Recensie

Recensie Boeken

In dit boek zijn Brexit-politici kakkerlakken

In een geestige satire treden Britse Brexit-politici en ene Archie Tupper, de president van de Verenigde Staten, op als geminachte maar onuitroeibare diersoort. Ian McEwan

Boris Johnson
Boris Johnson AP Photo

We weten helemaal niet wat een Brexit ís, zei Ian McEwan vlak na het referendum in 2016. Het zat hem dwars dat voorstanders van de Brexit zich niets aantrokken van economische analyses, politieke feiten, of wat dan ook. Alles zou nu op de schop komen, vooral de status quo. „Aan een uitslag als deze zúlke consequenties verbinden, dat is meer iets voor het Derde Rijk”, stelde hij ontnuchterd vast in deze krant. Zijn vrees voor de uitkomsten van de Brexit en de ideeën die erachter zitten, zijn er in de loop van de jaren niet milder op geworden.

In zijn laatste twee romans (Notendop en Machines zoals ik) werden de ‘Leave-stemmers’ op de korrel genomen. Nu richt McEwan zijn woede op de politici en de bedenkers achter de Brexit. Zijn ergernis en frustratie heeft hij gefictionaliseerd in een nieuwe novelle: The Cockroach. De Brexit-politici worden hier verbeeld door een alom geminachte maar onuitroeibare diersoort: de kakkerlak. Met een nadrukkelijke omkering van Kafka’s De gedaantewisseling is het bij McEwan nu juist een kakkerlak die wakker wordt in het lichaam van een mens, namelijk premier Jim Sams. ‘Toen Jim Sams, slim maar verre van diepgaand, die ochtend ontwaakte uit onrustige dromen, ontdekte hij dat hij in een gigantisch wezen was veranderd’, luidt de openingszin bij McEwan. Terwijl Sams nog even op zijn bed blijft liggen om te ontdekken wat er is gebeurd, ontdekt hij bij zichzelf onder meer een natte en glibberige lap vlees in zijn mond: verworvenheid van de soort die hij nu is.

Anders dan bij Kafka is wat volgt een satire, die vaak geestig is, zeer actueel, maar soms net iets te gemakkelijk in zijn ergernis. Al snel blijkt dat niet alleen de premier in zijn ware hoedanigheid een kakkerlak is, maar ook een groot deel van de ministers en zijn personeel. En ook de president van de VS, Archie Tupper, lijkt dat te zijn.

Tupper en Sams zijn goede vrienden, anti-globalisten, anti-elite en pleitbezorgers van het ‘Reversalism’ – een idee waardoor geldstromen precies anders lopen, waardoor visies van weleer teruggedraaid worden. Het omver werpen van alle systemen staat gelijk aan patriottisme van het zuiverste soort, net als het wegwerken van de elite, die verantwoordelijk is voor alle ongelijkheid op welk vlak dan ook.

McEwan is niet de eerste Britse auteur die ageert tegen de Brexit in romanvorm. De eerste was Ali Smith die in haar roman Autumn een post-Brexitwereld neerzette. Zij deed dat eveneens door te openen met een klassieker, in haar geval Dickens’ Tale of Two Cities: ‘It was the best of times, it was the worst of times.’

Recenter liet Rachel Cusk zich in haar essaybundel Coventry uit over de elite die te laat haar werkelijkheid probeerde te verdedigen. John Lanchester koppelde dit jaar in De muur de Brexit aan een xenofobe wereld en stijgende zeespiegel.

Bij hen gaat het, anders dan bij deze McEwan, om de pessimistische verbeelding van vergezichten na een Brexit. Het is duidelijk dat het McEwan in The Cockroach in de eerste plaats om de boodschap gaat, meer dan om het literaire gebaar. Want het is moeilijk om niet de inhoudelijke gemiste kansen te zien die een nuance hadden meegebracht die misschien interessanter was geweest (een premier die tegen de klippen op zijn land probeert te behoeden voor een Brexit bijvoorbeeld). Nu zijn de personages vals, en weinig diepzinnig, en is de premier een antiheld die het land laat onontkoombaar laat af koersen op de ‘R-Day’. Gelukkig blijft er bij zo’n exercitie als die door McEwan wordt gedaan, genoeg te genieten.