Opinie

De macht van de dwingende agrarische minderheid

Zihni Özdil

De propagandamachine van de rijke, gesubsidieerde agro-industrie draaide de afgelopen twee weken op volle toeren. En behaalde dankzij een cocktail van intimidatie en cliëntelisme succes: bestuurders in Friesland, Overijssel en Drenthe, niet in het minste afhankelijk van de agro-stem voor hun politieke toekomst, trokken hun nieuwe stikstofregels in. Andere provincies zwakten de regels af. Enkele – zoals Groningen waar de deur van het provinciehuis werd opengeramd met een trekker – hielden hun rug recht.

De grimmigheid van de protesten weerspiegelde zich in de symboliek. De militaristische ‘Farmers Defence Force’ met twee gekruiste hooivorken op hun badges; galgen die werden opgehangen voor provinciehuizen; doodskisten voor progressieve politici.

Geen toeval dat rechts en extreem-rechts hier garen bij spinnen. Wilders en Baudet werden onthaald als helden. CDA’er Henk Bleker – die als staatssecretaris verantwoordelijk was voor veel van de problemen van gewone boeren, maar te laf was om daarover te praten met Trouw – kreeg luid applaus. Terwijl Tweede Kamerlid Tjeerd de Groot (D66), die wél het eerlijke verhaal vertelde, de microfoon uit de handen werd gegrist.

De agressieve agrariërs waanden zichzelf ook nog eens boven de wet. „Hier wordt niemand opgepakt. En anders halen we die gewoon uit de cel. Wij bepalen vandaag wat er gebeurt. Niet de overheid. Niet het OM”, zoals een van de agro-activisten, die overigens puissant rijk bleek te zijn dankzij landbouwsubsidies, het formuleerde.

De boodschap naar elke groep die politieke verandering wil: intimidatie en geweld werken.

En voor wat? Om in stand te houden wat niet houdbaar is: een zwaar gesubsidieerde agro-industrie die een disproportioneel deel van de Nederlandse grond gebruikt, verantwoordelijk is voor tweederde van de binnenlandse stikstofuitstoot, en vooral naar het buitenland exporteert. Een industrie die geen zin heeft in verandering omdat ze door de politiek te lang de hand boven het hoofd wordt gehouden.

Tot overmaat van ramp trok de agro-industrie ook ten strijde tegen de wetenschap. Tegen wiskunde. Tegen cijfers. „Als gegevens niet welgevallig zijn, ben je schietschijf”, reflecteerde directeur-generaal Hans Brug onderkoeld op de drieduizend agressieve agrariërs die met ‘bulderende tractoren’ verhaal kwamen halen bij zijn Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Daarna werden traktoren met spandoeken geparkeerd bij planbureaus SCP, PBL en CPB: ‘Wij willen betrouwbare feiten en geen oneerlijke verwijten’.

Zeer beangstigend en uitermate zorgwekkend. „Boeren omsingelen een gezaghebbend wetenschappelijk onderzoeksinstituut. Zoiets is nooit eerder vertoond. Niet de ratio en de wetenschap maar de platte emotie regeert de tijdgeest”, zoals VPRO-journalist Leonard Ornstein duidde.

Maar de afgelopen dagen ben ik gaan twijfelen. Een vriend wees me erop dat ik steeds meer over ‘ze’ ben gaan praten. Dat ik alle boeren aan het generaliseren ben tot een meute achterlijke gladiolen. Ik realiseer me steeds meer dat hij gelijk heeft. Een andere vriend wees me op de vlijmscherpe analyse van Lukas van der Storm, journalist voor het Eindhovens Dagblad: het Nederlandse beleid zorgt dat er alleen nog ruimte is voor grootschalige agro-bedrijven die goedkope bulk produceren en kleine nicheboeren die een hogere prijs kunnen vragen. Het middensegment, het familiebedrijf, is de dupe.

Mijn onderbuik was inderdaad veel te blind voor die kleine groep gewone boeren. Ik scheerde alle boeren over dezelfde kam. Onterecht en oneerlijk.

Mea culpa.

Maar toch. Toch blijft mijn onderbuik overuren draaien. Want we hebben in andere landen gezien hoe rap het kan gaan: wanneer de ongetemde massa’s verstouten, zal wetenschap noch ratio noch feit ontsnappen aan een roemloze dood.

Zihni Özdil is historicus en schrijft wekelijks een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.