Een mensenleven is 2.500 tot 4.200 dollar waard

De VS hebben een systeem voor het uitkeren van geld aan burgerslachtoffers. Nederland heeft geen wetgeving voor dit soort betalingen. Experts vinden dat niet verstandig.

Een patrouille keert terug in het Nederlandse kamp Deh Rawod. Tijdens de missie in Afghanistan betaalde Nederland 475.000 dollar aan betalingen aan burgers. Dat ging veelal op aan de wederopbouw van de dorpen rond Deh Rawod, na hevige gevechten tussen 2007 en 2008.
Een patrouille keert terug in het Nederlandse kamp Deh Rawod. Tijdens de missie in Afghanistan betaalde Nederland 475.000 dollar aan betalingen aan burgers. Dat ging veelal op aan de wederopbouw van de dorpen rond Deh Rawod, na hevige gevechten tussen 2007 en 2008. Foto Rick Nederstigt

Een commandant van het Amerikaanse leger betaalde in juni 2005 geld aan een Afghaanse burger die zijn vrouw had verloren door het oorlogsgeweld. Op de bon die de militair inleverde bij de administratie staat de tekst: Services: death of wife, Unit Price $2,500. Ofwel een ‘stuksprijs’ van – toen – ruim 2.000 euro voor een overleden echtgenote.

„Wat mij in deze bon het meeste schokt is het bedrag; dat is echt heel erg laag voor een mensenleven”, zegt de Israëlische advocaat Gilat Bachar via Skype vanuit San Francisco, waar ze werkt voor de mensenrechtenorganisatie CJA. Bachar publiceerde een studie over financiële compensatie voor burgerslachtoffers, waarin de bon opduikt: „Slachtoffers hebben mij verteld dat ze de bedragen vaak beledigend laag vinden.” Maar, voegt Bachar eraan toe: „Het is op zichzelf bewonderenswaardig als landen als de VS een systeem hebben voor het uitkeren van geld aan burgerslachtoffers.”

Nederland heeft zo’n systeem niet, ook al hebben Nederlandse militairen vaak meegedaan aan missies in conflictgebieden. Nederland heeft geen wetgeving voor dit soort betalingen zoals de Verenigde Staten, of een wettelijke route waarlangs burgerslachtoffers schadeclaims kunnen indienen bij de rechtbank – zoals Israël.

Erkenning en compensatie

Sterker nog, Nederland doet überhaupt geen mededelingen over gemaakte burgerslachtoffers. Dat is niet verstandig, schrijft de Amerikaanse conflictexpert Jacob Shapiro aan Princeton University in een e-mail. „Dit geeft de vijand de mogelijkheid om het narratief [van de strijd] te bepalen.” Daar komt bij dat als een dominant leger in de strijd met opstandelingen burgerslachtoffers maakt, de steun onder de bevolking sterk afneemt en burgers veel minder informatie over bijvoorbeeld bermbommen en komende aanslagen willen delen. „Er is wetenschappelijk bewijs dat erkenning en [financiële] compensatie deze negatieve impact kunnen verminderen”, zegt Shapiro.

Dat bewijs is bijvoorbeeld te vinden in een nog niet gepubliceerd artikel van de Amerikaanse politicoloog Daniel Silverman verbonden aan Carnegie Mellon University. Hij onderzocht ruim 4.000 betalingen in de Irak-oorlog die de coalitietroepen deden in de periode 2004-2008 en combineerde die met gegevens over collateral damage (bijkomende schade) en geweld door opstandelingen. De betalingen bleken een remmend effect te hebben op het mechanisme dat schade leidt tot meer geweld. „Elke betaalde 2.000 dollar betekende een aanslag minder in het half jaar erna”, schrijft Silverman in een e-mail.

Lees ook de reconstructie van de Nederlandse luchtaanval in Irak, waarbij 70 slachtoffers omkwamen: De Nederlandse ‘precisiebom’ op een wapendepot van IS

Dit strategisch effect is een belangrijke reden dat landen als het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië niet alleen openheid van zaken geven over burgerslachtoffers, maar ook compensatieregelingen hebben.

Zo hebben de VS twee regelingen, waarvan een sinds 1941, waarmee burgers in Irak en Afghanistan tussen 2001 en 2007 ruim 60 miljoen dollar ontvingen voor hun vernielde huizen en gedode kostwinners. Dit soort betalingen is niet alleen bedoeld om goodwill te kweken, zo leert een rapport van de Universiteit van Amsterdam (UvA), maar ook om ‘het goede’ te doen en solidariteit met de slachtoffers te betonen.

De praktijk is overigens wat minder verheven dan de principes. Zo wordt ook in landen met een wettelijke regeling de informatie over slachtoffers en betalingen vaak pas vrijgegeven na grote (juridische) druk van media en mensenrechtenorganisaties. Daarnaast erkennen landen doorgaans geen juridische aansprakelijkheid voor burgerslachtoffers, maar betalen zij de compensatie vrijwel altijd ex gratia, ofwel uit welwillendheid. Die bedragen zijn naar westerse maatstaven ook beperkt ; zo betalen de VS voor een verloren mensenleven gemiddeld 2.500 tot ruim 4.200 dollar, afhankelijk van de regeling.

Doodgereden huisdieren

De vrijblijvendheid geldt nog sterker voor de aanpak van Nederland. Als er door Nederlands toedoen burgerslachtoffers vallen, zo meldt Defensie, dan wordt „per geval beoordeeld, aan de hand van de specifieke omstandigheden, of er aanleiding is tot het betalen van schadevergoeding of een ex gratia-betaling.” Zo vocht Nederland onder de NAVO-vlag in Afghanistan zonder enige aansprakelijkheid voor eventuele oorlogsschade te accepteren. Wel zag Nederland „vanwege gevoelens van mededogen en coulance aanleiding ‘ex gratia’ betalingen te verrichten”, meldde het ministerie van Defensie in 2009. Nederland deed in totaal voor 475.000 dollar aan betalingen aan Afghaanse burgers. Ter vergelijking: de hele missie kostte Nederland tot dat moment 1,2 miljard euro.

Lees ook: dit interview over de verkrampte militaire cultuur in Nederland

Een groot deel van het geld voor de burgers ging op aan de wederopbouw van de dorpen rond Deh Rawod, waar tussen september 2007 en maart 2008 zwaar werd gevochten.

Militairen betaalden ter plekke ook vaak voor doodgereden huisdieren. „In voorkomend geval wordt ook nabestaanden van gesneuvelde Afghaanse functionarissen of van burgers een geldbedrag geboden”, meldde Defensie, vooral „bedoeld als bijdrage in het toekomstig levensonderhoud van nabestaanden”.

In Mali, waar Nederlandse militairen als onderdeel van een VN-missie inlichtingen verzamelden, werd niet betaald voor mensenlevens – voor zover valt na te gaan, want Defensie heeft hierover nog geen gegevens. „In Mali hadden we contant geld bij ons en een lijst met dieren en bijbehorende bedragen. Zoveel te betalen als je een kip zou overrijden, zoveel als je een ezel aanrijdt. Mensenlevens stonden niet op de lijst”, vertelt een veteraan, die anoniem wil blijven. „In Afghanistan betaalden we wel voor verloren mensenlevens.” Dat leverde daar weleens problemen op. „Soms was iemand in een dorp overleden zonder dat wij daarmee iets te maken hadden. Dan betaalden we meestal toch maar.”

Het belang van erkenning van de gemaakte fouten wordt volgens Bachar wel vaker onderschat bij de compensatie. Zo verwoordde de Amerikaanse generaal David Petraeus, opperbevelhebber in Irak, een breed levend idee over compensatieregelingen toen hij in 2008 in een interview zei: „Dit soort betalingen is heel erg een deel van de cultuur en de traditie van Irak en ik denk in de hele regio. Hoe sneller je ze doet, hoe sympathieker je overkomt – en hoe nuttiger het is voor je optreden.” Inderdaad komt dit soort betalingen voor in bijvoorbeeld het islamitisch recht, zegt Bachar, en heeft het wel wat weg van de diya, de betaling die een dader doet aan de familie van het slachtoffer om te ontkomen aan de opgelegde doodstraf. Bachar: „Maar daarbij is het cruciaal dat er ook een verzoening plaats heeft tussen de families van dader en slachtoffer, en een erkenning van de fouten.”

Burgerslachtoffers krijgen dit soort erkenning wel in het Israëlische systeem, waarbij de rechter zich uitspreekt over een schadevergoeding voor Palestijnen die familieleden, huizen en bezittingen zijn kwijtgeraakt door acties van het Israëlische leger. De rechtsgang is echter lastig toegankelijk, kostbaar en ingewikkeld, zegt Bachar, en bovendien vaak pijnlijk voor de slachtoffers: „Met name de kruisverhoren in de rechtszaal maken dat slachtoffers vaak hun trauma’s keer op keer herbeleven.”

Om te achterhalen wat het beste werkt bij de compensatie voor burgerslachtoffers, is volgens Bachar nog veel wetenschappelijk onderzoek nodig. Op grond van wat al bekend is, heeft ze wel al aanbevelingen aan landen die een compensatiesysteem willen opzetten of verbeteren. Een aanbeveling is: betrek burgers uit een land zelf bij een regeling. Maar eerst en vooral moet een land transparant zijn, vindt Bachar: „Financiële compensatie kan helpen bij het winnen van hearts and minds van een bevolking. Dan moet je wel op de goede manier verantwoording afleggen over burgerslachtoffers. En de eerste stap is er openlijk over praten en erkennen wat is misgegaan.”