Opinie

Wie om Palestijnen huilt, moet de Koerden ook begrijpen

Turks offensief Het kan me niet schelen als er Koerden zijn die Arabieren haten, schrijft de Nederlands-Arabische ‘Ik erken hun strijd voor zelfbeschikking.’
Rookpluimen stijgen op na Turkse beschietingen in Noordoost Syrië.
Rookpluimen stijgen op na Turkse beschietingen in Noordoost Syrië. Foto

Op de televisie zie ik een panorama van een stad onder vuur. Dikke rookpluimen bewegen over het scherm terwijl de stad verder niet in beweging lijkt. Het volgende beeld schakelt naar een wijk in de stad waar een met doek bedekt lijk een gebouw uit wordt gedragen; huilende vrouwen flankeren hun omgekomen dierbare. Even later kijken we naar een journalist die de camera richting de grond dirigeert… de kijker wordt met plassen bloed geconfronteerd. Hier lagen slachtoffers van de Turkse aanvallen. Zijn ze gewond of dood? Als kijker hoef je het antwoord niet te weten om te concluderen dat hier een menselijke ramp plaatsvindt.

Lees ook: Poetin grijpt kans die Trump in Syrië biedt

Deze livestream van Al Jazeera uit het noordoosten van Syrië had zomaar uit het archief van de zender kunnen komen. De beelden doen me denken aan de keren dat ik als jong meisje samen met mijn ouders naar live- beelden van de Tweede Palestijnse Intifada zat te kijken. Het iconische beeld van een vader die zijn zoon tegen de beschietingen tussen Israëlische en Palestijnse veiligheidstroepen probeert te beschermen, staat op m’n netvlies gebrand. De zoon overleeft de beschietingen niet en het zogenoemde Muhammad al-Durrah-incident is symbool geworden voor de menselijke prijs van conflicten over grond. Beelden van op elkaar gestapelde lijken zijn mij niet bespaard gebleven. Vreselijk vonden we het thuis, wat de arme en onschuldige Arabische bevolking werd aangedaan.

3,6 miljoen vluchtelingen

Terug naar nu. We kijken naar beelden uit het noordoosten van Syrië waar grenssteden Tel Abyad, Ras al-Ain, Qamishli en Ain Issa door Turkse troepen onder vuur worden genomen. Grondtroepen zijn binnengevallen en ook vanuit de lucht worden de steden gebombardeerd. Deze Turkse invasie wordt mogelijk gemaakt door het zeer wispelturige en ondoordachte besluit van Donald Trump om de Amerikaanse troepen uit het gebied terug te trekken. Hiermee heeft hij de weg vrijgemaakt voor Erdogan om de langverwachte aanval op de Koerden in de grensstreek te laten uitvoeren. Erdogan heeft hiermee twee doelen: de Koerdische YPG-militie uit de grensstreek met Turkije verdrijven en het creëren van een veilige zone voor de herplaatsing van 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen die momenteel in Turkije worden opgevangen.

Terwijl ik naar de beelden van huilende mannen en vrouwen kijk, zegt mijn moeder: „Vergeet niet dat de Koerden de Arabieren intens haten.” Deze opmerking is niet onwaar, maar toch vind ik het een eigenaardige. Ik interpreteer hem als een impliciete waarschuwing dat mijn empathie naar de ‘verkeerden’ gaat. Hier verzet ik me tegen. Ik weiger te vallen voor de polarisering van bevolkingsgroepen die voortkomt uit een geschiedenis die mij noch mijn directe familie heeft geraakt. Mijn voorouders zijn oorspronkelijk Arabieren die eeuwenlang als nomaden door het Midden-Oosten hebben getrokken. De geschiedenis van mijn etniciteit is rijk en mijn voorouders hebben talloze slagen en oorlogen meegemaakt. Waar etniciteit de reikwijdte van empathie voor vele Arabieren bepaalt, vertelt mijn moreel kompas mij iets anders. ‘Eer’ en ‘trots’ zijn woorden die de Arabische cultuur domineren, maar wat mij betreft moeten ze uit het woordenboek worden verwijderd. Ze zijn altijd als motief voor haat en geweld gebruikt. De geschiedenis van het Midden-Oosten is ermee doordrenkt. Wat heeft het ons gebracht?

Lees ook: Kamer eist veel harder optreden tegen Turkije

Het is hypocriet om te huilen over de situatie van de Palestijnen, en de Koerden te verfoeien vanwege hun strijd om zelfbeschikking. Hoewel de geschiedenis niet identiek is en de politiek het ingewikkeld maakt om elkaar als broeders te steunen, zie ik niet in waarom ik onderscheid zou moeten maken tussen de Palestijnse en Koerdische strijd. Niemand minder dan de Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft het in 2014 zo treffend gezegd: „De Koerden zijn een strijdbaar volk dat zich politiek betrokken en politiek gematigd heeft betoond, en dat ook zijn eigen politieke onafhankelijkheid waard is.”

Pijnlijke geschiedenis

Overigens zijn de Koerden in Syrië niet uit op onafhankelijkheid, maar wel op autonomie. Sla de geschiedenisboeken er maar op na en je zult begrijpen waarom de Koerden recht hebben op vrede en zelfbeschikking. Daarbij moeten de Arabieren én de internationale gemeenschap de Koerden in Syrië dankbaar zijn. Koerdische strijders, waaronder vele vrouwen, waren de ruggengraat van de anti-IS-coalitie. De Koerden hebben een hoge prijs betaald in de strijd tegen IS. Daarbij moet worden opgemerkt dat IS niet alleen uit was op andersgelovigen c.q. ongelovigen. Deze verschrikkelijke terroristische organisatie heeft ook talloze Arabische moslims vermoord; Arabieren die zich niet wilden schikken naar het extremistisch islamisme, Arabieren die zich niet aan de salafistische kledingvoorschriften hielden en heldhaftige Arabieren die de wapens tegen IS durfden op te pakken.

Het kan me niet schelen als er Koerden zijn die de Arabieren haten vanwege een pijnlijke en onrechtvaardige geschiedenis. Mijn moreel kompas wijst naar het erkennen van de Koerdische strijd om zelfbeschikking én naar het dankbaar zijn voor alles wat ze tegen IS en andere kwaadaardige krachten in de Syrische burgeroorlog hebben ondernomen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.