Recensie

Recensie

De briljante Russische schrijver die in vergetelheid stierf (maar herontdekt werd)

Recensie Andrej Platonov was ervoor geknipt om een prominente positie in de schrijverselite van de Sovjet-Unie in te nemen. Hij had alles mee. Maar na een gebeurtenis in 1922 ging het helemaal mis. (●●●●●)

Staalfabriek in Stalinsk in 1948, dat later werd omgedoopt in Novokoeznetsk, in 1948.
Staalfabriek in Stalinsk in 1948, dat later werd omgedoopt in Novokoeznetsk, in 1948. Foto Everett Collection/HH

Andrej Platonov (1899-1951) was ervoor geknipt om een prominente positie in het schrijversgilde van de nieuwe Sovjet-Unie te bekleden. Hij had alles mee: zijn proletarische komaf, zijn technische opleiding, zijn deelname aan de burgeroorlog aan de zijde van de bolsjewieken en zijn literair talent dat hij wilde inzetten voor de zaak van het communisme.

Het ging echter mis toen hij in 1922 uit de Communistische Partij stapte – of werd gegooid, dat is onduidelijk – na een jaar lid te zijn geweest. De reden daarvoor was dat hij zich stoorde aan de lakse houding van andere partijleden, die ondanks hun grote mond niet tot daden kwamen.

In datzelfde jaar verschenen zijn eerste verhalen. Deze gingen vooral over de nieuwe mens, die behalve tegen het grootkapitaal ook tegen de vijandige natuur streed. Het voornaamste wapen tegen die natuur was volgens Platonov elektrificatie. Als gelovige in Lenin hing hij diens leuze ‘Communisme = Sovjetmacht + elektrificatie van het hele land’ aan. Als technicus spande hij zich ook zelf in voor dat doel. In zijn vrije tijd schreef hij satirische romans en verhalen over de nieuwe heilstaat.

Lang duurde zijn literaire carrière niet. In 1927 publiceerde hij het verhaal ‘Makar twijfelt’, waarin een gewone boer onbewust kritiek levert op Lenins leer, wat de woede van Stalin wekte. Vanaf dat moment werd het hem vrijwel onmogelijk gemaakt te publiceren. In 1951 stierf Platonov aan tbc, die hij aan het front in de Tweede Wereldoorlog had opgelopen. Hij werkte toen als conciërge van een Moskous appartementengebouw. Pas onder Gorbatsjov in de jaren tachtig werd zijn unieke werk weer uitgegeven om de erkenning te krijgen die het verdiende.

Technisch jargon

Techniek speelt een grote rol in veel van Platonovs verhalen, die nu in de Russische Bibliotheek zijn verschenen in een voortreffelijke vertaling van Aai Prins. Zij heeft zich het technische jargon en de eigenzinnige, poëtisch-filosofische stijl van Platonov zeer knap eigen gemaakt, waardoor zijn verhalen nog indringender overkomen dan in eerdere vertalingen.

Bij de eerste verhalen uit deze bundel heb je voortdurend het gevoel dat je in de Sovjet-Unie van de jaren twintig rondloopt. Het zijn sfeertekeningen van het fabrieksleven, waarin de mens strijdt met wispelturige machines, die bijna als personages worden opgevoerd. Mens en materie, alles en iedereen lijkt te zijn gemechaniseerd. De mens is zelf een machine geworden.

Die ‘mechanische’ sfeer werkt soms vervreemdend en moeizaam, waardoor je al gauw de neiging krijgt op te houden met lezen. Maar als je even volhoudt, dan dring je geleidelijk aan door in Platonovs surreële universum en krijg je bijna zin om zelf mee te doen aan de productie van ‘1000 kubieke meter ultralicht’, zoals in het satirische verhaal ‘Satan van het denken’. En dan besef je ook dat Platonovs personages tussen de regels door wel degelijk gevoelens hebben.

Michel Krielaars tipt de vijf beste boeken over de Oktoberrevolutie. Lees ook: Wat je moet lezen over de Oktoberrevolutie

Platonov schreef ook verhalen die zich op het platteland afspelen, zoals ‘De weidemeesters’. Hierin is een uit de burgeroorlog teruggekeerde dorpsdronkaard veranderd in een ‘ordentelijk man’, die het communisme in de praktijk wil brengen door het traditionele boerenleven af te schaffen: ‘’t Is mooi geweest,’ zei hij. ‘Hoogste tijd om het dorp uit te roeien.’ ‘Hoezo, waarom dat nou weer,’ vroegen de boeren hem. ‘Is dat volgens een nieuwe verordening?’ Waarop die ex-dronkaard een tirade afsteekt over de armoede op het platteland.

Door de lauwe reactie van die boeren presenteert Platonov die mogelijk aanstaande slachtpartij in naam van het toekomstig socialisme alsof het om het omploegen van een akker gaat. En precies daarin schuilt de kracht van dit verhaal.

Maakbare mens

Bij de maakbaarheid van de mens plaatst Platonov voortdurend zijn kanttekeningen. Zo laat hij in het satirische verhaal ‘De antiseksus’ een tekstschrijver van een reclamebureau aan het woord die een elektromagnetisch apparaat moet aanprijzen waarmee je de geslachtsdrift kunt reguleren en daarmee ook de menselijke geest. Op die manier zet Platonov de Sovjet-samenleving op zijn absurdst neer, omdat seks er werd gezien als iets industrieels dat van iedere lustbeleving en elk gevoel moest worden ontdaan.

Het mooist zijn de langere verhalen. Zo laat Platonov ‘In de sluizen van Jepifan’ zijn literaire meesterschap zien als hij met een paar pennenstreken de Russische mentaliteit fileert van nietsdoen en het tegenwerken van iedereen die wél iets doet. Hoofdpersoon is ingenieur Bertrand Perry, die in 1709 naar het Rusland van Peter de Grote reist om een kanaal aan te leggen dat de rivier de Oka met de Don verbindt. Van de onkundige en luie autoriteiten ondervindt hij alleen maar tegenwerking. Als het kanaal eenmaal gegraven is en de sluizen gebouwd zijn, stroomt er amper water in, gewoon omdat het er niet is. De plannen blijken onuitvoerbaar. Maar Perry krijgt de schuld van zijn opdrachtgevers uit Petersburg, die het project hebben bedacht. Met fatale gevolgen voor hem. Het is een verhaal dat je geen moment onberoerd laat en tot de absolute wereldliteratuur behoort.