Opinie

Nederland mag zich militair niet verschuilen achter coalitie

Een gezamenlijke militaire missie ontslaat een land niet van de eigen verantwoordelijkheid, schrijft

Nederlandse F-16. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP
Nederlandse F-16. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het bombarderen door Nederlandse gevechtsvliegtuigen van een doel in Irak heeft zijn prijs. Vanaf 2014 zijn door Nederlandse F-16’s in coalitieverband 2.100 doelen onder vuur genomen in de strijd tegen IS. Nederland besloot tot deelname, nadat de regering van Irak ons en andere landen had uitgenodigd, want ze kon die strijd niet alleen af. Met dit verzoek werd voldaan aan een van de uitzonderingen op het universeel erkende geweldsverbod in de wereldpolitiek.

Dat was juridisch voldoende, maar politiek riskant, omdat door inzet van de F-16’s niet alleen IS maar ook – onbedoeld – onschuldige slachtoffers konden vallen.

Ik waag me verder niet op juridisch ijs, maar durf wel de stelling aan dat ‘hulp’ via een coalitie niet vrijblijvend kan zijn. Een coalition of the willing is een politieke constructie van nationale staten, geen (rechts-) persoon die men ter verantwoording kan roepen voor onbedoelde gevolgen van een militaire missie. Toch is tot de dag van vandaag door het ministerie van Defensie geen openheid gegeven over slachtoffers als gevolg van Nederlandse inzet.

Waar je je in het geval van Srebrenica (1995) of Libië (2011) nog kunt beroepen op een hogere commandovoering of mandataris (de VN), die een nationale staat tot een soort onderaannemer maakte, die vlieger gaat bij de doorsnee-coalition of the willing niet op. Dat zou een zwart gat zijn, de verantwoordelijkheid moet ergens liggen. Hoe benepen de slachtofferbedragen ook zijn, landen als de VS en Israël onderkennen die nationale verantwoordelijkheid wel door een slachtofferregeling te hebben en de rekening niet te leggen bij een zwart gat.

Nederland legt de lat om mee te doen wel veel hoger door besluiten tot deelname aan geweldsmissies aan meticuleuze parlementaire procedures te onderwerpen. Vergelijk dat eens met de VS, waar sinds 9/11 de Authorization to Use Military Force (AUMF) de president praktisch vrij spel heeft gegeven om tot actie over te gaan. Het onderzoeksbureau van het Amerikaanse Congres kwam na telling tot de onthutsende conclusie dat Amerika de AUMF liefst 37 keer in 14 landen heeft gebruikt om militaire actie te ondernemen, waaronder trouwens die in Irak.

Lees ook: Tweede Kamer wil opheldering over bloedbad Irak

Nederland heeft destijds met een artikel 100-brief ook benadrukt dat het een nationale beslissing is om deel te nemen. In zo’n brief wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over internationale militaire inzet. Toestemming wordt niet gevraagd, al is het in de praktijk ondenkbaar dat Nederland zonder brede politieke steun militairen inzet in het buitenland.

Nederland kon een rode kaart inzetten

Niet alleen werd het parlement geïnformeerd: met de zogenoemde red-card-procedure werd de nationale verantwoordelijkheid extra vergrendeld. Deze procedure houdt in dat een Nederlandse officier vanaf het Combined Air Operations Centre (CAOC) in Qatar inzet van een Nederlandse F-16 kan weigeren, als de missie in zijn ogen te riskant is. Zelfs een Nederlandse F-16-piloot kan in de lucht rechtsomkeert maken als hij niet zeker van zijn (m/v) zaak is. Dat sluit enige tragiek niet uit, want inlichtingen die de basis van de missie zijn, kloppen niet altijd.

Lees ook: een reconstructie van het Nederlandse precisiebombardement op Hawija in Irak in 2015

De sterke suggestie van nationale besluitvorming vóór en vaak na een missie (in de vorm van artikel 100-brieven en niet zelden parlementaire verantwoording ex post) kan natuurlijk niet ontdoken worden door een verwijzing naar een ‘coalitie’ voor alles wat zich tijdens een missie afspeelt, c.q. de dingen die helaas verkeerd gaan. Je zou de gifbeker in theorie nog kunnen doorgeven aan de opdrachtgever, in dit geval de president van Irak. Maar die heeft nu juist destijds aangegeven dat hij de strijd tegen IS niet zonder buitenlandse steun kan voeren, en de Nederlandse regering heeft zijn argument aanvaard en de missie overgenomen.

Bescherming van de burgerbevolking was en is één van de doelen die de coalitie op zich heeft genomen. Ook in de artikel 100-brief is destijds de Tweede Kamer er mede van overtuigd dat dit doelstelling van de missie was. Onbedoelde burgerslachtoffers, natuurlijk geen doel van de missie, zijn het verlengstuk van de artikel 100-brief en mogen niet weggestopt worden achter het construct der coalitie. Het ministerie had daar eerder open over moeten zijn.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Hoe een Nederlandse bom 70 mensen doodde in Irak

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.