Opinie

Stamtafel

Tommy Wieringa

De Duitse reis eindigt in Darmstadt, waar ik ben uitgenodigd door een dominee met het gezicht van een filmster. Zijn Stadtkirche is bij een bombardement grotendeels verwoest, alleen het koor bleef overeind. Daar luisteren nu honderdvijftig mensen eerst naar het volmaakte Duits van Martin Michael Driessen en dan naar het gestoethaspel met naamvallen van mij. In Duitsland word je helaas vaker met Rudi Carrell vergeleken dan met Goethe.

Ik begrijp de vrouwen wel die na de lezing rond de dominee samendrommen en hem aanraken als ze met hem praten, hij is een begeerlijke plaatsvervanger van Christus op aarde. In klein gezelschap gaan we ten slotte naar de gutbürgerliche Ratskeller Hausbrauerei aan de markt, net als de kerk grotendeels verwoest in de nacht van 11 op 12 september 1944. Voor de aanval op Darmstadt bestond geen strategische noodzaak, of het moest zijn dat de geallieerde vliegergroep experimenteerde met nieuwe technieken, die zich het beste op een nog onaangetast historisch stadscentrum lieten testen. Door de drukgolven van luchtmijnen werden de daken van de gebouwen geblazen, waarna een kwart miljoen staafbrandbommen werd afgeworpen om een vuurstorm te ontketenen. Mensen die hun toevlucht hadden gezocht in de kelders van de binnenstad, verbrandden of stikten omdat de zuurstof uit de kelders werd weggezogen door de vuurstorm die temperaturen van boven de duizend graden Celsius bereikte. Die nacht stierven zo’n twaalfduizend mensen, onder wie een paar duizend kinderen. De industriegebieden buiten de stad bleven grotendeels ongemoeid.

Vijfenzeventig jaar later drinken we bier en eten we worst met zuurkool in het voormalige doelgebied van RAF-vliegergroep No. 5. Schuin tegenover mij zit een rechter uit Beieren, die ik hier Hartmut Zieler zal noemen, die al na één bier de voordelen van etnische profilering uiteenzet. Een kwestie van gezond verstand, vindt hij. „Elke tweede neger bij een station kun je met een gerust hart arresteren omdat-ie iets op zijn kerfstok heeft.” Ik kijk naar hem, deze vertegenwoordiger van de orde. Lichtblauwe lamswollen trui, ruitjeshemd eronder (het kan al fris zijn in oktober), goudomrand brilletje; als je niet beter wist in alles een representant van het gematigde midden. Ik antwoord: „Ik neem aan dat u uw woorden niet aan het tafeltje daar zou herhalen?” Een donkere jongen en meisje te midden van blanke leeftijdsgenoten – zij met een hoge, Erykah Badu-achtige wrong op haar hoofd. Hij pareert mijn vraag met een voorbeeld uit zijn rechtspraktijk, over een zwarte jongeman, zoon van een hoogwaardigheidsbekleder uit Triëst, die niettegenstaande zijn goede afkomst en keurige voorkomen een heroïnesmokkelaar bleek. Dat je niet op uiterlijk moet afgaan, is de vrome leugen van een rechter in wiens rechtszaal het nadeel van de twijfel heerst voor iedereen met een migratieachtergrond.

Over de aanslag in Halle zegt hij even later: „Typisch de Joden om de daad van een eenzame gek als een antisemitische aanslag te framen. Alles voor de aandacht.” Ik begrijp dat ik naar de brede onderstroom van het Europese antisemitisme kijk – niet de siegheilende voetbalsupporter of de zwaarbewapende rechtsextremist, maar een hoge functionaris van de derde macht die opgelucht is dat je er eindelijk weer voor uit mag komen; te lang was zulk alledaags antisemitisme rond de stamtafels taboe.

Omdat ik zweer bij de socratische methode, vraag ik: „Als Halle dan geen antisemitische aanslag was, wanneer is het er dan wel een?” Maar dan dringt zich Martin Michael Driessen tussenbeide: of we deze Bierkellerdiscussie kunnen beëindigen, hij heeft er tabak van. Wat jammer is, want in de kelder van de kreukloze rechter was ik vast en zeker op resten Holocaustrevisionisme en echo’s van de Protocollen van Zion gestuit, wat W.G. Sebald noemt „de legende van een even onzichtbare als alomtegenwoordige, het volk van binnenuit aantastende vijand – een legende die in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog vanuit de kroeg via de pers en de cultuurindustrie doordrong in de staatsorganen en uiteindelijk in de wetgevende macht”. Waar ze altijd nog rondspookt in de rechtszaal van Herr Dr. Hartmut Zieler, rechter te Beieren.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.