Recensie

Recensie

Karel V: een genereuze workaholic met wraakzucht

Karel V In een nieuwe, levendige biografie is Karel V genie noch opportunist. De Britse historicus Geoffrey Parker zet de keizer van een immens rijk neer als een voorzichtig en intelligente monarch.

Op 10 maart 1525, omtrent het middaguur, bereikte een uitgeputte koerier uit Noord-Italië het Alcázar in Madrid, waar het hof van keizer Karel V zetelde. Buiten adem vertelde hij dat het keizerlijk leger dat van de Franse koning Frans I bij Pavia had verslagen en dat de koning zelf gevangen was genomen. Karel die ziek en ontevreden met een paar raadslieden confereerde, verstijfde, verliet zonder iets te zeggen het vertrek en ging naar zijn slaapkamer. Daar knielde hij voor een Mariabeeld en prees en dankte hij God voor dit goede bericht.

Dit voorval balt in een notendop een aantal zaken uit het leven van keizer Karel V samen. Om te beginnen de afstand. De grondige, gedetailleerde biografie meldt dat de slag bij Pavia had plaatsgevonden op 24 februari 1525 en de koerier had er dus vijftien dagen over gedaan om, reizend via Frankrijk, het nieuws over te brengen. Karel profiteerde grotelijks van deze overwinning. Hij verving nu Frans I als de machtigste vorst van de westelijke wereld en verkreeg definitief een aantal betwiste landen in handen. De overwinning had plaatsgevonden op Karels verjaardag en dat sterkte zijn onvoorwaardelijke geloof in de Voorzienigheid. Het was niet zijn verdienste of dat van zijn generaals, het was louter aan God te danken.

Het is een van de levendige ooggetuige-berichten die de Britse historicus Geoffrey Parker aanhaalt in zijn grondige, gedetailleerde en soms van feiten overkolkende biografie van Karel V. Parker (1943) is een gelauwerde historicus wiens specialiteit in de zestiende en zeventiende eeuw ligt. Vooral over Spanje en de Nederlanden, en hun relatie, heeft hij veel gepubliceerd. The Army of Flanders and the Spanish Road uit 1976 over de Spaanse oorlogsvoering in de Nederlanden heeft hier destijds indruk gemaakt. Zijn vorige biografie verscheen nog maar kort geleden, in 2014: Imprudent King. A new life of Philips II.

Kattebelletjes

De decennia dat Parker zich inliet met Spaanse archieven betalen zich nu uit. Hij kon putten uit in het Spaans, Frans, Duits, Italiaans en Latijn geschreven bronnen: uit brieven, proclamaties, verzoekschriften, lijvige rapporten van ambassadeurs en uit vrijwel onleesbare kattebelletjes. De bibliografie van 22 en het notenapparaat van 122 pagina’s zeggen niet alles, maar al lezend raak je overtuigd van de grondigheid van het hele werk.

Parker heeft zijn biografie opgedeeld in vier chronologische secties. Na Karels jeugdjaren volgen zijn gang van koning van Spanje tot keizer van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie en zijn strijd met Frankrijk. Daarna lezen we over zijn grote triomfen en zijn machtsuitbreiding over een rijk waar de zon nooit onderging. Zijn laatste uitputtende jaren vormen het slot. Tussen die delen heeft Parker intermezzi ingebouwd waarin hij tijdgenoten aan het woord laat die de keizer hebben gekend en die te samen een indruk geven van diens karaktertrekken. Dat zijn vooral berichten van ambassadeurs.

Parker is een militair historicus en de nadruk ligt dan ook op krijgstochten, belegeringen en veldslagen in dienst van Karels politiek. Alledaagse aspecten van zijn hofhouding en culturele thema’s, zoals zijn kunstpatronage, komen er bekaaid vanaf. Die politiek is te herleiden tot het principe van het ‘monarchaal imperialisme’ dat wil zeggen het handhaven en eventueel uitbreiden van de door huwelijk of oorlog verkregen gebieden en het voortzetten van de dynastie. Dat alles volgens de door God gegeven orde.

Zo volgen we de kleine, in 1500 te Gent geboren Karel, die als boreling al hertog van Luxemburg was. Zijn vader, Philips de Schone, stierf toen hij zes jaar was en zijn opvoeding kreeg hij onder toezicht van zijn grootvader Maximiliaan van Oostenrijk, die als rolmodel fungeerde. Langzaam maar zeker vielen de erflanden hem ten deel; Bourgondië inclusief de Nederlanden, de vorstendommen waaruit Spanje bestond, half Italië, het Duitse Rijk en grote delen van Midden- en Zuid-Amerika.

Hoe houd je daarvan alle touwtjes en touwen in handen? Hoe kom je aan betrouwbare informatie uit al die gebieden, wie kon je daar vertrouwen, wanneer moest je toeslaan met harde hand en wanneer kon je je doel bereiken via diplomatie? En hoe kwam je aan het benodigde goud en zilver om je eigen status te handhaven, tegenstanders om te kopen en om al die legers te betalen?

Parker legt het allemaal goed uit, maar komt zo nu en dan toch met zijn chronologie in de knoop omdat hij moet schakelen tussen zo vele gebeurtenissen, thema’s en plaatsen. En zoals er over Karel V werd gezegd dat hij hoofd en bijzaken niet altijd goed onderscheidde, ligt ook in dit volumineuze boek het gevaar op de loer dat de lezer de rode draad kwijt raakt.

Genie of opportunist

Over Karel V zijn tientallen biografieën verschenen. De eerste werd al geschreven tijdens zijn leven. De voorlaatste is van de hand van de Vlaamse mediëvist Wim Blockmans. Parker vermeldt dit boek uit 2008 trouwens niet, ook noemt hij vrijwel geen Nederlandstalige studie, artikel of bron.

Die biografieën beschrijven Karel V in uitersten. Ofwel hij komt hagiografisch naar voren als een genie ofwel als een geslepen opportunist. Geoffrey Parker kiest een middenweg, signaleert een reeks foute beslissingen van de keizer (zoals het uitgeven van veel te veel geld), en kiest voor een positief beeld. Hij zet hem neer als een intelligente, plichtgetrouwe man, die vele talen sprak, afstandelijk en beheerst, maar niet zonder zelfspot, genereus, maar wraakzuchtig jegens degenen die hem ooit beledigd of bedrogen hadden.

Dankzij de getuigenissen van vele mensen die hem hebben gekend doemt de gestalte op van een voorzichtige monarch, die goed luisterde naar zijn raadgevers en pas na lang delibereren een besluit nam. Het lijkt wel, schreef Baldassare Castiglione, de beroemde auteur van De volmaakte hoveling, of oneindig uitstel hier de regel is.

Uit Karels boekenkast worden we ook niet veel wijzer. Geen echte lezer, deze keizer. Devotionele lectuur, boeken over de jacht, wat ridderromans en werken van drie lievelingsauteurs Castiglione, Machiavelli en, over militaire zaken, de Griekse geschiedschrijver Polybius. Karel begreep de kracht van propaganda. Zijn beeltenis komen we nog altijd tegen op vele portretten en penningen, er zijn beelden van marmer en van brons, en op de gigantische tapijten werden zijn overwinningen verheerlijkt.

Rust is Karel V nooit gegeven. Het machtsevenwicht in Europa en de vele interne problemen in de in alle opzichten heterogene delen van zijn rijk hielden hem voortdurend bezig. Toen Frans I verslagen was, moest Karel zijn broer Ferdinand, koning van Hongarije en Bohemen, helpen in de strijd met de Turken. Die beukten op de poorten van Europa, namen Hongarije in en stonden in 1529 voor de poorten van Wenen. En toen dat gevaar weer even was geluwd moest er worden afgerekend met die dekselse ketters in Duitsland, de Lutheranen.

Diplomaten en spionnen

Van tijd tot tijd moest weer geregeld worden wie in de monarchale Europese bovenlaag met wie zou trouwen. Zelf huwde hij met Isabella van Portugal zodat ook dat land aan zijn rijk gebonden werd. Staatszaken hielden hem dag en nacht bezig. Raadsvergaderingen duurden wel vijf of zes uur, dagelijks ontving hij lieden die hem om de een of andere gunst vroegen. Uit zijn hele rijk kreeg hij brieven toegestuurd en rapporten van diplomaten en spionnen. Dat alles moest beantwoord worden. Bovendien heeft hij talloze reizen door zijn rijk gemaakt, van Sevilla tot Wittenberg en van Messina tot Amsterdam.

De man moet levenslang overwerkt zijn geweest. Wat hem kennelijk behoed heeft voor een volledige burnout was zijn goede huwelijk - ongeacht de slippertjes die hij op zijn reizen maakte - en het plezier dat hij beleefde aan gokspelen, de valkerij, de jacht en het vroegmoderne badminton, het slaan met de pluimbal.

Even verstandig als ongebruikelijk was Karels besluit om in 1555 troonsafstand te doen ten behoeve van zijn zoon Philips II en zijn broer Ferdinand, die elk de helft van het immense rijk erfden. Karel trok zich terug in het klooster Yuste waar hij nog maar drie jaar leefde en waar een van zijn genoegens hem de das omdeed. Hij liet daar tuinen en visvijvers met fonteinen aanleggen. Het water trok muggen aan die malaria overdroegen. In 1558 stierf hij, 58 jaar oud. Autopsie van eeuwen later wees uit dat hij was bezweken aan malaria en jicht.