Opinie

Niet alleen boeren lijden door het chaotische stikstofbeleid; tijd voor het algemeen belang

natuurbeleid

Commentaar

Na afloop van het stikstofdebat in de Tweede Kamer, donderdagnacht, waren veel deelnemers teleurgesteld over de resultaten. Een periode van oplopende spanningen, aangevuurd door soms tamelijk hardhandige boerenprotesten, eindigde met een anticlimax. In plaats van te komen met maatregelen, of althans een plan om uit de ontstane impasse te komen, kondigde minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) een time out aan – tot 1 december. Donderdagmiddag had zij overleg gevoerd met provincies over het te voeren beleid, en de uitkomst was dat ze er niet uitkwamen. Het overleg was volgens het ministerie wel ‘goed en constructief’. „Dat betekent dus slaande ruzie”, zo decodeerde Tweede Kamerlid Frank Futselaar (SP) waarschijnlijk terecht.

Anticlimax of niet, toch maakte het debat veel duidelijk. Bijvoorbeeld dat het kabinet niet veel heeft gedaan sinds de Afdeling Rechtspraak van Raad van State in mei de truc onderuit haalde die een vorig kabinet bedacht om Europese regels omtrent stikstofuitstoot te omzeilen. Dat betekende een streep door het Programma Aanpak Stikstof dat gehanteerd wordt bij vergunningverlening in sectoren als de landbouw en de woningbouw. Nederland ging op slot, zoals dat heet. Hier greep de rechterlijke macht rechtstreeks in in het bestuur. Dat noopt tot enige urgentie. En in Den Haag betekent dat: een commissie.

En die commissie-Remkes kwam met voorstellen om althans de meest prangende problemen op te lossen. Het kabinet schreef daarop een brief. Maar vervolgens ging het in de uitwerking mis: de provincies stelden aan de hand van de brief beleidsregels op die leidden tot massaal verzet uit de landbouwsector. Het gevolg is bekend. Na Friesland kregen ook de provinciebestuurders in Gelderland, Overijssel en Drenthe slappe knieën: ze kwamen terug op het beleid, dat nog maar een paar dagen oud was.

Achter het Haagse codewoord ‘reductie van stikstofdepositie’, zo werd ook duidelijk tijdens het debat in de Tweede Kamer, gaan werelden van verschil schuil. De linkse oppositie hoort dan „halvering van de veestapel”. De rechtse oppositie hoort „halvering van de immigratie”. En binnen de coalitie denkt D66 ook aan halvering van de veestapel. Maar CDA en ChristenUnie aan vrijwillige en warme sanering van boerenbedrijven terwijl de VVD denkt aan luchtwassers die het mogelijk moeten maken nog meer vee op te slaan in stallen. Bij zoveel verdeeldheid in de coalitie is geen oppositie nodig.

Wat de stikstofimpasse, door de Partij voor de Dieren steevast ‘stikstofcrisis’ genoemd, zo brandgevaarlijk maakt is het gegeven dat het hier gaat om een uitloper van de cultuuroorlog die woedt over alles wat te maken heeft met klimaatverandering. Daarom zijn de emoties hoog opgelopen, speelt de tegenstelling tussen stad en platteland een rol en treden anti-immigratiefracties van PVV en FvD plotseling op verkleed als boerenpartijen. Ernstiger: daarom trekken serieuze middenpartijen als VVD en CDA, medeverantwoordelijk voor de ontstane situatie, plots de geloofwaardigheid van het RIVM in twijfel. Ergens in deze partijen moeten toch mensen rondlopen die weten dat politiek debat zonder overeenstemming over de feiten onmogelijk is?

Maar door alle kermis, krakeel en opzichtig baltsen richting kiezers heen, is het bestuurlijk onvermogen van het kabinet op dit dossier pijnlijk zichtbaar. Zoals ook opgemerkt tijdens het debat: wie heeft eigenlijk de leiding? Anders geformuleerd: natuurlijk moet rekening gehouden worden met ondernemers die door beleid worden getroffen. Maar wie komt er op voor het algemeen belang?

De minister van Landbouw erkende donderdagavond laat in de Tweede Kamer dat zij fouten heeft gemaakt. Dat is altijd goed. Maar de excuses van Schouten betroffen vooral de onzekerheid die zij heeft veroorzaakt voor ‘boerengezinnen’. Dat klinkt deemoedig, maar miskent volstrekt dat er in Nederland nog heel veel andere gezinnen zijn. En trouwens ook mensen die niet in gezinnen wonen. Allemaal burgers die op de een of andere manier gebaat zijn bij duidelijk geformuleerd, transparant tot stand gekomen en betrouwbaar overheidsbeleid. Daar mag best wat langer over nagedacht worden, maar de tijd begint te dringen.

De oppositie in de Tweede Kamer diende veelzeggend eensgezind een motie in om de stikstofkwestie aan te wijzen als een zogeheten Groot Project, zodat het parlement meer mogelijkheden heeft bovenop het onderwerp te zitten. Maar het moment is ook gekomen dat van de zijde van het kabinet de minister-president zijn coördinerende rol serieus neemt en van het stikstofdossier Chefsache maakt. Voordat de stikstofimpasse daadwerkelijk ontaardt in een crisis.