Nederland blijft militairen in Noord-Irak trainen

De Turkse militaire actie tegen de Koerden in Noord-Syrië is voor het kabinet geen aanleiding de missie van Nederlandse militairen in Noord-Irak niet te verlengen.

Training door Nederlandse militairen in Noord-Irak.
Training door Nederlandse militairen in Noord-Irak. Foto Evert-Jan Daniels

Nederland blijft met zestig militairen in het noorden van Irak en Bagdad als onderdeel van de zogeheten ‘anti-ISIS coalitie’ trainingen geven aan Koerdische en Iraakse militairen. De missie die eind dit jaar zou aflopen wordt tot eind 2021 verlengd, aldus het kabinet vrijdag in een Kamerbrief.

Daarnaast zal Nederland met zo’n twintig militaire en civiele experts in hetzelfde gebied actief zijn voor trainingsactiviteiten in NAVO-verband. Eerder maakten de Nederlandse F16 gevechtsvliegtuigen onderdeel uit van dezelfde missie. Met de luchtacties is Nederland in 2018 gestopt.

In het noorden van Syrië worden de Koerden die samenwerkten met de anti-ISIS coalitie verdreven door het Turkse leger nu de Amerikanen het gebied hebben verlaten.

Volgens vicepremier Carola Schouten (ChristenUnie) die premier Rutte vrijdag in de ministerraad verving zijn de gevechten daar voor het kabinet geen reden geweest om de steun aan de Koerden in Noord-Irak te heroverwegen. „Dit gaat over een heel ander gebied en het is een trainingsmissie die al langer loopt”, zei zij.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft het kabinet dat de Nederlandse inzet er in het kader van de internationale rechtsorde op gericht blijft „een bijdrage te leveren aan het beschermen van de burgerbevolking en aan het voorkomen van verder oplopende spanningen”.

Er ligt nog altijd een verzoek van de Amerikanen aan Nederland om ook een bijdrage te leveren aan de strijd tegen IS in Syrië. Daar heeft het kabinet nog altijd niet op gereageerd hoewel minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) al eerder liet weten weinig te voelen voor het sturen van troepen. Dit standpunt herhaalde vicepremier Schouten vrijdag. Zeker gezien de huidige omstandigheden in Noord-Syrië kon zij zich niet voorstellen dat Nederland „boots on the ground” gaat leveren, zoals zij het uitdrukte.