Opinie

Eindelijk: ons geduld is op

Rosanne Hertzberger

On est là, on est là, même si Macron le ne veut pas, nous on est là. Het liedje zit nog steeds in mijn hoofd. Het is oorspronkelijk van de gele hesjes maar ik hoorde het bij een actie van Extinction Rebellion in Parijs. Om de hoek van ons hotel hadden ze een winkelcentrum bezet. Zo’n middenklasseparadijs, waar op een gewone zaterdag gewone mensen begeleid door gewone SkyRadio-muziek hun geld aan het grootkapitaal komen overhandigen in ruil voor airpods, sneakers en goedkope vetbollen met suiker.

Ik vond het een logisch doelwit. Want bovenaan het lijstje vervuilende activiteiten staat niet vliegen, niet autorijden, niet vlees eten, maar meuk aanschaffen. Weggooimode, HEMA en Action-prullen, en al die andere onzinnige zooi die we over de wereldzeeën verschepen en waar onze huizen mee uitpuilen.

Travaille, consomme, ferme ta gueule’ stond er op de spandoeken. De bezetting was een aanklacht tegen produceren en consumeren tegelijkertijd. Tegen alles tegelijkertijd. De boodschap was: sorry, vandaag wordt er even niet geshopt in verband met een noodgeval. Het klimaat.

Deze week bleek maar weer eens hoe makkelijk het is om een hekel te hebben aan actievoerders. Als een handvol boeren zich misdraagt, zien sommigen daar een mooie aanleiding in om hun terechte zorgen met één pennenstreek weg te strepen. Ook Extinction Rebellion moet permanent vechten om binnen de randjes van de redelijkheid te blijven. In Londen klommen Extinction Rebellion-types donderdag midden in de spits bovenop een metro, want ‘business as usual = death’. Ze werden er met grof geweld door het forensenpubliek afgetrokken. Terecht, er zijn grenzen. Ook de boeren kunnen woestmakend onredelijk zijn. Ik keek met plaatsvervangende schaamte hoe ze kwamen protesteren tegen het RIVM. Hoe boos je ook bent, je blijft met je poten van wetenschappers af.

En toch, ondanks alle misstappen en bloopers stemt deze golf van nieuw activisme me buitengewoon hoopvol. Eindelijk. Eindelijk, denk ik. Eindelijk gebeurt er een keer iets. Ik krijg sterk het idee dat het volk zich twintig jaar lang heeft laten afleiden door online kraaltjes en spiegeltjes met een vage verwachting dat alles ondertussen wel een beetje beter zou worden. Nu we plotseling van onze schermpjes opkijken, schrikken we ons de pleuris. Er is in al die tijd helemaal niets veranderd. We leven nog steeds in de fossiele wereld. We scheuren met vliegtuigen uit grootmoeders tijd door het luchtruim en tuffen met stokoude schepen door de oceanen. We kopen kopen kopen, we vreten vreten vreten. Waar blijft die 21ste eeuw? Waar blijft de transitie? Waar blijven de beloftes van een schonere, betere, gelijkere wereld?

Het geduld is op. Dat zie je overal. Het geduld van zwarte mensen is op. Het geduld van vrouwen is op. En jongeren lijken geboren zonder ook maar een greintje geduld. En wat blijkt? Als je naar buiten gaat kun je daadwerkelijk het leven stilleggen. De wegen blokkeren, een winkelcentrum sluiten. De school en het ziekenhuis dichtgooien. Sorry, vandaag kunnen we niet gewoon doorgaan alsof er helemaal niets aan de hand is. Er is sprake van een noodgeval.

Eindelijk. On est là. En misschien, heel misschien, is de clash tussen de klimaatactivisten en de demonstrerende boeren helemaal niet zo hard als het lijkt. Boeren kunnen, nee moeten, bondgenoten zijn van de klimaatbeweging. Zij vangen op hun akkers de eerste klappen op en zijn essentieel in de transitie. In Parijs zag ik een mooi voorbeeld van dat soort onverwacht broederschap. Extinction Rebellion en gele hesjes zijn om volstrekt tegenovergestelde redenen de straat opgegaan, en toch versmolten ze bij de bezetting. Bij het winkelcentrum was één van de sprekers zo’n jonge man met geel hesje. Hij sprak over werkende armen, over zijn moeder die al maandenlang geen vlees op tafel had kunnen zetten. Onder de veelal vegetarische Extinction Rebellion viel geen onvertogen woord. Er was sympathie en een sterke overtuiging dat de kosten van de transitie niet disproportioneel bij de armste mensen terecht moeten komen. Ze hadden veel meer gemeen dan ze dachten. ‘On est là’ zongen ze in koor. En dat was het belangrijkst. Ze waren de straat op gegaan. Hun geduld was op.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.