Recensie

Recensie Boeken

Toon Tellegen blijft vrolijk de werkelijkheid ontwrichten

Dierenverhalen Ze blijven sprankelen, de met logica en taal spelende dierenverhalen van Toon Tellegen. Tekenaar Carll Cneut voegt daaraan nog eens een dosis weemoed en humor toe.

Uitsnede uit een illustratie in 'De vuurzeevlieg'.
Uitsnede uit een illustratie in 'De vuurzeevlieg'. Illustratie Carll Cneut uit besproken boek

Meer van hetzelfde, ben je geneigd te denken bij een nieuwe bundel dierenverhalen van Toon Tellegen. Al 35 jaar schrijft hij over het schijnbaar doelloze bestaan van de olifant, de mier, de eekhoorn en de overige vertrouwde bosbewoners die feestvierend, taart etend en brieven schrijvend hun dagen doorbrengen, en komen en gaan, zonder te weten waarvandaan en waarnaartoe, onder Tellegens motto: over onze gedachten zijn wij nooit de baas, die doen maar, alsof wij niet bestaan.

Dit is ook het uitgangspunt van Tellegens zeventien nieuwe dierverhalen in De vuurzeevlieg. Neem de bizon. Die zit zichzelf in de weg, maar het lukt hem niet voor zichzelf opzij te gaan. Of de houtworm, wiens lot het is van ‘zonsopgang tot onsondergang’ te ‘boren zonder eind’, waardoor hij geen tijd heeft met iemand van gedachten te wisselen. Zeker niet met de meikever die niets liever wil dan met hem over ‘het eind’ praten. Ook treffend: de wezel die twijfelt of hij een onverwachte bezoeker moet binnenlaten en vervolgens bijna flauwvalt van ‘de rondtollende gedachten in zijn hoofd’ waar ‘het ene soort spijt met volle kracht op het andere soort spijt botst’.

Licht geven

Van die licht bevreemdende Tellegenzinnen die het resultaat zijn van een dubbelzinnig spel met taal en logica krijg je nooit genoeg. Ze verraden dat de 78-jarige auteur nog steeds met zichtbaar genoegen de werkelijkheid ontwricht. Toch betekent dat geenszins dat De vuurzeevlieg een herhaling van zetten is. Tellegen mag dan in essentie dezelfde zijn, de sfeer in de bundel is minder licht dan gebruikelijk. Er wordt minder onbekommerd geleefd en gefeest, en als er taart wordt gegeten is die vaak zwart. Is dit een uiting van weemoed van iemand in de herfst van zijn leven?

Feit is dat veel dieren worstelen met onbestemde verlangens, maar uiteindelijk berusten in hun lot, gelijk de ouder wordende mens. Zo verlangt het vuurvliegje ernaar om een ‘ontzagwekkende vuurzeevlieg’ te zijn, tot hij beseft dat dit onhaalbaar en zinloos is: ‘Ik geef toch licht en wie geeft er nog meer licht?’ Veelzeggend is ook het verhaal over olifant die zo graag de zon zou willen zijn. ‘Dan klom ik dus elke dag tegen de achterkant van de bomen omhoog’ en nog verder, mijmert het dier, totdat hij opmerkt dat de zon hem niet echt gelukkig lijkt: ‘Hij danst bijvoorbeeld nooit. Als ik gelukkig ben dans ik en als ik dans word ik gelukkig.’

Vleugje weemoed

In Tellegens dierenrijk hing altijd al een vleugje weemoed, maar in De vuurzeevlieg is dit nog meer voelbaar. Ontegenzeggelijk spelen de verhalende prenten van meesterillustrator Carll Cneut – de Vlaming is voor het eerst aan Tellegen gekoppeld – hierin een wezenlijke rol. De diverse schilderlagen waaruit ze zijn opgebouwd, roepen een sprookjesachtige, mysterieuze sfeer op die het boek goed past: er valt licht door het bladerdak van het bos waar de dieren wonen, maar wie achter de bomen probeert te kijken, botst op een onbestemde schimmigheid.

Niet dat er niets te lachen valt. Cneuts verbeelding van de onbeholpen, letterlijk en figuurlijk gekneusde olifant die vastberaden telkens weer in bomen klimt en er net zo hard weer uitvalt, is onbetaalbaar. Wat bovendien leuk is, Cneut laat hem – ongeacht Tellegens tekst – regelmatig terugkeren. Je ziet hem vervaarlijk zwaaiend aan een boomtak, mijmerend bovenop een paddenstoel, of gehuld in een gele regencape struinend door Tellegens dierenbos. Dat heeft nog steeds niets van zijn wonderlijke aantrekkingskracht verloren.