Opinie

Melkmeid

In 010

Er gleed een bijzondere uitnodiging in de emailbox: onthulling van De Melkmeid bij Kuyl’s Fundatie in Kralingen. Een beeldhouwwerk uit 1938 van de Rotterdamse kunstenaar Han Rehm. Eerlijk gezegd begon bij die naam niet direct een belletje te rinkelen, maar na het aanklikken van de website, ontvouwde zich een vertrouwde collectie stedelijke standbeelden.

Olympisch atlete Fanny Blankers-Koen in Blijdorp, De Lastdrager - monument van de Wederopbouw - in de Waalhaven en een replica op de Kop van Zuid, scheepsbouwer Verolme in de Botlek, en de engel op de grafzerk van de Rotterdamse snoepfamilie Jamin in Crooswijk. De beeldhouwwerken, allemaal in figuratieve stijl, zijn in onze stad bekend, hun schepper is vergeten.

Maar wie weet, zal daarin na de onthulling van De Melkmeid verandering komen. Die hoop sprak Han’s zoon Frits uit, toen ik hem na de plechtigheid ontmoette in de regentenkamer van Kuyl’s Fundatie. Hij vertelde over de lange omweg die het kunstwerk had gemaakt. Vlak voor de oorlog in opdracht gemaakt, maar om onduidelijke redenen nooit verkocht.

Tot 1970, toen de kunstenaar op 62-jarige leeftijd stierf, stond het gipsafgietsel in Rehms atelier aan de ’s-Gravenweg in Kralingen. Vervolgens bivakkeerde De Melkmeid, inmiddels in brons afgegoten, vanaf 1980 lange tijd in de tuin van Frits en diens vrouw Sara in Kockengen. ,,Maar ik ben 75”, zei hij, ,,ik wilde het beeld, voor mijn overlijden, een mooi plaatsje geven. Niet wéér in een achtertuin.”

En zo kwam De Melkmeid, een stoere dame met melkbus, na een kleine eeuw van omzwervingen terecht voor Kuyl’s Fundatie, schuin tegenover het voormalige atelier van Han Rehm. ,,Een historische plek”, zei Frits ontroerd, ,,mijn vader had dit fantastisch gevonden.”

Het was een memorabele middag. Niet alleen vanwege de glazen melk op de receptie - hoe toepasselijk -, maar vooral omdat de plaatsing van het beeld een geheel particuliere, Kralingse aangelegenheid was. Via zijn oude buurman van de ’s-Gravenweg, notaris in ruste Hans Oudenaarden, kwam Frits Rehm in contact met Maarten Hudig, spin in het web van Kralingse liefdadigheid. Waarna het balletje ging rollen, en Han Rehm vijftig jaar na zijn dood een nieuw eerbetoon kreeg.