Nobelprijscomitéleden verdedigen keuze Handke

Nobelprijs Literatuur De kritiek op de toekenning van de Nobelprijs aan Peter Handke was enorm. Het comité vindt het nodig zich te verdedigen.

Peter Handke
Peter Handke Foto Alain Jocard

Peter Handke was „radicaal apolitiek” in zijn schrijven, en zijn steun aan de Serviërs in de Joegoslavië-oorlog is altijd verkeerd begrepen. Met deze woorden aan de BBC verdedigde Henrik Petersen, lid van het comité voor de Nobelprijs voor Literatuur, de fel bekritiseerde keuze voor de toekenning van de prijs aan de Oostenrijkse schrijver. Het gebeurt zelden dat een Nobelprijscomité zich verdedigt voor de literaire keuze die gemaakt is. Zelfs de controversiële Nobelprijs voor Bob Dylan in 2016 bleef onbesproken, al was er wel een lid van de Academie dat vond dat Dylan zich ongemanierd had opgesteld door niet op te draven bij de uitreiking.

Lees ook: Waarom je de omstreden winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur moet feliciteren

Dit jaar was er dan ook iets geks aan de hand. Na een #metoo-schandaal binnen het oude Zweedse comité dreigde de Nobelprijs voor Literatuur zelf even van de kaart geveegd te worden. Maar er kwamen nieuwe leden en de jury, die het comité adviseert, werd vernieuwd om het vertrouwen te herstellen.

Vóór de uitreiking van de prijzen – dit jaar werden twee Nobelprijzen voor Literatuur toegekend nadat in 2018 de prijs niet was uitgereikt – zochten enkele leden de publiciteit door te stellen dat de nieuwe leden minder eurocentrisch gericht waren dan in voorgaande jaren het geval was. Het idee erachter was dat transparantie, door naar buiten te treden, zou leiden tot meer vertrouwen in het nieuwe comité en de nieuwe jury.

Dat liep niet helemaal als gepland: de twee prijzen dit jaar gingen naar twee Europeanen. De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk kreeg de prijs voor 2018, die voor 2019 dus naar de omstreden Handke. Hij is omstreden omdat hij zijn steun had uitgesproken voor de Serviërs en in 1996 met zijn reisverslag Een reis langs de rivieren: gerechtigheid voor Servië kwam. Drie jaar later gaf hij de alom gerespecteerde literaire Büchner-prijs terug uit protest tegen het bombardement van de NAVO op Belgrado. Daarnaast was Handke aanwezig op de begrafenis van Milosevic in 2006, en hield daar een bezielde grafrede. De Amerikaanse tak van de PEN, een samenwerkingsverband dat opkomt voor verdrukte schrijvers, sprak in een persbericht afkeuring uit over de toekenning aan Handke. Ook collega-schrijvers hadden vraagtekens.

Reden voor de comité-leden vanuit verschillende hoeken van zich te laten horen. Naast Petersen zei ook het lid Rebecka Kärde dat Handke de prijs „absoluut verdiende”. In een artikel in de Zweedse krant Dagens Nyheter moesten twee leden van de Zweedse Academie (Mats Malm en Erik M. Runesson) toegeven dat Handke „zeker uitdagende, ongepaste en onduidelijke dingen heeft verklaard over politieke zaken”. Maar, voegden de leden daaraan toe, „we hebben in de teksten van Handke niets gevonden wat wijst op aanvallen op de maatschappij of op de gelijkwaardigheid van mensen”. Ze voegden toe dat het „niet de bedoeling is geweest de prijs te geven aan een oorlogsmisdadiger of een ontkenner van oorlogsmisdaden en genocide”.