‘Op festivals komen we mijn kinderen tegen’

Spitsuur Nadat Attis van der Horst (58) en Frans Schilte (55) een relatie hadden gekregen, woonden ze een jaar lang in een caravan in Groesbeek. „Het was meteen een testcase, maar we hebben hem glansrijk doorstaan.”

Foto’s David Galjaard

Attis: „Ik ben al bijna zestig. Dat is knetteroud, eigenlijk. Je leven gaat er wel anders uitzien als je ouder wordt, merk ik.”

Frans: „Als twintiger ging ik als podiumbouwer met bands mee op tour, over de hele wereld. Dat was fantastisch, spannend. Nu werk ik als vaste technicus bij een filmhuis. Ik mix geluid en maak lichtontwerpjes voor voorstellingen of debatten. Ik heb een contract van vijfentwintig uur en ik werk een paar dagen in de week, vooral in het weekend. Ik vind het wel goed zo.”

Attis: „Hij staat op als ik naar mijn werk ga. Ik ben zelfstandig aankoopmakelaar en werk zo’n vijftig uur in de week. Ik begin rond half negen, en werk dan aan een stuk door, tot een uur of zes. Ik ben wat ze noemen een seriële ondernemer. Na het vwo wilde ik absoluut niet studeren. Ik werd schoonheidsspecialiste, heb vervolgens een bedrijf gehad in elastische kousen en bandages, een decoratieschilderbedrijf, en een bedrijf in interieurinrichting. Van daaruit ben ik aankoopmakelaar geworden. Een huis kopen is spannend en bijzonder voor mensen. Een life changing event. Daar ben ik onderdeel van. Dat maakt het zo leuk.”

Frans: „Ik had altijd problemen met leren en wist niet wat ik wilde doen na de mavo. Ik heb op mijn twintigste, als hobby, geluid gemixt voor bandjes, en mocht invallen als volgspotter bij Toon Hermans. Daar heb ik vervolgens jaren gewerkt. Zo is het gaan rollen. Ik deed zeventien jaar het licht voor Acda en De Munnik en andere binnenlandse artiesten. En ik heb podia gebouwd in het buitenland, voor The Rolling Stones, U2, ACDC. Dertig jaar lang vliegtuig in, vliegtuig uit. Op een gegeven moment ben je daar wel klaar mee. Nu bouw ik overdag op, en ga ik rond een uur of vijf gezellig naar Attis en de woonboot.

Attis: „Als ik thuiskom, staat het eten klaar.”

Frans: „Rond half acht ’s avonds ga ik weer terug voor de voorstellingen. Een à twee avonden in de week zijn we samen thuis. We gaan naar vrienden, of er komen mensen hier. Of we kijken televisie. Samen heerlijk op de bank liggen.”

Verliefd

Frans: „We kennen elkaar al heel lang, dertig jaar.”

Attis: „Ik ken alle ex-vriendinnen van Frans. En zijn ex, met wie hij twee kinderen heeft. Ik heb ook twee kinderen samen met mijn ex. Zes jaar geleden sloeg ineens de vlam in de pan…”

Frans: „…en werden wij heel erg verliefd op elkaar. Dat is compleet misgelopen natuurlijk, met onze exen. We waren een beetje aan het aankloten. En dan naar huis, denkend: misschien gaat het wel over. En ook: eigenlijk kan dit niet, is het niet goed wat we doen.”

Attis: „Het is natuurlijk best stom om verliefd te worden op een hele goede vriend. Het overkomt je.”

Frans: „Toen het uitkwam, moesten we allebei halsoverkop het huis uit.”

Attis: „Frans heeft best een risico genomen. Mijn ex-partner was zijn baas voor zijn buitenlandse werkzaamheden. Dat maakte alles nog gecompliceerder. Op het moment dat wij een relatie kregen, had hij geen werk meer. We hebben een jaar lang in een caravan in Groesbeek gewoond met zijn tweeën. Het was meteen een testcase voor onze relatie. Maar we hebben hem glansrijk doorstaan.”

Frans: „Mijn kinderen van veertien en vijftien kiezen ervoor om bij hun moeder te wonen. Als ze hier komen, voelen ze zich wel thuis.”

Attis: „Mijn kinderen komen hier graag, en nemen vaak hun vrienden mee. Ze zijn wel al lang het huis uit.”

Frans: „We probeerden met mijn kinderen in het begin wat vaste dagen te doen, maar nu ze ouder zijn, verandert dat ook.”

Attis: „Je was vroeger nooit veel thuis. Toen je bij het filmhuis ging werken, was dat het moment om meer en regelmatig contact te hebben. Dat is er eigenlijk nooit van gekomen. De kinderen zaten in een bepaald stramien, dat is nooit doorbroken.”

Technofeestjes

Attis: „Frans past bij mij, qua levenshouding. We zijn allebei avontuurlijk.”

Frans: „Dat trok me in haar aan. Neem onze woonboot.”

Attis: „Een woonboot is altijd mijn droom geweest. Ik zag de boot te koop staan toen ik iets moest afleveren bij een makelaarskantoor.”

Frans: „We hebben hem zeven maanden lang verbouwd.”

Attis: „Ik ben vaak de aanstichter. En jij doet heel hard mee. Maar toch leiden we een beetje een burgerlijk leven met zijn tweeën.”

Frans: „Dat vind ik wel meevallen.”

Attis: „We doen veel samen. Het feit dat we samen geen gezin hebben om op te voeden, maakt dat we heel vrij zijn. Jij was gewend om veel dingen alleen te doen. Als je me nu twee avonden niet gezien hebt, dan heb je zoiets van: waar is ze? We gaan samen naar technofeestjes, dat hebben we pas ontdekt. Niet te veel hoor, we moeten er een week van bijkomen.”

Frans: „We gaan ook naar festivals: Best Kept Secret, Down The Rabbit Hole.”

Attis: „Daar komen we dan mijn kinderen tegen, heel leuk. Vorig jaar hebben we op een festival, tijdens een dj-optreden, besloten te trouwen. We hadden een samenlevingscontract kunnen nemen, maar het is voor ons ook wel een bezegeling.”

Frans: „Het voelt een beetje als een statement, denk ik.”

Attis: „Het is zo.”

Frans: „Het is zo, en wij willen dat laten zien.”

Correctie (5 november): in dit artikel werd oorspronkelijk gesproken over eerdere huwelijken. Dat klopt niet, Attis en Frans hebben allebei kinderen uit een eerdere relatie.