Recensie

Recensie Boeken

Ongemakkelijk daten in het pre-Tinder tijdperk

Paul heeft geen geluk in de liefde. De vrouwen die hij op dates ontmoet blijken tegen te vallen, of plaatsen hem keihard in de friendzone. (●●●●)

Illustratie: Paul van der Steen

Ooit biechtte een meisje aan me op dat ze intens verliefd was geweest op een jongen maar dat aan die verliefdheid een resoluut einde was gekomen toen ze hem op een kermis een appelflap had zien eten. Een appelflap was toch heerlijk? Ja, maar ze was afgeknapt op hoe hij dat ding naar binnen had gewerkt: als een varken had hij het in twee, drie happen naar binnen geschrokt en nadien had zijn gezicht onder de snippers deeg en suiker gezeten, wálgelijk was het geweest.

Een puber wordt niet bepaald zelfverzekerder van zulke verhalen, blijkbaar kon je het al helemaal verknallen door iets verkeerds te eten, of zelfs door iets heerlijks op de verkeerde manier te eten. Het is een beetje een hysterisch ding, lijkt het wel, ons hart, zeker in het begin heeft de ander aan zoiets als een ongestrikte veter of bevuilde brillenglazen genoeg om verder te lopen.

Welke schrijver ‘vangt’ dit fijnproeverschap, dit strenge beoordelen van gedrag of uiterlijkheden die je hoogstwaarschijnlijk, als je eenmaal daadwerkelijk in de relatie bent beland, probleemloos naast je neerlegt? Campert misschien? Of Grunberg? Die zou er wel raad mee weten, ja, die zou zonder problemen een mug in een olifant transformeren.

Kort haar

Tot pakweg een week terug zou ik de naam van Stefan Brijs (1969) niet aan dat rijtje hebben toegevoegd. Niet naar aanleiding van zijn intellectualistische moderne klassieker De engelenmaker; niet vanwege later werk als Post voor mevrouw Bromley, zijn epos over de Eerste Wereldoorlog, of vanwege zijn Andalusisch logboek, zijn ecologisch getinte notities over zijn emigrantenbestaan in het zuiden van Spanje. De liefde kwam daar amper in voor, terwijl de liefde de grote motor is van het net verschenen Zonder liefde. Maar ze staan erin, die kleine, venijnige observaties die ervoor zorgen dat je weinig fiducie hebt in de voortzetting van de verstandhouding van twee mensen. Wanneer verteller Paul een afspraakje heeft met ene Louise, gaat dat zo: ‘Met grote passen kwam ze op mijn tafeltje afgelopen. Ze was erg lang, langer dan ik, en droeg een regenjas die tot haar enkels reikte. Zodra ze voor me stond kon het me niet ontgaan dat álles aan haar lang was, haar benen, haar armen, haar hals, haar gezicht, en ook haar neus.’ En: ‘alleen haar haar was kort, heel kort’. ‘Was dat mode?’, vraagt Paul zich bij zichzelf af.

Dat wordt niks tussen hen. Elders wordt het Paul droef te moede als een meisje talloze kleine wasknijpertjes in haar haar heeft en bij weer een ander klaagt hij over ‘strengen dof haar’ die tegen haar slapen plakken.

Lees ook: Op naar de volgende date: ‘Ik ben een serial dater’

In tijden van Tinder overkomt je zoiets natuurlijk nooit, Paul zou allang weten wat voor vlees hij in de kuip zou hebben en Zonder liefde is met zijn plaatsing in de jaren negentig dan ook deels een boek over de verbeelding geworden, over hoezeer de fantasie op hol sloeg (en altijd in de ander z’n voordeel) toen je nog niet wist hoe iemand eruitzag. Belangrijker is echter een andere vorm van projectie, sterk verwant aan de thematiek van klassieke romans als Madame Bovary, Anna Karenina of Lady Chatterley’s Lover, namelijk de neiging om jezelf in de nesten te werken omdat je je iets in je hoofd hebt gehaald omtrent de romantische passie. Meestal (of alleen) omdat je er ergens iets over hebt gelezen.

Teloorgang van passie

Flaubert, Tolstoj en D.H. Lawrence slachtofferden vrouwen, en in zekere zin doet Brijs dat hier ook door een vrouw op te voeren, Ava, die doorlopend relaties afbreekt vanwege de jammerlijke teloorgang van de ‘passie’. Ze raakt bevriend met Paul en omdat hij er meer een is uit de school der lethargie blijft het daarbij. Paul, zo vermoed je, wil wel meer, maar zit – om het even naar de eenentwintigste eeuw te tillen – keihard in de friend zone. Ze wil wel met hem praten, over cultuur en zo, maar de kleren blijven erbij aan.

Zonder liefde is zo’n roman die pas na enige tijd in je hoofd in de goede groef valt. Of: het duurt even voordat je doorhebt dat je geen hard-dramatisch verhaal leest, maar een met een subtiele geestige ondertoon. Zal elke lezer van Zonder liefde dat beamen? Dat is lastig om te zeggen, bij een film van Woody Allen zie je in de bioscoop ook sommigen onherroepelijk in de lach schieten bij het commentaar van de verteller, terwijl anderen er ernstig bij uit hun ogen blijven kijken omdat ze er de lol of de ironie niet van inzien.

Wie zich bij de beoordeling niet gemakzuchtig laat leiden door Brijs’ ouderwetse invulling van de man-vrouw-verhoudingen, zal inzien dat dit boek eerder een pastiche is op de negentiende-eeuwse liefdesroman dan een voortzetting van die traditie – ook van de premisses daarvan. Paul hangt lange tijd de wijzere partij uit met zijn betuttelende adviezen aan de vurige Ava, maar hij ziet uiteindelijk onder ogen dat hij met die droge en in wezen angstige levenshouding ook weinig succes in de liefde heeft.

Sterker nog, Ava ‘heeft gelijk’. Ja, dit is een kerel, een kerel die op vrouwen valt, maar spelenderwijs is er iets in zijn hart geslopen waardoor hij er helemaal geen zin meer in heeft om ook nog maar één dag door te brengen met de spreekwoordelijke saaie plattelandsdokter. We weten steeds meer, maar toch nog weinig over hoe je dat nou aanpakt, de liefde.