Opinie

Een stationskiosk heeft voor mij iets magisch

Marcel van Roosmalen

Een rustpunt bij vertraging. Een dampend kopje koffie als het koud is, een ijsje bij warm weer. Een bemenste stationskiosk is een meerwaarde voor een station. Ik was dan ook blij verrast dat station Wormerveer tussen spoor 2 en 3 zo’n kiosk heeft. Ik zou hier graag een lofzang schrijven zoals meerdere columnisten dat deden over de vertrekkende kioskhouder van station Amsterdam-Amstel, die altijd goedemorgen en goedemiddag zei en die uit het hoofd wist wat je ging bestellen.

Dat gaat helaas niet.

Niet alleen omdat ze op station Wormerveer helemaal geen koffie verkeerd hebben, maar ook omdat er telkens iemand anders staat. Flexwerkers die de tijd doden door er uit verveling een dweil doorheen te halen. Meestal schrikken ze als ik binnenkom.

„Deur dicht!” schreeuwde er laatst een toen ik snel een espresso wilde.

Ik: „Vanwege de wind?”

Zij: „Nee, ik ben net zo lekker bezig met Wordfeud. Straks komen er nog meer binnen.”

De waarheid is dat er een gebrek aan klanten is.

Van alle inwoners van de gemeente Wormerland ben ik de enige die regelmatig iets koopt, terwijl NS er toch alles aan doet om de mensen naar binnen te jagen. Bij slecht weer, en zeker in de winter, vallen de meeste treinen uit, maar dan nog staan ze hier liever buiten dan binnen.

Gisteren was ik de eerste en de laatste klant.

‘Ze hebben nog liever afgevroren vingers dan een kop koffie”, zei de vrouw die me hielp en die – „op en af” – al acht jaar weleens achter de toonbank staat.

„Ze proberen het af en toe wel met pubers, die zijn natuurlijk het goedkoopst, maar die zijn dan weer niet tegen hun taak opgewassen.”

De afgelopen maand waren er een Mars, een Bounty en twee zakjes M&M’s verdwenen, winkeldiefstal werd – gezien het minimale aantal klanten – uitgesloten.

Ik dacht: nu gaat ze mij vragen of ik het soms gedaan heb – want wie anders? – maar dat was niet zo.

„Dat doen dus die pubers… En we worden er allemaal voor gekort.”

Lang verhaal kort: de openingstijden worden weer aangepast. Nu nog van 07.00 tot 10.30 uur, straks tot 10.00 uur, want in het laatste half uur wordt ook niets verkocht.

„Uiteindelijk gaan we gewoon langzaam dicht”, zei ze.

Ik moest het maar vergelijken met een stille dood na een slopende ziekte.

Ik nam een slok van mijn koffie.

Het was erg vies.

Bij het afscheid zei ik wat je dan behoort te zeggen: dat het misschien maar het beste voor iedereen is als het voorbij is.

Achter me werd de deur op slot gedraaid.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.