Slavernij was er altijd – en overal

Geschiedenis Slavernij „was er al toen de mens leerde schrijven”, zegt historicus Dick Harrison. „De focus op onze westerse koloniale geschiedenis drukt andere verhalen weg.”

Een Romeinse slavenmarkt, schilderij van Jean-Léon Gérôme uit 1884.
Een Romeinse slavenmarkt, schilderij van Jean-Léon Gérôme uit 1884.

Minachting. Dat is de basis voor elke vorm van slavernij. Aldus slavernij-onderzoeker Dick Harrison. „Het is het dédain van de winner voor de loser. Als je een ander mens zijn vrijheid wilt ontnemen, moet je hem verafschuwen, én die afschuw rechtvaardigen en institutionaliseren. Dat doe je door te zeggen dat die persoon zijn lot aan zichzelf te wijten heeft, bijvoorbeeld omdat hij een oorlog heeft verloren, of arm is. Alleen als je op zo’n manier een psychologische barrière opricht tussen jou en de ander, kan slavernij bestaan.”

Dick Harrison is hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Lund in Zweden. Hij heeft twee belangrijke onderzoeksgebieden: de Zweedse nationale historie en slavernij. Hij spreekt over zijn net verschenen De geschiedenis van de slavernij. Van Mesopotamië tot de moderne mensenhandel in de bibliotheek van zijn Amsterdamse hotel. Zijn vrouw zit even verderop te schaken met het Keniaanse weesmeisje dat ze adopteerden toen Harrison in dat land werkte. Hij heeft het boek, dat een bewerking is van een trilogie van 1.800 pagina’s die hij eerder publiceerde, aan haar opgedragen. Harrison weeft een lange draad vanaf de klassieke Oudheid, via de middeleeuwse moslimwereld, de trans-Atlantische slavernij en de voor Afrika rampzaligste negentiende eeuw naar de formele afschaffing van de slavernij en het overleven ervan in moderne kinder- en seksslavernij. Voor wie denkt dat slavernij alleen heeft bestaan in kolonies in de Amerika’s is dit een confronterend en soms schokkend boek.

Tijdens het gesprek gaat constant zijn telefoon omdat die dag de Zweedse koning Karel Gustaaf een controversiële uitspraak heeft gedaan. Als de nationale historicus van Zweden – hij maakte een tv-serie over de geschiedenis van het land – willen alle media commentaar van hem. Hij negeert de oproepen. „Slavernij is een belangrijk onderwerp, daar wil ik rustig over praten.”

- 1 -

In den beginne

Een slaaf bedient zijn meester op een Griekse vaas uit de vijfde eeuw voor Christus.

Niemand weet hoe slavernij is ontstaan, zegt Harrison. „Het was er al toen de mens leerde schrijven. Nadat spijkerschrift en hiëroglyfen waren ontstaan, was slavernij meteen belangrijk genoeg om over te berichten. De oudste contracten over seksslavernij komen bijvoorbeeld uit het Babylon van 1700 voor Christus. De belangrijkste voorwaarde voor het ontstaan van slavernij lijkt de aanwezigheid van een staat met een min of meer afgebakend territorium. Als je kijkt welke culturen minder slaven hadden dan anderen, dan zijn dat volkeren als de Roma, die rondtrokken en geen centraal gezag kenden.”

Er waren grosso modo twee manieren om in slavernij te geraken: je verloor een oorlog, of je was arm en kon je schulden niet betalen. Dat is altijd zo gebleven. Slavernij bestaat bij de gratie van ongelijke machtsverhoudingen, militair of economisch. De slavernij in de vroege Oudheid zag er wel anders uit dan wat wij ons nu voorstellen, zegt Harrison. „Ze was kleinschalig, vooral vrouwen die huishoudelijk werk deden. Er waren wel mannen die op het land werkten – of in de mijnen, zoals bij de Grieken – maar dat was de minderheid.”

De Romeinen deden als eersten een serieuze poging om grootschalige slavernij te organiseren die deel uitmaakte van het economisch systeem. Ze creëerden latifundia, enorme boerderijen, plantages eigenlijk, waar het land niet werd bewerkt door de lokale boeren, maar door onvrije arbeiders die van elders kwamen. Rond het begin van onze jaartelling was een derde van de inwoners van Italië slaaf, twee miljoen van de zes miljoen. Harrison: „De Romeinen konden dat doen omdat ze constant oorlog voerden. De krijgsgevangenen die ze maakten, werden als slaaf ingezet. Toen die oorlogen vanaf de derde eeuw niet meer zo grootschalig en succesvol waren, stokte de aanvoer van slaven. Die werden daardoor een stuk duurder, en economisch minder interessant.”

Hoewel de Romeinen een aantal eeuwen een slavenmaatschappij bestierden, was het op de lange termijn geen levensvatbare constructie, denkt Harrison. „Ze hadden te veel last van opstanden. Dat kwam natuurlijk omdat de slaven veelal voormalige militairen waren. Die probeerden te ontsnappen als de kans zich voordeed. Het repressieapparaat van de Romeinse staat was uiteindelijk niet sterk genoeg om zoveel mensen permanent onder de duim te houden. Daar heb je buskruit voor nodig.”

- 2 -

De slavernij overleeft

Ets uit 1804 van Mammelukken, islamitische slaafsoldaten. Foto Culture Club/Getty Images

Met het verdwijnen van het Romeinse rijk in de vijfde eeuw verdween in Europa ook de plantage, zegt Harrison. „De Arabieren hebben het na hun veroveringen van de zevende en achtste eeuw nog wel geprobeerd. Zij hadden bijvoorbeeld suikerplantages in het zuiden van het hedendaagse Irak die door slaven werden bemand. Maar daar deden zich dezelfde problemen voor als bij de Romeinen: de slaven waren verslagen militairen en die kwamen in opstand of namen de benen zodra ze de kans kregen.”

In Europa gebeurde iets interessants in de Middeleeuwen, zegt Harrison. „Je ziet een duidelijk verschil tussen het noorden, dat nooit onderdeel was van het Romeinse rijk, en het zuiden, waar gedeeltes van de bestaande economische structuren werden overgenomen. Vooropgesteld: niemand had een probleem met slavernij. De aanwezigheid van het christendom maakte wat dat betreft niets uit. De kerk had slaven.”

In het noorden hadden de Vikingen met hun thralls een eigen vorm van slavernij waarbij slaven de onderste laag vormden in een kastesysteem. En ook elders leefden geroofde mensen in onvrijheid, vaak als huisslaven. Harrison: „Noord-Europeanen minachtten mensen op dezelfde manier als in Zuid-Europa, maar toch verdween de slavernij in de late Middeleeuwen in zijn geheel uit het noorden, terwijl het fenomeen rondom de Middellandse Zee overleefde en zelfs begon te groeien.”

Dat kwam omdat er met de opkomst van het islamitisch kalifaat in Noord-Afrika en het Midden-Oosten een nieuw groot rijk ontstond dat behoefte had aan onvrije arbeid. Daarin werd aanvankelijk vanuit Europa voorzien, onder meer met de geplunderde Slavische inwoners van Oost-Europa – ons woord slaaf komt er vandaan. „In Zweden is een schat gevonden van 90.000 Arabische zilveren munten, waarschijnlijk verdiend met de slavenhandel”, zegt Harrison. „Die was in de grond gestopt omdat de lokale bevolking geen geldeconomie kende. Ze bewaarden de munten om het zilver.”

Toen de moslimwereld vanaf de elfde eeuw uiteenviel in meerdere staten, nam de vraag naar slaven af, aldus Harrison. „Aanvankelijk bestond er in Noord-Europa zelf nog wel kleinschalige slavernij, maar op een gegeven moment kwam men erachter dat je mensen net zo goed vrij kon laten en ze een klein beetje geld kon betalen, of op een ander manier aan hun land binden. Dan werkten ze harder, en je had minder moeite ze in het gareel te houden.”

In Zuid-Europa bloeide de slavenhandel op nadat er door de veroveringen van Dzjengis Khan (3) en zijn nazaten in de dertiende eeuw grote hoeveelheden krijgsgevangen op de Europees-Aziatische steppe werden gemaakt. Via de havens aan de Middellandse Zee werden die vervoerd naar de moslimwereld. Daar werden veel mannen ingezet als slaafsoldaten, een uniek moslimfenomeen. Harrison: „Dat was niet zonder gevaar, want deze mannen hadden wapens en grepen daarmee op een gegeven moment de macht, zoals de Mammelukken (4) in Egypte.”

- 3 -

Globalisering

Een slavenmarkt op het eiland Zanzibar, eind negentiende eeuw. Foto Istock

In de loop van de Middeleeuwen raakte Afrika verbonden met de mondiale slavenhandel. Slavernij van zwarte mensen onderling bestond daar toen al, maar er komt pas zicht op wat er gebeurde nadat het continent ten zuiden van de Sahara verbonden was geraakt met de moslimwereld. Door islamitische geschreven bronnen weten we hoe de Afrikaanse slavernij (5) zich in deze eeuwen ontwikkelde.

Stammen die goed thuis waren in de woestijn – onder meer de Berbers stonden hierom bekend – gebruikten oude Romeinse karavaanroutes om zwarte mensen naar Noord-Afrika te vervoeren. Het waren veelal vrouwen die de levensgevaarlijke tocht door de Sahara moesten ondernemen. Nog altijd waren de meeste slaven huisslaven, en voor dat werk waren zij het meest geschikt. Harrison: „Partners in crime in het zuiden waren graag bereid die menselijke handelswaar te leveren. Uiteindelijk zijn er tussen 800 en 1900 zo’n twaalf tot dertien miljoen mensen via de karavaanroutes naar het noorden gegaan.”

Tot de Renaissance was Centraal-Azië de belangrijkste leverancier van slaven, maar aan het eind van de vijftiende eeuw veranderde dat. Het waren niet langer alleen de Arabieren die geïnteresseerd waren in zwarte slaven: Europa meldde zich nu aan de West-Afrikaanse kust. Harrison: „Het is belangrijk om je te realiseren dat Afrika nooit echt sterke rijken heeft gekend die in staat waren invloed van buitenaf te weren, zoals bijvoorbeeld de Ottomanen dat aan het eind van de Middeleeuwen konden in Klein-Azië. En als er in Afrika een keer een machtig rijk opstond, hielden de heersers daarvan de slaven voor zichzelf. Slavernij bleef bestaan, de export hield alleen op.”

Aanvankelijk waren de Portugezen verantwoordelijk voor de slavenhandel, zegt Harrison, totdat de Nederlanders het overnamen met hun „grotere efficiëntie”. Toen de Portugezen voet aan land zetten in Afrika, waren ze niet op zoek naar slaven, stelt Harrison, maar naar goud. „Ze ontdekten dat de plaatselijke leiders betaald wilden worden met slaven. Die hadden de Portugezen niet, dus gingen ze elders aan de kust op zoek.”

Al snel beseften de Portugezen: misschien verdienen we veel sneller geld als we die slaven niet verhandelen in Afrika, maar als we ze gebruiken om suiker te verbouwen in de nieuwe wereld die we ontdekt hebben aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Het idee van plantages (6), de latifundia, dat op kleine schaal had overleefd in Andalusië en elders in de moslimwereld, stak nu de zee over. De plaatselijke bevolking liet zich maar met moeite de plantage opdringen en nadat ongeveer 90 procent van alle oorspronkelijke bewoners van de Amerika’s was overleden door Europese infectieziektes, steeg de vraag naar arbeid enorm. Alle Europese landen met kolonies overzee stortten zich op de slavernij. Het resultaat: de trans-Atlantische slavenhandel groeide snel en zou voor vier eeuwen bittere ellende zorgen. Het duurde tot de negentiende eeuw voor het abolitionisme voet aan de grond kreeg in Europa. Onder druk van vooral Engeland schafte het ene na het andere land eerst de slavenhandel en later de slavernij af.

- 4 -

Kapitalisme

Een jong meisje werkt in een illegale goudmijn in Burkina Faso. Foto EPA

Daarmee was voor Afrika het leed nog niet geleden, benadrukt Harrison. „Sterker nog, de negentiende eeuw was qua aantallen verhandelde slaven de ergste eeuw uit de geschiedenis van het continent. Tussen de vijftiende en negentiende eeuw voerden de Britten, Portugezen, Spanjaarden, Fransen, Nederlanders, Denen en Zweden met hun gecombineerde slechtheid zo’n dertien miljoen mensen in de trans-Atlantische slavernij. In de tachtig jaar tussen 1800 en 1880 roofden de machthebbers van Egypte, het Arabisch schiereiland, India en de Swahilikust zo’n twintig miljoen mensen en dreven die de Aziatische slavernij in, terwijl ze ook plantages opzetten op de Afrikaanse oostkust. Op een gegeven moment werden hierheen zelfs meer slaven vervoerd dan naar heel Azië. Het mondiale kapitalisme maakte de slavernij nog efficiënter, en winstgevender. Omdat het hier om Oost-Afrika ging en het de westerse maatschappij nauwelijks beroerde, is dit feit zo goed als onvermeld in onze geschiedenisboeken.”

Maar is het niet logisch dat het westen zich vooral bezighoudt met zijn eigen slavernijgeschiedenis, mede omdat nazaten van slaven dit onderwerp agenderen? „Zeker”, zegt Harrison, „en dat is ook heel goed.” Maar geschiedenis is het vertellen van verhalen, benadrukt hij, en met die verhalen construeren we een dominant beeld van het verleden, een beeld waarbij we ons comfortabel voelen. „Heel lang vertelden we elkaar hier in het westen het verhaal dat wij de besten waren omdat we de wereld hadden veroverd. Later waren we opnieuw de besten, maar toen omdat we tijdens het negentiende-eeuwse imperialisme de slavernij in Afrika afschaften. En nu zijn we de besten omdat we zo goed zijn in het aanbieden van onze excuses. In alle gevallen zijn wij de machtigen. Het slachtoffer schept nooit op, dat merk je als je in Afrika over dit onderwerp praat. Die focus op ons verleden vindt zijn oorsprong in de nationalistische geschiedschrijving van de negentiende eeuw. Als we daarvan loskomen, zou dat onze blik op het leed van de slavernij verbreden.”

De trans-Atlantische slavernij was in de wereldgeschiedenis niet uniek, stelt Harrison. „Ze is alleen bijzonder omdat ze zo uitgebreid is gedocumenteerd. Door de obsessie met boekhouden van de handelaren kunnen we het onderwerp bestuderen. Maar in wezen was het systeem niet anders dan de grootschalige slavernij in Noord-Afrika of Zuid-Azië. En dan hebben we het nog niets eens gehad over China, dat voor onze jaartelling al een grote slavenmaatschappij had ingericht.”

Door onze focus op de trans-Atlantische slavernij, blijft 90 procent van de slavernijgeschiedenis buiten beeld, zegt Harrison. „En ook de slavernij die nog bestaat (7). Volgens de International Labour Organisation (ILO) leven er nu twaalf tot vijftien miljoen mensen in slavernij, voornamelijk kinderen en jonge vrouwen. En dat zijn de mensen van wie we het weten. Als ik met mensenrechtenactivisten spreek, hebben ze het over dertig tot veertig miljoen, misschien wel honderd miljoen moderne slaven. Van veel landen weten we het gewoon niet. En deze mensen hebben geen pleitbezorgers in het maatschappelijk debat en in de politiek. Dát maakt me boos.”

Harrison hoopt met zijn vogelvlucht over vijfduizend jaar geschiedenis te hebben aangetoond „dat er iets mis is” met de mens. „Sinds de beschaving bestaat, hebben wij het kennelijk goed gevonden anderen te behandelen als menselijk gereedschap. De westerse wereld van nu is de uitzondering, dat is een van de weinige dingen waarop we trots zouden moeten zijn. Het is alleen jammer dat we de geest van het abolitionisme niet hebben kunnen of willen vasthouden. Want er zijn op de wereld nog steeds veel mensen die denken dat het prima is een ander mens in slavernij te houden.”

Dick Harrison: De geschiedenis van de slavernij. Van Mesopotamië tot moderne mensenhandel. Vertaling Ger Meesters. Uitgeverij Omniboek. 704 blz. € 39,99

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.