Verandering in biodiversiteit is afhankelijk van plaats

Biodiversiteit De afname in de soortenrijkdom op aarde varieert van plek tot plek. Vooral in tropische oceanen wisselen soorten snel.

In de oceanen is de soortensamenstelling sterk aan verandering onderhevig. Veel mariene soorten zijn bijvoorbeeld extra gevoelig voor kleine fluctuaties van de temperatuur.
In de oceanen is de soortensamenstelling sterk aan verandering onderhevig. Veel mariene soorten zijn bijvoorbeeld extra gevoelig voor kleine fluctuaties van de temperatuur. Foto Getty Images

De biodiversiteit wereldwijd gaat ongekend snel achteruit: dat verkondigden de VN al in mei in hun IPBES-rapport. Maar van plek tot plek kunnen veranderingen in die soortenrijkdom sterk verschillen, schrijft een internationaal onderzoeksteam onder leiding van de Duitse bioloog Shane Blowes deze week in Science. Op basis van 239 wetenschappelijke artikelen concluderen ze dat vooral in de oceanen het aantal soorten én de soortensamenstelling sterk aan verandering onderhevig zijn. Op land verandert de biodiversiteit op sommige plekken juist minder snel dan het wereldwijde gemiddelde.

Blowes en zijn collega’s bestudeerden gegevens van 48 biomen (grootschalige ecologische regio’s): 33 mariene, 10 terrestrische en 5 zoetwaterbiomen. De informatie was vooral afkomstig van de laatste veertig jaar, maar voor sommige biomen waren er al datareeksen vanaf het eind van de negentiende eeuw beschikbaar.

Tropische regio’s en poolgebieden

De veranderingen in soortenrijkdom blijken het grootst in de oceanen (en dan vooral in tropen): daar vindt tot wel 20 procent toename óf afname plaats per jaar. Dat laat meteen zien hoe variabel lokale biodiversiteit kan zijn; zowel op land als in zee zijn er gebieden met sterke toename én gebieden met sterke afname, vooral in tropische regio’s en de poolgebieden.

Ook de variatie in soortensamenstelling (de mate waarin nieuwe soorten de plaats innemen van inheemse soorten) is het sterkst in oceanen, vooral in het warme noord- en zuidwestelijke deel van de Atlantische Oceaan, en voor de kust van Noordwest-Australië. Op land en in zoetwater verloopt die verschuiving over het algemeen trager, al is er in sommige grote meren en mangrovebossen ook sprake van een relatief snelle wisseling. Juist die soortensamenstelling wordt vaak onderbelicht in biodiversiteitsonderzoek, schrijven de biologen, terwijl de ‘reorganisatie’ van soorten grote gevolgen kan hebben voor ecosystemen.

Dat de afname in biodiversiteit zo sterk is in de oceanen, is volgens de onderzoekers niet verwonderlijk: daar spelen verschillende oorzaken tegelijkertijd mee (zoals klimaatverandering, vervuiling en overbevissing). Ook zijn mariene soorten vaak extra gevoelig voor relatief kleine fluctuaties in bijvoorbeeld temperatuur of zuurgraad van het water. Daarnaast verplaatsen oceaansoorten zich vaak makkelijk over grote afstanden.

Verschillen in landgebruik

Sterke lokale verschillen ontstaan volgens de onderzoekers onder meer door verschillen in landgebruik en klimaatverandering. Goede verbindingen tussen leefgebieden en (her)introductie van soorten kunnen de biodiversiteit positief beïnvloeden.

De Amerikaanse conservatiebioloog Stuart Pimm, werkzaam bij Duke University in de VS, prijst het onderzoek: „Onvermijdelijk is de dataset waar mee ze werken incompleet. Maar uit de gegevens die wél bekend zijn, hebben ze interessante patronen afgeleid. Op sommige plekken lijkt de afname van soorten mee te vallen, omdat de mate waarin soorten elkaar afwisselen hoog is. Maar be careful what you wish for: de soort die je erbij krijgt, kan wel de kwantitatieve afname tegengaan, maar mogelijk wel een ándere soort verdringen die je er liever ook bij had gehouden.”