Witte Huis erkent verband tussen hulp en onderzoek Democraten

Stafchef Mick Mulvaney gaf donderdag terloops toe dat Trump wel degelijk een ‘quid pro quo’ wilde van Oekraïne. Hij probeerde dat vervolgens terug te draaien.

Interim-stafchef Mick Mulvaney van het Witte Huis spreekt donderdag verslaggevers toe tijdens een persconferentie.
Interim-stafchef Mick Mulvaney van het Witte Huis spreekt donderdag verslaggevers toe tijdens een persconferentie. Foto Leah Millis / Reuters

Interim-stafchef Mick Mulvaney van het Witte Huis heeft zijn baas, president Donald Trump, in problemen gebracht door donderdag tijdens een persconferentie te erkennen dat de Amerikaanse president wel degelijk onderzoek naar zijn politieke tegenstanders voorwaarde heeft gemaakt voor het zenden van militaire en financiële steun aan Oekraïne.

Trump houdt al weken vol, in interviews en op Twitter, dat van een voorwaardelijk verband, ofwel quid pro quo, geen sprake was. De kwestie is de inzet van een impeachment-onderzoek in het Congres.

Enkele uren later onderstreepte Mulvaney het belang van zijn woorden door een verklaring naar buiten te brengen waarbij hij zijn eerdere opmerkingen probeerde weg te poetsen. Hij schrijft daarin dat „de media hebben besloten mijn commentaar te verdraaien” en dat er „absoluut” geen quid pro quo was inzake Oekraïne.

Maar wat Mulvaney op de persconferentie zei, was helder. President Trump wilde er zeker van zijn dat de Amerikaanse fondsen voor Oekraïne, toegekend met brede steun in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, niet zouden worden verspild in een corrupt land. „Noemde hij mij daarbij ook de corruptie rond de mailserver van de Democratische Nationale Commissie? Absoluut. Geen twijfel over”, zei Mulvaney.

„Dat is waarom we [de uitkering van] het geld hebben opgehouden.”

Volgens president Trump is er reden om aan te nemen dat in 2016 vanuit Oekraïne is geprobeerd de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden ten gunste van zijn rivaal Hillary Clinton. Op 25 juli dit jaar sprak hij met de pas gekozen Oekraïense president Zelensky en vroeg hem of die wilde samenwerken met Trumps privé-advocaat Rudy Giuliani en met minister van Justitie William Barr bij een onderzoek naar deze onbewezen samenzweringstheorie. In dat telefoongesprek zegt Trump: „De server, men zegt dat Oekraïne die heeft” – waarbij hij kennelijk duidt op de mailserver van de Democratische Nationale Commissie die in 2016 werd getroffen door een aanval van Russische hackers.

In zijn herverkiezingscampagne voor 2020 heeft Trump een belangrijke plaats ingeruimd voor beweringen dat de Democratische Partij heeft samengewerkt met buitenlandse mogendheden, en dat zijn mogelijke Democratische rivaal Joe Biden ook betrokken is bij corruptie in Oekraïne. Mulvaney zei hierover op de persconferentie: „Terugblikken op wat was gebeurd in 2016 maakte beslist deel van zijn zorgen over corruptie in dat land.”

Een journalist concludeerde daarop: „Wat u beschrijft is een quid pro quo: ‘U krijgt uw geld niet, tenzij u dit onderzoek naar de Democratische Partij doet’.” Mulvaney antwoordde: „Dat doen we altijd met buitenlands beleid. We hebben het op datzelfde moment ook gedaan met de noordelijke landen van Centraal Amerika. We hebben het geld vastgehouden totdat zij hun migratiebeleid zouden aanpassen.”

Dat Mulvaney in zijn verklaring terugkomt op zijn uitspraak, en daarbij valselijk de media ervan beschuldigt zijn woorden te hebben verdraaid, geeft aan hoe gevoelig de kwestie ligt. Het is een lastige week voor Trump. De afgelopen dagen heeft een handvol (ex-)ambtenaren in het Huis van Afgevaardigden getuigd over Trumps Oekraïne-beleid en daarbij duidelijk afstand genomen van de verklaringen van de president. Donderdag verklaarde de Amerikaanse ambassadeur bij de EU, Gordon Sondland, dat Amerika’s Oekraïnebeleid sinds mei dit jaar is bepaald door Trumps privéadvocaat Rudy Giuliani. Zijn agenda bestond „mogelijk uit het, direct of indirect, betrekken van Oekraïners bij de herverkiezingscampagne van de president”.