Bedrijven nog ‘ver weg’ van VN-doelen

Duurzaamheid Nederlandse bedrijven doen te weinig om de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN te halen, concludeert adviesorgaan SER.

Naaiatelier op Java.
Naaiatelier op Java. Foto Muhammad Fadli/Bloomberg

Het Nederlandse bedrijfsleven maakt onvoldoende werk van de duurzame ontwikkelingsdoelen die de VN in 2015 hebben vastgesteld. In Kansen pakken en risico’s beheersen, een advies aan het kabinet dat deze vrijdag wordt gepubliceerd, concludeert de Sociaal-Economische Raad dat de realisatie van duurzame doelen – het bestrijden van armoede, honger, kindersterfte en klimaatverandering – ‘zorgwekkend ver weg is’.

Volgens de SER is een ‘versnelling van transities en een opschaling van inspanningen op alle fronten dringend nodig’ om de doelen in 2030 te halen, zoals binnen de VN is afgesproken. Want, stelt SER-voorzitter Mariëtte Hamer in een reactie, „elf jaar is echt heel kort om zulke mondiale problemen op te lossen”.

Het advies is gebaseerd op een uitgebreide analyse, waarvoor de SER sprak met onder meer ngo’s, Nederlandse bedrijven, de internationale arbeidsorganisatie ILO en de VN.

De zogeheten sdg’s (sustainable development goals) zijn de opvolgers van de acht millenniumdoelen die de wereld zichzelf twintig jaar geleden stelde, bij het begin van het nieuwe millennium. De meeste ervan zijn slechts deels gehaald. In 2015 werd een nieuwe reeks doelstellingen geformuleerd. Dat zijn er zeventien, verdeeld over meer dan honderd subdoelen, die een heel scala van sociale en economische terreinen beslaan.

Om niet verstrikt te raken in al die thema’s, heeft de regering eigen prioriteiten gekozen. De doelstellingen waar Nederland zich op wil richten zijn: kinderarbeid uitbannen, de rechten en economische positie van vrouwen verbeteren, een leefbaar inkomen, fatsoenlijk werk, een gezonde werkomgeving, duurzame productie, landrechten en ontbossing.

Volgens de SER is duurzame ontwikkeling direct verbonden met de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Daarvoor bestaan richtlijnen binnen de OESO, de club van rijke landen, en de Verenigde Naties. Nederlandse bedrijven worden geacht zich aan die richtlijnen te houden als ze internationaal zakendoen en moeten de risico’s zorgvuldig in kaart brengen.

Stip aan de horizon

Hamer beschouwt de duurzame ontwikkelingsdoelen als „een stip aan de horizon”. De doelen kunnen richting geven aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar bedrijven die zich voor die doelen willen inzetten zullen daarvoor hun MVO-beleid wel eerst op orde moeten hebben. Volgens Hamer bieden de doelen aan bedrijven een uitgelezen kans om „op een aansprekende, positieve en herkenbare manier te communiceren” over hun beleid.

„Door te werken aan een fatsoenlijk loon voor werknemers van toeleveringsbedrijven kun je bijvoorbeeld voorkomen dat die werknemers te lange dagen maken”, aldus Hamer. „Dat is goed voor hun gezondheid en ontwikkeling. Zo draagt verantwoord ondernemen min of meer vanzelf bij aan het realiseren van duurzame ontwikkelingsdoelen. In dit geval sdg 1 over het bestrijden van armoede en sdg 3 over het streven naar een goede gezondheid en welzijn voor iedereen.”

De SER vindt dat de overheid meer druk op bedrijven kan uitoefenen om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen, en daarbij aandacht te besteden aan duurzame ontwikkeling. Dat kan bijvoorbeeld via handelsmissies. „Bij de invulling en selectie van deelnemers kan de overheid zich laten leiden door de visie van bedrijven op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en hun bijdrage aan duurzaamheid”, aldus Hamer. „De kennis over deze thema’s zou ook bij diplomaten vergroot kunnen worden.”

Aandacht voor sdg’s is niet alleen goed voor de wereld, maar ook voor de bedrijven zelf. Die kunnen zichzelf hierdoor versterken door meer in te zetten op duurzame ontwikkeling, concludeert de SER. „Als je een bedrijf aanmoedigt om via innovatie bij te dragen aan het behalen van sdg’s kan zo’n bedrijf ook zijn eigen positie verbeteren op de markten waarop het actief is”, vindt Hamer. „Zo verzekert het bedrijf zichzelf van een goede toekomst.”