Nederland investeert miljarden in kunstmatige intelligentie: waarom?

Investeren in AI De komende jaren steken kabinet en bedrijfsleven veel extra geld in kunstmatige intelligentie. Waarom zou Nederland dat eigenlijk willen? „Als we afwachten zijn we te laat.”

In de werkplaats van Gijs Dubbelman, op de campus van de TU Eindhoven, wordt gewerkt aan een Toyota Prius die met behulp van sensoren en kunstmatige intelligentie zonder chauffeur kan rijden.
In de werkplaats van Gijs Dubbelman, op de campus van de TU Eindhoven, wordt gewerkt aan een Toyota Prius die met behulp van sensoren en kunstmatige intelligentie zonder chauffeur kan rijden. Foto Novi Zijlstra

Wie wil weten hoe belangrijk artificiële intelligentie gaat zijn voor onze hightechsystemen, moet even rondlopen op de campus van de Technische Universiteit Eindhoven (TUe).

Er zijn voetbalvelden waar robots het tegen elkaar opnemen. Een lab met geavanceerde printers. En er is de autogarage van docent-onderzoeker Gijs Dubbelman. Geef diens Toyota Prius een route over de campus en de auto rijdt die zelfstandig. Op kleurenschermen in de auto is te zien wat het neurale netwerk – een systeem van sensoren aan de Prius – allemaal registreert. Langslopende mensen zijn rode vlekken, bomen zijn groen, de weg is donkerpaars.

Wat de auto niet weet: is iemand die de weg oversteekt bejaard of een kind? Wat betekent het als een fietser z’n hand uitsteekt? Wat doet de auto als er plots een bal over de weg rolt?

Het systeem moet nog een stuk „robuuster” worden, wil de zelfrijdende auto ooit in de stad kunnen rondrijden, zegt Dubbelman tijdens een testrit – vanaf de achterbank. Door artificiële intelligentie (AI) kan de Prius patronen herkennen en gedrag van weggebruikers beter leren voorspellen.

Hier, in het Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute (Eaisi, spreek uit: easy), worden slimme algoritmes ontwikkeld voor zelflerende computersystemen, zoals de zelfrijdende auto. Dagelijks zijn er zo’n honderd wetenschappers bezig met de ontwikkeling van onder meer de beroemde voetballende robots, geautomatiseerde drones en slimme computersystemen die patronen herkennen in grote hoeveelheden data.

De TUe steekt de komende vijf jaar zo’n 100 miljoen euro in dit instituut, inclusief nieuwe hoogleraren. Eaisi ging in september open en brengt al het AI-onderzoek van de TUe samen.

Philips en ASML

Hier in Eindhoven wordt mede de technologie ontwikkeld waarmee chipmachinefabrikant ASML de waferscanners voor het maken van computerchips steeds sneller maakt. En waarmee Philips betere röntgenscanners ontwikkelt, waarbij de computer de dokter helpt een diagnose te stellen. Ook is in Eindhoven een algoritme ontwikkeld om NS te helpen zo efficiënt mogelijk treinen naar het rangeerterrein te dirigeren, vertelt onderzoeker Yingqian Zhang tijdens een rondleiding. Uitvindingen waarbij de computer in samenwerking met de mens tot betere resultaten komt.

„Artificiële intelligentie (AI) verandert de wereld ingrijpend”, luidt de eerste zin van de nationale AI-strategie die staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) vorige week presenteerde. „AI zal stevig bijdragen aan economische groei, welvaart en het welzijn van Nederland.”

De komende zeven jaar verdubbelt de overheid daarom de investeringen in AI. Ze steekt er een miljard euro extra in, beloofde Keijzer. Ook bedrijven leggen een miljard euro bij, waarmee onder meer vijfentwintig extra hoogleraren en universitair (hoofd)docenten worden aangesteld, die tevens projecten doen bij bedrijven als Philips, ING en KLM.

AI-wetenschappers in heel Nederland reageerden teleurgesteld op de plannen van Keijzer. De belangrijkste kritiek: te weinig concrete actie, en of het geld er echt komt moet nog maar blijken. De staatssecretaris legt bij voorbaat een claim op toekomstige investeringsbudgetten van het kabinet. Of het geld ook naar AI gaat, of straks toch naar iets anders, is nog maar de vraag.

Voor het meest nijpende probleem – weglekken van onderzoekstalent naar het buitenland – heeft het kabinet geen pasklaar antwoord. AI-opleidingen kampen met personeelstekorten, omdat topwetenschappers de grotere onderzoeksbudgetten in het buitenland verkiezen boven Nederland.

Dat leidt tot een systeem dat „vastloopt”, zegt Maarten de Rijke, wetenschappelijk directeur van AI-innovatiecentrum ICAI, waarin universiteiten, overheid en bedrijven samenwerken. De Rijke begeleidt momenteel noodgedwongen maar liefst 22 promovendi. Door gebrek aan hoogleraren studeren jaarlijks slechts zevenhonderd studenten aan de Nederlandse AI-opleidingen af. Er zijn duizenden nieuwe specialisten per jaar nodig.

Er wordt met jaloezie gekeken naar overheidsinvesteringen in landen als Duitsland en Frankrijk. Beide investeren de komende jaren ruim 5 euro per inwoner per jaar extra in AI. Dat geld gaat onder meer naar nieuwe onderzoeksinstituten en extra hoogleraren. Nederland blijft achter met een extra overheidsinvestering van 3,75 euro per inwoner – en dan is dus nog onduidelijk of het geld dat is beloofd er ook daadwerkelijk komt.

Is dat beperktere budget erg? Waarom zouden we zo veel geld steken in de ontwikkeling van artificiële (of kunstmatige) intelligentie?

Lees meer over de plannen van het kabinet: AI op de agenda, nu de miljarden nog

AI draait om macht

Ja, zeggen de grote Nederlandse multinationals en AI-wetenschappers: dat is erg. De mate waarin landen of bedrijven deze technologie omarmen, zal in belangrijke mate economisch succes bepalen. Artificiële intelligentie gaat in de kern over het doen van voorspellingen. Juiste voorspellingen – en de reductie van onzekerheid bij beslissingen – leveren bedrijven een enorm economisch en strategisch voordeel op. „Wie het beste voorspelt, heeft de meeste macht”, zegt De Rijke.

Denk aan Google, dat door AI een superieure positie in de markt van zoekmachines heeft bemachtigd. Of Amazon, dat toewerkt naar een model waarin klanten niet eens meer hun boodschappen hoeven bestellen om ze bezorgd te krijgen. Amazon doet dit door op basis van eerder koopgedrag te voorspellen wanneer wc-papier en wasverzachter op zijn.

Maar ook: NS wil met hulp van AI het maximale uit het zwaarbelaste spoornet persen. Philips wil medische apparatuur zo goed maken dat doktoren routineklussen aan computers kunnen overlaten. En hoe beter Albert Heijn voorspelt hoeveel tomaten het in voorraad moet hebben, hoe minder de supermarkten verspillen. Artificiële intelligentie ligt hier allemaal aan ten grondslag.

Lees ook over de ontwikkeling van een zorgrobot: Alice roddelt niet en zal nooit lachen als je je gebit uitdoet

Drie smaken

En, zeggen AI-wetenschappers: er is een belangrijk maatschappelijke argument om nu in AI te investeren. „Naarmate de samenleving digitaliseert, wordt de vraag prangender in wélke samenleving we willen leven”, zegt Carina Weijma, lid van de werkgroep Inclusie van de Nederlandse AI Coalitie, een initiatief van ruim 65 bedrijven en organisaties.

De regels die we afspreken voor onze algoritmes gaan in belangrijke mate onze samenleving bepalen. Willen we morele waarden die we in Europa belangrijk vinden – menselijke waardigheid, privacy, non-discriminatie – handhaven, dan moeten die ook een plek vinden in AI-algoritmes en systemen. Om dat te bereiken, moeten deze systemen in Europa worden ontwikkeld, zegt TUe-hoogleraar Wijnand IJsselsteijn.

De regels die we afspreken voor algoritmes gaan in belangrijke mate onze samenleving bepalen

Als Europa landen als China en de Verenigde Staten niet bijbeent, lopen Europeanen het risico afhankelijk te worden van Amazon, Facebook, Tencent of Alibaba. Bedrijven uit landen met een ander idee over privacy dan Europeanen gewend zijn.

Door te investeren in AI voorkomt Europa „gesandwicht” te worden tussen de Verenigde Staten en China, zegt Neelie Kroes, die eerder werkzaam was als Eurocommissaris Digitale Agenda. „We zijn de grootste economische markt op aarde”, zegt Kroes. „Als we afwachten, zijn we te laat. Die andere landen wachten niet.”

En waarom zou Nederland willen meedoen? Waarom moeten we in Eindhoven zelfrijdende auto’s ontwikkelen, en laten we dat niet gewoon aan Frankrijk of Duitsland over?

„Andere Europese landen zien ons al aankomen met een lege portemonnee”, zegt De Rijke. „Dan is er maar één richting. De deur.”

Correctie (20-10-2019): In een eerdere versie stond dat de turingtest plaatsvond in 1936. Dat moet 1950 zijn en is aangepast.