Als een vuile Haagse oorlog tussen politici en topambtenaren escaleert

Deze week: een ambtelijke afrekening met een politicus op het grootste Haagse ministerie.

Ofwel: hoe een conflict tussen topambtenaren en kabinetsleden uit de hand loopt.

Grote ongelukken voltrekken zich vaak vertraagd in Den Haag. Je ziet het maanden aankomen, soms jaren. Dan kijken we, met zijn allen, hoe zo’n drama zich in slakkentempo aankondigt.

Al is de schade soms best groot.

Ruim een jaar terug ving je voor het eerst op dat er in de hoogste regionen van het kabinet serieus zorgen bestaan over de ambtelijke leiding van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV).

Het ministerie van Justitie en Veiligheid is geen oliebollenkraam. Het is, zoals dat heet, een kerndepartement: bewaker van de rechtsstaat, cruciaal bij rampen en crises. Het is ook het grootste Haagse ministerie, waar 60.000 politiemensen onder vallen, het Openbaar Ministerie, de zittende magistratuur, terrorismebestrijding, de asielopvang, etc.

Dus je kunt denken: als de voornaamste politici van het land bezorgd zijn over de ambtelijke leiding van dit departement, moeten ze dat meteen oplossen.

Maar zo werkt dat niet. Je hebt de bekende risico’s: een bestuurder die ambtenaren aanpakt, loopt het gevaar daarna zelf door ambtenaren aangepakt te worden. Je hebt het arbeidsrecht: je kunt ambtenaren niet zomaar ontslaan of overplaatsen. Je hebt het politieke gevaar: hoe reageert de Kamer?

Vandaar dat het ingrijpen in de ambtelijke top van JenV nogal langzaam gaat. Het ontgaat ook de betrokken ambtenaren niet.

Dus toen ik deze week hoorde van een bijzondere ambtelijke zelfbeschermingsactie op datzelfde JenV, een actie over de rug van een politicus, moest ik meteen aan deze context denken.

Het begon op Prinsjesdag. Mark Harbers (VVD), de oud-staatssecretaris voor Vreemdelingenzaken, vertelde me dat hij op een borrel de hoogste ambtenaar van JenV tegenkwam, secretaris-generaal Siebe Riedstra.

Riedstra nam hem apart.

Harbers’ plotselinge vertrek als staatssecretaris, in mei, was altijd een klein mysterie gebleven. Hij had incomplete misdaadcijfers over asielzoekers naar de Kamer gestuurd. En toen bleek dat zijn ambtenaren tevoren wisten dat de data onvolledig waren, nam hij meteen zijn politieke verantwoordelijkheid. Hij wenste geen bungelende bestuurder te worden. In het debat over zijn aftreden zegde hij toe dat de precieze toedracht zou worden onderzocht.

En Riedstra vertelde hem op die borrel, zei Harbers, dat die evaluatie er nu was. Hij vroeg of Harbers het stuk wilde bekijken.

Maar toen de VVD-politicus, inmiddels weer Tweede Kamerlid, het document acht dagen later ontving, zaten er stukken bij die hem verbaasden.

De ‘brede Bestuursraad’ van het ministerie – alle hoge ambtenaren – had de evaluatie 13 september al besproken, vier dagen vóór Prinsjesdag. Hun conclusie was dat het een „helder (sic) en integer opgestelde rapportage” was.

Harbers’ reactie dééd er blijkbaar niet toe.

Het werd vreemder. Zo vermeldde de evaluatie dat de onderzoekers hadden gekeken naar het ambtelijke „samenspel met de staatssecretaris” en Harbers dacht: hoe kunnen ze dat beoordelen als ze de helft van het samenspel – „dat was ik” – niet hebben gesproken?

Zo had hij zoveel bedenkingen. Hij las dat de onderzoekers – twee departementale medewerkers – concluderen dat de ambtenaren „volstrekt onbedoeld” een onvolledig overzicht van de misdaadcijfers aan Harbers aanleverden. Van „het bewust achterhouden van gegevens is volstrekt geen sprake geweest”, staat er.

Die stelling betrok Harbers als aftredend bewindsman zelf ook in de Kamer. „Ik wilde chic blijven in het debat”, zei hij.

Maar bij nader inzien twijfelt hij. De evaluatie laat namelijk ook zien dat een beleidsdirecteur in een vroeg stadium ‘een kwetsbaarheid’ in de gepresenteerde data signaleerde. Bovendien blijkt uit een interne mailwisseling, summier genoemd in de evaluatie, dat wel negen ambtenaren hiervan wisten.

Harbers: „Als die onderzoekers zeggen: er is ‘volstrekt onbedoeld’ een fout gemaakt, en negen mensen waren op de hoogte, dan kán dat niet correct zijn.”

Er kwam bij dat Harbers’ goedkeuring van het rapport met de onvolledige misdaaddata, destijds onder tijdsdruk gebeurde. Een ambtenaar zei dat de definitieve versie in maar één paragraaf afweek van het concept, zei Harbers. Kon de staatssecretaris snel even kijken? „Maar dát staat weer niet in het rapport.”

Daarbij lieten de ambtenaren, tegen de afspraak in, onvermeld dat het om een stuk ging waarop hij extra alert moest zijn. Heeft hij het gevoel dat het allemaal een opzetje was? „Heel af en toe”, zei Harbers, „bekruipt me die gedachte.”

Des te opmerkelijker dus dat hij nooit de kans kreeg bij te dragen aan de evaluatie. Hij vertelde me dat hij vorige week nog wel een onderzoeker op bezoek kreeg. „Maar hij wilde het rapport niet meer aanpassen.” Harbers mocht alleen een addendum aanbieden. „Dat heb ik geweigerd.”

Het stuk ging vrijdagmiddag naar de Kamer, en het ministerie zelf beaamde vrijdagmiddag dat het inderdaad al was besproken in de Bestuursraad voordat Harbers van het bestaan leerde. Het stelde daarbij dat Harbers’ kritiek op het onderzoek tot slechts één wijziging had geleid.

Ik vertelde erover aan een JenV-routinier met een grote reputatie. Hij was ontsteld. „Ambtenaren die het aftreden van een politicus onderzoeken zonder de politicus te horen? Onvoorstelbaar.”

Ik zei tegen Harbers: illustreert dit niet de koude oorlog tussen JenV-ambtenaren en de politiek? Dat beaamde hij. Te veel affaires. „Telkens nieuwe incidenten. Een processie van Echternach: twee stappen vooruit, één achteruit.”

En dezelfde Siebe Riedstra is een cruciale figuur in de kritiek vanuit het kabinet op JenV. Als hoogste ambtenaar van Infrastructuur en Milieu (eerder Verkeer en Waterstaat) ontwikkelde hij een voortreffelijke Haagse reputatie. Maar op Justitie en Veiligheid, veelkoppig en gecompliceerd, tast hij geregeld mis.

Zo trok hij voor het politiek gevoeligste directoraat-generaal, Rechtspleging en Rechtshandhaving (zie ook: de vervolging van Wilders), drie jaar terug een oud-rechter aan die in het buitenland woont, waardoor ze aan het einde van de week vaak afwezig was. Zij kondigde in de zomer haar vroegtijdige vertrek aan.

Kort ervoor trad zijn plaatsvervangend secretaris-generaal terug nadat Nieuwsuur onthulde dat hij persoonlijk jacht maakte op lekkende ambtenaren.

Ook zelf raakte Riedstra beschadigd. Hij was op vakantie in China toen voorjaar 2017 minister Van der Steur moest aftreden. Hij was op safari in Botswana toen Harbers dit voorjaar aftrad. Lagere ambtenaren mogen vaak alleen in recesperiodes op vakantie.

En het lijkt onwaarschijnlijk dat de merkwaardige gang van zaken rond de evaluatie van Harbers’ vertrek, Riedstra wel politiek krediet oplevert.

Goed ingevoerde JenV-bronnen vertellen ook dat er al wordt gezocht naar zijn opvolger. Sterker nog – omdat de hoogste ambtenaar van Rutte, secretaris-generaal Paul Huyts van Algemene Zaken, volgend jaar vertrekt (zijn maximumtermijn van zeven jaar op AZ zit er dan op), zou Rutte eerder Huyts hebben gesuggereerd naar JenV over te stappen.

Ook circuleert de naam van de recent gepensioneerde routinier Tjibbe Joustra als waarnemer.

Maar naar ik begrijp toonden geen van beide zwaargewichten veel enthousiasme: het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft de laatste jaren zoveel Haagse carrières gebroken dat mensen wel drie keer nadenken voordat ze nog in die slangenkuil stappen.