Opinie

Boeren Breakfast Club

Christiaan Weijts

Echt lekker sliep hij niet op het Malieveld, vertelt een Drentse melkveehouder. O nee, de slaapplek, in een caravan, was dik in orde. „Maar dat verkéér bij jullie, op die snelweg … Dat kennen wij niet. Bij ons is het doodstil.” Wij, jullie. Het verrast me hoe vanzelfsprekend ook ik die tweedeling hanteer, in gesprek met de boeren.

Woensdag stonden ‘wij’ massaal achter ‘hun’. Met name op de A12. Als goedmakertje is er donderdagochtend dit ‘boer-burger-ontbijt’. Dat het ontbijt een verzoenende maaltijd bij uitstek is, weten we sinds 1985, toen de film The Breakfast Club uitkwam.

Hier heeft het vooral iets van een sociaal experiment. Rond deze kramen langs de Hofvijver ben je getuige van de uiteenlopende manieren waarop ‘burgers’ naar ‘boeren’ kijken.

1 „Jullie hadden een oproep moeten plaatsen.” Bij de koffiekannen staan twee vrouwen – blond, rond de veertig – in een kringetje boerenjongens van eind twintig. „Neem een boer voor één nacht!” Ze schaterlachen, allebei. Dan blazen ze de stoom van hun kartonnetjes, terwijl hun blikken verlekkerd langs de groep glijden. De boer als exotische traktatie.

2 Iets voorbij de shoarmabakplaat trekt een man in mosterdkleurige wollen jas zijn stropdas nog eens recht. Naast hem draait een camera. Uit het groepje toehoorders – klompen werkschoenen, overalls met bedrijfsnaam achterop – klinken tegenwerpingen als hij zijn verhaal afsteekt. Hij luistert met een welwillend lachje. De boer als lastige leerling.

3 „Hoe zouden jullie het vinden,” zegt een stevige kale vent in een oranje hesje tegen me, „als ze daarzo” – een hoofdknik naar het Torentje – „zouden zeggen: weet je wat, we doen 30 procent minder journalisten.” „Mijn pen stoot geen stikstof uit”, zeg ik, in de hoop op meer pittige uitspraken. De boer als voxpopje.

4 „Er blijft zó veel over, dat kun je allemaal meenemen!” Een dame, in de zestig, op zilveren gympen en met een witleren handtasje draagt een vurenhouten kratje. Eieren. Flessen yoghurt. Een potje jam. „Zo vriendelijk van ze!” De boer als goedlachse voedselverstrekker.

5 „Tegen driehonderd pk doet zo’n legervoertuig niks”, grijnst de Drentse boer die slecht sliep. Dus reden de trekkers woensdag door de winkelstraten. Dus schortten provincies hun beleid op. Trekkerloze beroepsgroepen, zoals het onderwijs en de zorg, kunnen hiervan leren, als ze braaf in hun aangewezen protestvakken staan. De boer als lichtend voorbeeld.

6 Naast het ontbijtbuffet staat een geblindeerd politiebusje, waar onophoudelijk gesmoord geblaf en gekef uit klinkt. De boer als uitdager van de democratische rechtsorde.

De waarheid werd al even groot als het aantal likes. Als hij straks even groot is als degene met het zwaarste materieel, hebben we een erg lange ontbijttafel nodig.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.