Farisha Moelchand (15)

Foto Khalid Amakran

‘Als de pijn heel erg is moet ik bloed prikken’

Jong! In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Farisha Moelchand (15). Aanmelden? pubers@nrc.nl.

Halve maantjes

„Ik heb sikkelcelziekte, dat is een bloedziekte. Mijn bloedcellen zijn halve maantjes. Als ik snel fiets, haast heb of stress krijg gaan ze sikkelen, ophopen. Dan krijg ik heel erg pijn in mijn hoofd of mijn benen. Ik slik al heel lang medicijnen, sinds mijn vierde. Daardoor is er minder kans op een crisis. Bij veel pijn neem ik paracetamol of diclofenac en morfinetabletten. Als het heel erg is moet ik bloed prikken en als mijn hb-waarde te laag is moet ik een bloedtransfusie. Dat is al heel vaak gebeurd. Bijvoorbeeld op vakantie, met het vliegtuig. Best wel spannend. Dan ga ik mezelf in de stress werken en krijg ik pijn. De ziekte zit me niet in de weg. Ik kan wel alles doen wat ik wil.”

Huiskamer

„Voor school heb ik stage gelopen in de dementenzorg. Ik moest samen met een mevrouw voor de huiskamer zorgen, daar zaten ongeveer acht mensen. Ik moest zorgen dat ze eten kregen en spelletjes met ze doen. Het was zwaar omdat je heel vaak dingen moest herhalen. De huiskamer was ook best klein en warm. Er was één mevrouw, die moest om de twee seconden naar de wc. Dan was ik bezig met brood maken voor een andere bewoner, moest ik weer met die mevrouw naar de wc. Ze praatten heel veel over vroeger, toen zij klein waren. Ze waren aardig tegen mij, maar het was niet zo prettig om er te zijn.”

Schnitzel

„Ik heb ook stage gelopen in een kinderdagverblijf. Ik hou van kinderen maar ik vind ze wel lastig om mee te werken. Zij begrijpen mij niet en ik hen ook niet zo goed. Nu loop ik stage in een Chinees restaurant. Ik neem drinken op en dat breng ik naar de tafels. Volgend jaar ga ik denk ik mbo niveau 2 proberen, richting consumptief, horeca. Dan kan ik in een keuken gaan werken, als kok of zo. Koken is mijn praktijkvak. Hoofdgerechten maken vind ik leuk, zoals schnitzel met patat en wortels. Dit jaar heb ik examen in de keuken en volgens mij ook voor Nederlands. Ik heb dyslexie, soms heb ik daar last van. Moeilijke woorden moet ik een paar keer lezen. Ik lees weleens verhalen online. Nu het boek After, daar is ook een film van. Het gaat over een meisje dat naar een studentenhuis gaat.”

Soms streng, soms niet

„Mijn oma, de zussen van mijn moeder en mijn neefjes wonen allemaal in de buurt. We zijn vaak bij mijn oma. Mijn vaders broers wonen in Suriname, daar ben ik vier keer geweest. Meestal gaan we op vakantie naar Spanje. Mijn ouders zijn soms streng, soms niet. Als iets niet mag, mag het ook echt niet. Ik mag wel uitgaan met mijn nicht, zij is achttien. We gaan niet echt naar een club maar naar vrienden die feestjes hebben. Ik mag niet drinken, niet van mijn ouders en ook niet voor mijn medicijnen.”