Nederlandse bom doodde 70 mensen

F-16-missie in Irak Onderzoek van NRC en NOS laat voor het eerst de grote gevolgen zien van bombardementen door Nederlandse F-16’s in Irak. In Hawija vielen zeventig doden.

Schade in Hawija na het bombardement van juni 2015. De beelden van deze door IS gemaakte film zijn verspreid door de Arabische nieuwszender Al Jazeera.
Schade in Hawija na het bombardement van juni 2015. De beelden van deze door IS gemaakte film zijn verspreid door de Arabische nieuwszender Al Jazeera.

Een Nederlandse F-16 heeft in 2015 in Irak een bom afgevuurd waardoor zeventig doden en rond de honderd gewonden zijn gevallen. In de nacht van 2 op 3 juni bombardeerde het Nederlandse gevechtsvliegtuig een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS) in de Noord-Irakese stad Hawija. De explosie en de reeks vervolgexplosies leidden onder meer tot zoveel doden en gewonden doordat er veel vluchtelingen verbleven in gebouwen en huizen rond de bommenopslagplaats. Mogelijk speelden verouderde inlichtingen over het aantal omwonenden en de aanwezigheid van explosieven een rol.

Lees hier de reconstructie van de Nederlandse luchtaanval op de wapenopslagplaats bij het dorp Hawija waarbij zeventig mensen omkwamen.

De Nederlandse rol bij het bombardement blijkt uit gezamenlijk onderzoek van NRC en NOS in Irak en Nederland. Diverse bronnen bevestigen dat het om een Nederlandse bom ging. Het ministerie van Defensie heeft hier nooit openheid over gegeven. De luchtaanval was voor zover bekend een van de dodelijkste van de internationale coalitie in de eerste jaren van de oorlog tegen IS.

Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) zei vrijdagmorgen tegen NRC en NOS „op dit moment” niet in te kunnen gaan op de betrokkenheid van Nederland bij de aanval op Hawija. „Op niet al te lange termijn” hoopt ze dat wel te kunnen doen. Ze belooft meer transparantie over de gevolgen van Nederlandse bombardementen. „We willen daarbij de veiligheid van iedereen, vooral die van de vliegers, vooropstellen”, aldus Bijleveld.

Zes F-16’s

Nederland is sinds 2014 onderdeel van de internationale coalitie die onder aanvoering van de VS in Syrië en Irak IS probeerde te verdrijven. Nederland deed eerst met zes, later met vier F-16’s mee. Daarbij werd 2.100 keer een bom afgeworpen.

Het voorkomen van burgerslachtoffers was altijd een belangrijk uitgangspunt voor Nederland bij de luchtacties. Hoewel Nederland in coalitieverband opereert, heeft elk deelnemend land een eigen verantwoordelijkheid bij het al dan niet doorzetten van een aanval. Nederland had daarom militairen gestationeerd in het hoofdkwartier van de luchtoperaties in Doha, Qatar. Deze ‘red card holders’ konden een luchtaanval door Nederlandse F-16’s laten afblazen als er te veel kans was op burgerslachtoffers. Daarvoor waren ze sterk afhankelijk van inlichtingen van de VS en Irak.

De internationale coalitie sprak af informatie over betrokkenheid van landen bij luchtaanvallen niet prijs te geven vanwege nationale veiligheid en veiligheid van vliegers. Met name op het hoogtepunt van de oorlog met IS, van 2014 tot 2017, was er vrees voor aanslagen.

Dat er veel burgers waren omgekomen bij het bombardement op Hawija in 2015 was destijds al bekend; meer informatie over de toedracht bleef echter uit. Een onderzoek van het Amerikaanse opperbevel van de luchtoorlog bleef geheim. Wel bevestigde het Pentagon aan NRC en NOS eind vorig jaar de dood van zeventig burgers als gevolg van het bombardement.

Lees ook een reportage over een kantoor in Kirkuk, Irak, waar een compensatie-comité de door burgerslachtoffers ingediende schadevergoedingen na het bombardementen behandelt.

De explosies van 3 juni 2015 verwoestten niet alleen het industrieterrein waar de bommenopslagplaats stond, maar ook veel huizen in de wijde omtrek. De klap ontleende zijn vernietigende kracht volgens bewoners mede aan opgeslagen hoogexplosief TNT-materiaal. IS wilde daarmee aanslagen plegen.

Vluchtelingen

Onder de omwonenden waren veel vluchtelingen uit andere gebieden. Die dachten veiligheid te hebben gevonden in verlaten huizen en gebouwen in de omgeving van de bommenopslagplaats. Hulpverleners in Hawija schatten het dodenaantal aanmerkelijk hoger dan de genoemde zeventig, omdat de identiteit van veel vluchtelingen niet bekend was.

Voor zover bekend is de Tweede Kamer nooit geïnformeerd over de ernst van het incident. Verzoeken van NRC en NOS op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) werden afgewezen. Onderzoek van het Openbaar Ministerie naar vier geanonimiseerde gevallen met mogelijke burgerslachtoffers dat in april 2018 werd gepubliceerd, constateerde dat geen regels van het oorlogsrecht waren geschonden. Een van de gevallen lijkt sterk op de aanval op Hawija. Het OM stelde dat in de bommenfabriek „veel meer explosieven hebben gelegen dan vooraf bekend was of kon worden ingeschat”. De NOS sprak in Hawija een burger die dat bestrijdt. Hij zegt als informant de coalitie van tevoren te hebben gewaarschuwd.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de schadevergoedingsregelingen in Irak voor slachtoffers van bombardementen niet werken. Inwoners moeten veel steekpenningen betalen en krijgen vaak niets. Bijleveld beloofde vrijdag deze kwestie in de internationale coalitie te zullen bespreken.

Lees het onderzoek via nrc.nl/hawija. Het verschijnt zaterdag in NRC Weekend.