De kitscherige kleurexplosie van Alessandro Mendini

Expositie Het 25-jarig bestaan van het Groninger Museumgebouw wordt gevierd met een tentoonstelling over de architect, Alessandro Mendini.

Petite cathédrale, miniatuurgebouwtje voor het merk Bisazza (mozaïek, hout, glas, plastic, raam door Mimmo Rotella)
Petite cathédrale, miniatuurgebouwtje voor het merk Bisazza (mozaïek, hout, glas, plastic, raam door Mimmo Rotella) Foto’s Fondation Cartier pour l’art contemporain, Parijs / Luc Bougly; Collectie Groninger Museum / Marten de Leeuw; Alessi – Alessandro Mendini Archive

Zijn achternaam heeft zijn loopbaan als ontwerper mede bepaald. Dat vertelde Alessandro Mendini (1931-2019) acht jaar geleden in een Duitse tentoonstellingscatalogus. Zijn naam, vertelde de Italiaan, komt van het woord ram-mendare, verstellen.

Een versteller is een bescheiden middeleeuws ambacht, legde Mendini uit. Iemand die dingen repareert en aan elkaar naait, en door het samenvoegen van oude dingen iets nieuws maakt. Ter illustratie tekende hij een zelfportret in een harlekijnspak, een lappendeken van in diamantvorm geknipte vodden, een energiek en blijmakend kostuum.

Dat harlekijnspak is Mendini ten voeten uit. In kunst en vormgeving is alles al eens gedaan. Wat ontwerpers volgens hem restte, is nieuwe combinaties maken van bestaande vormen en stijlen. Een opvatting die hem in de jaren tachtig maakte tot een van de voormannen van het postmodernisme. Als reactie op het koele modernisme begonnen architecten en ontwerpers krankjorume en voorheen ondenkbare combinaties te maken van elementen uit verschillende stijlperioden, stromingen, genres, media en technieken.

Neem Mendini’s chef-d’oeuvre als architect, het Groninger Museum. In het water naast het treinstation staan een goudkleurige toren, een bakstenen pillendoos en een bontgekleurde kuip met een dak dat iets weg heeft van een treinongeluk.

Bij de opening in 1994 ontlokte het kakelbonte gebouw niet alleen applaus. Sommige architectuurcritici spraken van een „perversiteit” en al snel werd zelfs gepleit voor sloop. Maar na 25 jaar is het rumoer allang verstomd en staat het museumgebouw te boek als een kunstwerk op zich, dat is opgenomen in het boek 1001 Buildings You Must See Before You Die.

Het Groninger Museum viert het zilveren jubileum met Mondo Mendini, een overzichtstentoonstelling van de hoofdarchitect van het gebouw. Een bijzonder retrospectief: méér Mendini dan ‘Mondo Mendini’ is niet mogelijk. De expositie in zijn eigen creatie heeft Mendini, die in februari overleed, nog zelf samengesteld. Hij heeft bepaald welke tweehonderd voorwerpen getoond moesten worden, de inrichting ontworpen en catalogusteksten geschreven. „Dat hij de tentoonstelling zelf niet kan openen, stemt ons allen heel droevig”, schrijft museumdirecteur Andreas Blühm in zijn voorwoord van de catalogus.

Doldwaze Proust-stoel

Voor het harlekijnspak dat zijn oeuvre is, naaide Mendini tal van kunstdisciplines aan elkaar. Onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ kunst maakte hij daarbij niet. Schilderkunst, architectuur, literatuur, design, het een stond voor hem niet hoger in aanzien dan het ander. En ook uit het alledaagse putte hij inspiratie. In een van zijn vele provocerende geschriften – Mendini was eerst jarenlang hoofdredacteur van designtijdschriften – schreef hij: „Elk huis is een museum. Het is slechts een kwestie van hoe je ertegenaan kijkt.”

Visage archaïque, sculptuur voor Bisazza, handgesneden goudmozaïek, Swarovski-kristal. Foto’s Fondation Cartier pour l’art contemporain, Parijs / Luc Bougly; Collectie Groninger Museum / Marten de Leeuw; Alessi – Alessandro Mendini Archive

Met zijn doldwaze Proust-stoel maakte de toen al 47-jarige Mendini in 1978 naam als ontwerper. Uitgangspunt voor het ontwerp was de visuele en materiële wereld van Marcel Proust, zijn favoriete schrijver. Mendini kocht een achttiende-eeuwse barokke stoel waarop de schijver van Op zoek naar de verloren tijd had kunnen zitten. Die stoel bedekte hij vervolgens met de gekleurde stippen van een schilderij van de pointillistische Franse schilder Paul Signac, een tijdgenoot van Proust die volgens Mendini veel verwantschap met de schrijver vertoonde.

In een tijd dat showrooms volstonden met buismeubels met zwart leer die „less is more” ademden, was deze kitscherige kleurexplosie een enorme provocatie. ‘Kitsch’ was voor Mendini bepaald geen scheldwoord. Hij schreef zelfs een Lofrede op de kitsch. Citaat: „Kitsch is toegepaste kunst, geschikt voor het leven van ‘iedereen’ en ‘alledag’.”

Verleidelijk, kleurrijk en decoratief willen zijn, met elk voorwerp op zijn afscheidstentoonstelling geeft Mendini er blijk van fantasie belangrijker te vinden dan functionaliteit. Vazen kijken je letterlijk aan. Een bonbondoosje in de vorm van een gezicht open je door de deksel bij de neus te nemen. Of neem zijn herinterpretatie van de bekende Zigzagstoel van Gerrit Rietveld. Door de rugleuning te verlengen en te veranderen in een crucifix, wekt dit modernistische icoon opeens de lachlust op.

Gouden zuil vol juwelen

Verrassend hoogtepunt van de expositie is de Colonna di Cartier, een transparante, bijna tweeënhalve meter hoge gouden zuil gevuld met een paar duizend op kleur gerangschikte diamanten, robijnen, saffieren, enzovoorts. De Parijse juwelier Cartier gaf Mendini in 2009 de vrije hand met de geslepen edelstenen.

Groot was zijn angst, schrijft Mendini in de catalogus, dat die opdracht in iets arrogants of aanmatigends zou eindigen. Maar de kostbare zuil roept eerder associaties op met de snoepschappen bij Jamin dan met een pronkrelikwie voor een sjeik die verder alles al heeft: het is gul vertoon van kleurenpracht, haast aanraakbare rijkdom.

Zig Zag Rietveld, Poltrona di Proust en onder Anna G., de Alessi-kurkentrekker.
Foto’s Fondation Cartier pour l’art contemporain, Parijs / Luc Bougly; Collectie Groninger Museum / Marten de Leeuw; Alessi – Alessandro Mendini Archive

Anders dan veel andere postmodernisten is Mendini erin geslaagd een groot publiek te bereiken. Als artistiek directeur van Swatch en Alessi, fabrikanten in respectievelijk horloges en huishoudelijke artikelen, zorgde hij ervoor dat tal van vooraanstaande architecten en ontwerpers bekend werden bij een groot publiek.

Op de tentoonstelling ontbreekt uiteraard ook Anna G. niet, de kurkentrekker die Mendini zelf in 1994 voor Alessi ontwierp. Denkend aan zijn oma tekende hij een flessenopener met het lichaam van een ballerina. Door haar armen op en neer te bewegen ontkurkt de ballerina de wijn. Al een kwart eeuw is Anna G. een onverbiddelijke bestseller. Het is een van de vele blijmakende ontwerpen van Mendini. Een kurkentrekker die een soort levend wezen in huis wordt. Veel meer lof kan een ontwerper niet worden toegezwaaid.

Mondo Mendini - De wereld van Alessandro Mendini. T/m 5 mei in het Groninger Museum. Zie: groningermuseum.nl