Opinie

De nachtmerrie van een stadsadviseur

Maandenlang hield stadsadviseur Zef Hemel zich afgelopen zomer in opdracht van de burgemeester bezig met de redding van de Amsterdamse binnenstad. Van half mei tot half juni resideerde de hoogleraar grootstedelijke vraagstukken in de Oude Kerk, het hart van de hoerenbuurt. Hier voerde hij honderden gesprekken, niet alleen met deskundologen en plaatselijke ondernemers, maar ook met bewoners van de binnenstad die door het snel groeiende toerisme een onleefbaar pretpark dreigt te worden, met de Wallen als topattractie.

Voor zijn vorige week gepresenteerde rapport Een nieuwe historische binnenstad maakte Hemel ook een verre reis naar Singapore. En daar zag hij het licht, vertelde hij enthousiast in deze krant. Singapore heeft namelijk een „groot park waar ’s avonds lichtshows worden gegeven”, ontdekte hij. En vandaar kun je wandelen naar „een geweldig hotel mét zwembad”. En weet je wat ze daar ook hebben? „Een shopping mall annex casino!”

Zoiets moest Amsterdam ook krijgen, bedacht hij. En hij wist ook meteen waar dat kan: op de Zuidas, waar nu nog voornamelijk saaie kantoortorens staan en je ’s avonds een kanon kunt afschieten. Daar is nog plaats voor „een dependance van de Keukenhof met klimaatdomes”, vindt Hemel, en ook voor een „waanzinnig casino, een goede mall en een concertzaal”. De bouw hiervan vergt een paar miljard euro, maar zeker als er een „iconisch” gebouw wordt neergezet, krijgt Amsterdam een „tweede centrum” waar toeristen twee van hun drie dagen in de hoofdstad verblijven, gelooft de stadsadviseur, die ook droomt van een kopie van het torenrijke centrum van Vancouver in de nog te bouwen Sluisbuurt.

Natuurlijk had de hoogleraar niet helemaal naar Singapore hoeven gaan om op zijn lumineuze idee voor de Zuidas te komen. Hij had beter op de Nieuwmarkt in de metro kunnen stappen en negen haltes verder in de richting van de eindhalte Gein kunnen uitstappen op Bijlmer ArenA. Toen de gemeente ruim een kwarteeuw geleden het besluit had genomen om daar het nieuwe Ajax-stadion te bouwen, bedachten de stedenbouwers van de dienst Ruimtelijke Ordening ook al dat daar het tweede centrum van Amsterdam moest komen.

Wonderlijk genoeg is daar nu, op een dependance van de Keukenhof en een waanzinnig casino na, alles gekomen wat Hemel nu ziet in zijn Zuidas-droom. Sterker nog, niet één maar twee grote concertzalen staan er aan de ArenA Boulevard: de AFAS Live-hal en de Ziggo Dome. Ook is er een gigantische shopping mall gebouwd, de Villa ArenA woonmall, en tegen de Johan Cruijff ArenA leunen nog andere grote winkels. Bovendien staat er pal naast de AFAS-hal iets dat Hemel vergeten was voor de Zuidas: een gigantische bioscoopdoos met veertien zalen.

Toch is de ArenA Boulevard niet een bruisend stadsdeel. Overdag is het er nog leger dan op het Schouwburgplein in Rotterdam, zo blijkt op een zwoele dinsdagmiddag in oktober. Slechts enkele toeristen proberen de weg te vinden naar het Ajaxmuseum, dat diep verborgen zit in de ‘iconische’ Big Mac die de Johan Cruijff ArenA is. Tenzij ze Ajaxfans zijn, hebben toeristen niets te zoeken op de ArenA Boulevard. Want hoewel bijna alle gebouwen in het uitgaansgebied zijn ontworpen door Nederlandse architecten van naam, zijn ze saai, lelijk en nu al, net als de hele boulevard, aftands en armoedig. Net als de Zuidas is de ArenA Boulevard eerder een urban disaster zone dan het levendige urban entertainment district dat de Amsterdamse stedenbouwers in de jaren negentig voor ogen stond.

Redacteur Bernard Hulsman vervangt op deze plek tijdelijk Auke Kok, die de laatste hand legt aan zijn boek over Johan Cruijff.
Lees ook: Een eenzaam beest op de Zuidas