. Op één regionaal krantenartikel uit 2014 na lijken z’n tuchtsancties niemand te zijn opgevallen. In die eerdere kwestie schorste de tuchtrechter hem twaalf weken. Het Hof liet daarvan vier weken staan, waarvan twee voorwaardelijk. Destijds voerde Bert aan dat hij cursussen zou volgen om zijn gedrag te verbeteren.

Ook in deze zaak zegt hij een coach in de arm te hebben genomen. Dat hij „gewaarschuwd is”, erkent hij. Hij doet het nu dan ook anders - jammer dat de Raad dat niet wilde meewegen. De deken is uiterst sceptisch. Van Bert is bekend dat hij „sinds jaar en dag” niet bijhoudt hoeveel uren hij aan welke cliënt toerekent. En dus ook nooit zijn rekeningen kan verantwoorden. De deken diende onlangs een nieuwe klacht in tegen Bert, weer een ontbrekende urenregistratie, weer het onjuist of onvolledig overdragen van een dossier en overig onbetamelijk gedrag. Dat Bert „veranderingsgezind” zou zijn, wil er bij haar niet in. Dat hij nu zijn praktijk zou sluiten, evenmin. „Eerst zien dan geloven.” Het „riekt naar chantage”; géén schorsing om „netjes” te kunnen sluiten. Bert is somber, de deken staat op scherp. „Ik kan het toch niet nalaten om nog even te zeggen…” zegt ze herhaaldelijk. Bovendien had ze hem eerder zélf gevraagd om te stoppen, maar dat wilde Bert toen niet. Hij zou hebben gezegd zich toe te willen gaan leggen op grotere strafzaken.

Zijn advocate biedt aan de opzegging van zijn huurcontract te mailen en zijn coach te laten getuigen dat Bert, heus waar, al eerder beloofde te stoppen. Dat Berts belofte z’n kantoor te sluiten pas in hoger beroep wordt aangevoerd, blijft echter een probleem. En een gehuurd kantoor verlaten wil niet zeggen dat de praktijk niet elders wordt voortgezet. Het Hof hoeft de opzegging van het huurcontract niet te zien, een verzoek om aanhouding wordt genegeerd. Zes weken later luidt het oordeel dat de advocaat 24 weken wordt geschorst, waarvan 12 voorwaardelijk. Hij schoot ernstig tekort in zijn dienstverlening en nam „onwaardige passages” in zijn stukken op. De advocaat heeft inmiddels zijn praktijk inderdaad gesloten.

Deelnemers: mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. M.P.C.J. van Bavel, T.E. van der Spoel, P.J.G. van den Boom en J.A. Schaap Advocaat: mr. N.A. de Leon - van den Berg