Opinie

Snitch

Mirjam de Winter

Ik droomde – zonder enige aanleiding – dat mijn zoon een meisje verkracht en vermoord had. Ik trof hem ‘s ochtends huilend op de vloer van onze woonkamer aan, het half ontklede lichaam van het meisje lag onder de eettafel. Alleen haar blote benen staken onder de tafel uit, haar gezicht kon ik niet zien. Er was iets vreselijk misgegaan in zijn hoofd, snikte hij, en in een vlaag van verstandsverbijstering had hij haar keel dicht geknepen. Samen met zijn vader wikkelden we het meisje in een tafelkleed en droegen haar naar de ondergrondse afvalcontainer tegenover ons huis. Met een doffe klap viel ze op de bodem. We zouden hem beschermen en met dit grote geheim verder moeten leven, beloofden we onze zoon.

Het was mijn ergste nachtmerrie ooit. De walging, de teleurstelling, de paniek, het voelde allemaal levensecht. Maar ook de angst hem te verliezen, de beschermingsdrang, de onvoorwaardelijke liefde die ik tegelijkertijd voelde. Hartverscheurend was het. Toen ik hem bij het ontbijt vertelde over mijn droom, reageerde hij in eerste instantie geschokt: „Waarom droom je zoiets vreselijks over mij?” Maar hij was ook benieuwd: „Zou je in het echt wel de politie bellen als je wist dat ik iets strafbaars had gedaan, zou je je eigen kind verraden?” Het antwoord vond hij nogal teleurstellend, maar in geval van moord of doodslag ergens ook wel weer begrijpelijk. Want ja, ik zou hem inderdaad ‘verraden’, maar ook altijd van hem blijven houden, zelfs als hij een meisje zou hebben gedood.

En zo kwam het gesprek als vanzelf op het laatste nieuws over de ‘trouwstoetmepper’, de man die afgelopen augustus een agent knock-out sloeg toen hij een overlastgevende trouwstoet tegenhield op de Westzeedijk. Heel Nederland wond zich erover op en had er een mening over. Pas vorige week kon de 25-jarige dader worden aangehouden in het huis van zijn vriendin, waar hij zich tijdens de inval van het arrestatieteam onder een bed had verstopt. De politie liet na zijn arrestatie weten dat het de broer van de bruid betrof en dat „iedereen er vanaf wist”, maar hem kennelijk niet had willen verraden. De familie zou hem zelfs geholpen hebben om uit handen van de politie te blijven, en ook dat wordt ze door justitie zwaar aangerekend. Mogelijk dat ze er zelfs voor worden vervolgd.

„Maar jij zou je broer dus wel verraden?” vroeg mijn zoon, die op straat heeft geleerd dat snitchen een doodzonde is. Ik twijfelde. Een eigen kind zou ik in dit geval wel degelijk naar de politie brengen, omdat ik daar als ouder nou eenmaal de verantwoordelijkheid voor draag. Bovendien ging het niet om een gestolen blikje cola, maar om een gebeurtenis met grote impact op zowel de agent als de samenleving, legde ik uit. Maar een broer of zwager verraden? Ik zou boos zijn, eindeloos op hem inpraten en proberen hem over te halen zich bij de politie te melden, maar ik zou hem zélf zijn verantwoordelijkheid laten nemen.

„En mij zou je wel naar de politie brengen?”, vroeg mijn zoon verbaasd. „Precies”, zei ik stellig, „en dat is wat de ouders van de trouwstoetmepper ook hadden moeten doen.” Hoofdschuddend verliet hij de ontbijttafel: „Je bent een snitch mam, een vieze snitch.”

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.