Opinie

Poetin controleert Syrië, maar van de Russen hoeft het niet

President Poetin heeft Rusland machtiger in het Midden-Oosten gemaakt dan ooit. Maar de Russen hebben andere zorgen, constateert Hubert Smeets.

Hubert Smeets

De giervalk die president Poetin maandag in Riad van de Saoedische koning kreeg, poepte opgetogen op het paleistapijt toen de Rus hem kietelde. Het mocht de pret niet drukken. Dinsdag werd Poetin hartelijk welkom geheten in de Verenigde Arabische Emiraten, alwaar hij tussendoor ook even met Erdogan belde om mee te delen dat hij in Syrië aan de touwtjes trekt en niet de Turkse president. Kortom, Poetin is een echte baas, ook in landen die een halve eeuw lang bondgenoten van Washington waren.

Dat beeld klopt. Nooit heeft Rusland zo’n machtspositie in de regio gehad. Zelfs voor 1972, voordat president Sadat de Sovjets uit Egypte knikkerde, was die kleiner. Pas door oorlog in Syrië, het laatste bruggenhoofd van Moskou, doemde weer een vergezicht op. De Amerikaanse huiver en Europese onwil om te interveniëren, inspireerden tot het voordien ongekende motto: ‘VS eruit, Rusland erin’.

Dankzij de twitterbaas in het Witte Huis is dat nu gelukt. Trump loopt achter de feiten aan. Poetin bepaalt de agenda.

Wat is de prijs van deze hegemoniale macht?

Voor vluchtelingen hoeft Poetin niet te vrezen. Erdogan kan dreigen de kraan open te draaien, naar Rusland zullen ze niet gaan. Moskou laat zich namelijk van zijn ongastvrije kant zien. Begin dit jaar waren er in het hele land niet meer dan 826 ontheemden uit Syrië geregistreerd. Ter vergelijking. In Turkije verblijven 3½ miljoen en in Europa circa 1 miljoen vluchtelingen.

Er zijn wel twee andere kostenposten. Hoe belastend zijn die?

Ten eerste het geld. Macht is niet gratis. De kosten van de Russische interventie in Syrië lopen de spuigaten echter niet uit. Exacte cijfers zijn er niet. Bijna een kwart van de staatsbegroting is geheim. Maar volgens oppositiepartij Jabloko heeft de operatie in Syrië sinds 2015 nog geen 4 miljard euro gekost, drie keer minder dan de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal in 2018. Ook als deze uitgaven door de uitdijende rol stijgen, zijn ze enige tijd draaglijk voor een land waar het budgetrecht van het parlement een wassen neus is.

Ten tweede de mensen. Macht kost levens. Een schrikbeeld voor veel Russinnen is Lading 200, het Russische eufemisme voor bodybags met dienstplichtige soldaten. In de eerste oorlog in Tsjetsjenië (1994-1996) waren ‘soldatenmoeders’ daarom horzels in het Kremlin. Een kwart eeuw later is het anders. Rusland zet nu liever contractsoldaten in. Ook het aantal lijkzakken valt mee. In Syrië zijn amper 150 reguliere militairen omgekomen. Het aantal gesneuvelden uit huurlingenleger Wagner, een bedrijf van een katvanger van Poetin, wordt geschat op 200. Een Lading 200 van 350 is onvergelijkbaar met de tol van circa 5.300 dode soldaten die de eerste Tsjetsjeense oorlog eiste. Nabestaanden krijgen bovendien een zakje geld toe en mogen verder niet zeuren.

Er is niettemin toch een maar. Deze kostenpost mag bescheiden zijn, de vernedering van Trump leidt niet tot hoerapatriottisme. Afgelopen lente was een kleine meerderheid van 55 procent juist voor het staken van de imperiale ambities in Syrië. Twee jaar geleden was dat 49 procent. Dat zijn percentage die illustreren dat veel Russen willen dat hun leiders zich toch eerst en vooral om binnenlandse problemen bekommeren.

Het belangrijkste gevaar voor Poetins superstatus verschuilt zich niet in het Midden-Oosten, maar om de hoek van het Kremlin.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.